Harde winter
Hard en streng is de winter en zoo lang ! Harder nog door gebrek aan brandstof en kleeding. En mogelijk nog het hardst door onze ontevredenheid, ons ongeduld om te dragen, ons ongeloof en onze traagheid om te gelooven.
Geen haar van ons hoofd zonder Zijn wil. Geen muschke ter aarde zonder den wil des hemelschen Vaders. Geen harde winter, geen gebrek aan kolen en kleeding zonder den wil van uw Vader, die in den hemel is.
Gelooft gij dat ?
Het eerste artikel van de apostolische belijdenis : Ik geloof in God, den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
Dit schijnt zoo ver van de bevinding. Het is alsof het zelfs geen deel is van het zaligmakend geloof. Ik zou haast zeggen, dat het het noodwendig begin van het zaligmakend geloof is.
God de Vader onze Schepper. Ook dat geloof moet beleefd worden. „Stijl afhankelijk" zeggen de menschen dan. Zeker, „stijl afhankelijk !" Niet zeggen, maar doormaken, beleven, gevoelen, dat het zoo is, omdat God onze Schepper is.
Wat wordt het dan alles anders in ons leven. Alle dingen gaan ons spreken van Hem. Wat wordt ook het Woord Gods anders. Welk een Majesteit, welk een Souvereiniteit, Schepper van hemel en aarde ! Maar ook welk een goedertierenheid over ons. Reeds alleen het feit, dat wij er nog zijn, is een bewijs Zijner goedheid. Immers, terwijl wij Hem vergeten, Zijn Woord niet gedenken, Zijn Wet verachten, denkt Hij aan ons bestendig. Hij draagt ons van oogenblik tot oogenblik. En als Hij ons ook maar een moment zou vergeten, wij waren niet meer.
Zoo zijn wij zelfs in onze goddeloosheid nog voorwerpen van Zijn trouw.
In alles afhankelijk — en in alles opstandig, zonder het zelfs te beseffen.
Want de zonde heeft ons zoozeer bedorven en beroofd, dat wij deze dingen niet zien. Wij tasten als blinden naar den wand.
Maar als wij deze dingen beginnen op te merken bij het licht van Gods Woord en Geest, wordt de gansche aarde van Zijn heerlijkheid vervuld. De gansche aarde, ondanks de koude, ondanks de algeheele verwarring, ondanks alle schaarschte en gebrek.
Hoe dat kan ?
Omdat wij dan ook in den harden winter Zijn hand zien. Zijn Vaderhand.
Dan heeft de barre koude, dan heeft het gebrek aan brandstof en kleeding, het gebrek aan dekking, wat te zeggen. Het komt van Zijn hand.
Een barre winter na jaren van wee en ellende ! Donkere uitzichten over het aardrijk, over den chaos. Dat moet een goddelijken zin hebben. Als wij gelooven, echt gelooven, dat er geen haar van ons hoofd valt zonder den wil des hemelschen Vaders, dan gelooven wij, dat al deze dingen niet bij geval, maar van Zijn Vaderlijke hand ons toekomen.
Van zijn Vaderlijke hand. Daarom met een vaderlijke bedoeling. En dan zijn wij er niet af, als wij zeggen dat het zoo goed is en dat het voor ons wel is, al weten wij niet waarvoor.
Dat is een vroomheid, die aan het oordeel niet wil. Er is iets niet in orde bij ons. Er gaat een roep uit tot bekeering, een vermaning tot zelfonderzoek en een stem van den toorn Gods.
Herstel en vernieuwing. Wij hebben dat gehoopt in den nood der bezetting, wij hebben het aangegrepen in den dag der bevrijding. En terwijl sommigen het werk van herstel en vernieuwing aanvangen in een onhoudbaar tempo, vonden anderen aanleiding om te staken en daardoor velerlei nood en leed nog erger te maken.
Dwaas idealisme wierp ook nog in de war of verstoorde, wat met verstandig beleid en ware godsvrucht ten zegen had kunnen worden. Tegenstrijdige machten betwisten elkander de heerschappij en den vrede, die de weldaden van welvaart en een stil en gerust leven in den schoot draagt.
Geen ding bij geval. Maar daarom juist is in dit alles een oordeel.
Waar is de waarachtige Godsvrucht, die bidt ? Waar de kerk, die profeteert ? Waar het volk, dat weldadigheid zoekt, dat leniging brengt in den nood ? Waar zijn zij, die ernst maken met Gods gebod, lederen dag, bij alles, wat zij doen en niet doen ? Waar zijn zij, die ervaren, dat God zooveel van ons vraagt, wat wij niet doen kunnen, omdat zij de gehoorzaamheid aan Zijn geboden betrachten, en die daarom zooveel te vragen en te bidden hebben, opdat Gods kracht in hun zwakheid wordt volbracht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's