De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Nieuwe Bijbelvertaling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Nieuwe Bijbelvertaling

6 minuten leestijd

In mijn artikel over de Bijbelvertaling in het nummer van De Waarheidsvriend van 14 Febr. is een fout geslopen. De vertaling van het Nieuwe Testament is niet door de Synode, maar door het Nederl. Bijbelgenootschap gegeven.

De in mijn schrijven geopperde bezwaren blijven echter voor mij geheel van kracht. Deze bezwaren zijn niet naar voren gebracht om de huidige Synode te insinuëeren. Het Hoofdbestuur van den Gereformeerden Bond heeft in 1942, dus in den tijd van het oude Synodale regime, zich tot de Synode gewend inzake de invoering van de Nieuwe Bijbelvertaling. Het Hoofdbestuur van den Gereformeerden Bond heeft toen alle doctorandi in de theologie, die we hebben, bij elkaar geroepen, met het verzoek om de nieuwe vertaling met de oude te vergelijken. Elk nam één of meer boeken voor zijn rekening.

Op gemeenschappelijke vergaderingen zijn de afwijkingen onder de oogen gezien. De bezwaren zijn in een rapport neergelegd. Dat wetenschappelijke rapport is voor publicatie in De Waarheidsvriend minder geschikt, omdat degenen, die geen Grieksch kennen, die toch niet kunnen volgen.

Daarnaast is echter een rapport opgemaakt, hetwelk u hieronder vindt afgedrukt. We hebben ons natuurlijk niet tot het Nederl. Bijbelgenootschap, maar tot de Synode gewend.

Misschien dat nu zal worden opgemerkt, dat dit rapport een insinuatie is aan het adres van het Nederl. Bijbelgenootschap. Toch is dit volstrekt niet het geval, tenzij men meent, dat een beschouwing over een Bijbelvertaling naar Gereformeerde beginselen beleedigend is voor degenen, die er niet zoo overdenken.

TIMMER.

Hier volgt het verzoekschrift uit den jare 1942 : Het Hoofdbestuur van den Gereformeerden Bond wil gaarne erkennen, dat de eerbied voor Gods Woord reeds vraagt aan een nieuwe vertaling alle zorg te besteden. Calvijn vergelijkt de Heilige Schrift bij een bril en in aansluiting daarop zou men kunnen zeggen, dat de beide glazen niet beslagen mogen zijn. Het is ook ongetwijfeld de roeping der Kerk haar zorg daaraan te geven, omdat haar het Woord Gods is toebetrouwd. Vervolgens is het van belang, het Woord Gods zoo dicht mogelijk bij de gemeente te brengen.

Deze belangen zijn door het Hoofdbestuur zoodanig erkend, dat het een breede commissie heeft benoemd tot onderzoek en bestudeering van de Nieuwe Vertaling van het Nieuwe Testament teneinde daarover rapport uit te brengen.

Het heeft daarin aanleiding gevonden Uw vergadering het volgende onder de aandacht te brengen.

1e. De behoefte — om niet te spreken van nood — aan een nieuwe vertaling in onzen tijd, is zeker niet dringend te noemen, vergeleken bij die, welke in den aanvang van de zeventiende eeuw deed besluiten tot de Statenvertaling.

Men kan niet zeggen, „dat een overzetting uit de grondtalen der Heilige Schrift beslist noodzakelijk was, en wel vanwege de eindelooze fouten, waarvan de oude vertaling krioelde". (Prof. Nauta : De Statenvertaling 1637—1937, blz. 14).

Veeleer dient gewezen te worden op den grooten invloed, dien de Statenvertaling niet alleen in het verleden heeft gehad, maar ook thans nog in de gemeente heeft. De Dordtsche Synode voegde aan het zooeven aangehaalde oordeel de restrictie toe : „dat van de gebruikelijke vertaling alles zou gehandhaafd worden, wat zonder aan de waarheid of aan de zuiverheid en eigenaardigheid der Nederlandsche taal tekort te doen, kon behouden blijven", (t.a.p. blz. 14).

Zonder van het standpunt te willen uitgaan, dat het Bijbelgenootschap geringschattend staat tegenover de Statenvertaling, is gebleken, dat de Nieuwe Vertaling zich verder verwijdert dan de Statenvertaling dan noodig en gewenscht was.

Het Hoofdbestuur is voorts van meening, dat het ook niet de geschikte tijd is voor een nieuwe vertaling, maar dat er plaats is voor een revisie der Statenvertaling.

2e. De wijze, waarop deze vertaling tot stand gekomen is — met alle lof voor den ernstigen en veelomvattenden arbeid, daaraan verbonden — kan niet als de juiste worden gewaardeerd, omdat een zaak als deze de geheele Kerk betreft en als een gemeenschappelijke zaak der kerken moet worden behandeld. Evenals de Dordtsche Synode vertalers en revisoren heeft aangewezen, zoo zou de invoering van een revisie van het Oude- en Nieuwe Testament behooren te geschieden vanwege de Kerk (kerken) en onder controle der door de Kerk (kerken) aangewezen organen.

Indien men dezen kerkelijken weg had gevolgd, zou daardoor voorkomen zijn, wat nu geschied is, dat het Nieuwe Testament in de nieuwe vertaling reeds bij duizenden exemplaren is verspreid, voordat over deze vertaling eenig kerkelijk oordeel is gegaan. Daarbij komt, dat thans, indien de kerken tot een verschillend oordeel komen, het gevaar van een „bijbelsch schisma" niet denkbeeldig is.

3e. Het moet als onjuist worden gezien, dat de Synode overweegt, of het Nieuwe Testament in nieuwe vertaling kan worden ingevoerd, terwijl een nieuwe vertaling van het Oude Testament niet gereed is en niet gelijktijdig kan worden aangeboden. De Kerk staat op het fundament der Apostelen en Profeten.

Zoolang niet een revisie van het Oude Testament haar beslag heeft gekregen, kan het eindoordeel van de vertaling met die van het Nieuwe Testament alleen niet volledig zijn. De eenheid van het Oude en Nieuwe Testament zou door de vertaling en in gebruik neming, zooals die nu overwogen wordt, gebroken worden.

Alleen reeds daarom verdient het aanbeveling met het Oude Testament, dat bovendien het moeilijkste is, te beginnen, en daarna met het Nieuwe Testament, om ze gelijktijdig in gebruik te nemen.

4e. De Kerk kan haar belijdenis, dat de Heilige Schrift Gods Woord is, niet prijs geven zonder haar aard en wezen te verloochenen. In verband daarmee zou een revisie van de Statenvertaling alleen dan door de Kerk worden aanvaard, indien deze geschiedt door mannen, van wie verwacht mag worden, dat zij unaniem op dat kerkelijk standpunt staan.

Vertalen is niet alleen een philologische aangelegenheid, maar ook een exegetische en dus theologische arbeid, welke moet gedragen worden door de geloofsbeschouwing der Heilige Schrift als geheel.

Ook uit dien hoofde zal een revisie door de Kerk (de kerken) dienen te worden verzorgd.

5e. Indien een revisie op kerkelijke wijze tot stand zou kunnen komen, zou het gewenscht zijn — behoudens in geval van duidelijke en eenstemmige verbetering — voor wijzigingen, welke men voorstelt, de methode der kantteekenaars te volgen.

6e. Met het inzenden van dit rapport bedoelt het Hoofdbestuur niet uitdrukking te geven aan de gedachte, dat de Synode der Ned. Hervormde Kerk bij de huidige organisatie onzer Kerk bevoegd zou ziJn een nieuwe vertaling der Heilige Schrift in te voeren — afgezien nog van de bovengenoemde bezwaren en de beoordeeling der nieuwe vertaling van het Nieuwe Testament, welke in het geding is, op zichzelf beschouwd.

Bij een belangrijke aangelegenheid als deze, dringt zich het kerkelijk vraagstuk met kracht aan ons op. In verband daarmee verdient het ook afkeuring het gebruik van een nieuwe vertaling aan het oordeel der kerkeraden of predikanten over te laten, hetgeen ook een wijze van invoering of in gebruik neming zou beduiden, welke buiten de bevoegdheid der Synode valt.

Door een en ander zou de verwarring op het kerkelijk terrein slechts toenemen.

Tenslotte mogen nog eenige der voornaamste opmerkingen volgen, waartoe het onderzoek der Nieuwe Vertaling van het Nieuwe Testament op zich zelf beschouwd heeft geleid.

Redenen, waarom het Hoofdbestuur van den Gereformeerden Bond er bij Uw college op aandringt, zich te onthouden van pogingen om deze Nieuwe Vertaling in te voeren of voor kerkelijk gebruik facultatief te stellen.

Het Hoofdbestuur van den Gereformeerden Bond :

J. SEVERIJN.

J. J. TIMMER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

De Nieuwe Bijbelvertaling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's