Vragenbus
Vraag : De Ned. Hervormde Kerk kent op het oogenblik vrouwelijke hulpprediksters. Misschien krijgen we nog wel eens vrouwelijke predikanten in de toekomst.
Vroeger hoorde ik altijd zeggen, dat het niet aan vrouwen toekomt om van den kansel Gods Woord te verkondigen ; dat een vrouw niet behoort te leeren. Nu spreekt de Bijbel wèl over vrouwen, die profeteerden. Mag men nu zeggen, dat het aanstellen van hulpprediksters en vrouwelijke predikanten (eventueel) onschriftuurlijk is ? Waren de bezwaren, die men vroeger had tegen het opdragen van deze functies aan vrouwen, van principieel Schriftuurlijken aard, of waren ze het gevolg van den maatschappelijken toestand ?
Antwoord: Wat voor den prediker geldt, geldt nog niet en zeker niet in allen deele van den hulpprediker.
Om te beginnen staat een hulpprediker niet in het ambt. Wat het leeren aangaat, hebt u gelijk. In zooverre een hulpprediker tot leeren wordt geroepen, zou dit den man voorbehouden zijn. Door leeren verstaan wij dan het officiëele leeren in het midden der gemeente.
Het gaat echter om het ambt van den ouderling. De Dienaar des Woords immers is een ouderling, die in het Woord arbeidt.
En nu de Schrift. De Heere Jezus Christus had vele discipelen ook onder de vrouwen, die Hem dienden.
Zou het ons nu niets te zeggen hebben, dat de Heere geen vrouw heeft geroepen tot het apostelambt ?
Mij dunkt, dat dit Schriftuurlijke feit reeds op zich zelf genoegzaam argument is voor de kerk om zich daaraan te houden en geen vrouwen in het ambt van den ouderling te roepen of toe te laten, en daarom ook niet in den Dienst des Woords.
Het Oude Testament kent oog geen vrouwelijke priesters en de apostelen hebben wel vrouwen toegelaten tot het werk der diakenen, maar niet tot het ambt van den ouderling.
Naar dien regel behoort ook de kerk te wandelen. Dat ligt ook in het karakter van de verhouding van Christus tot Zijn gemeente, welke met die van liet huwelijk wordt vergeleken. Christus is de Bruidegom en de gemeente Zijn bruid.
Ook in het huwelijk openbaart, ondanks de eenheid en gemeenschap van man en vrouw, het vaderlijke zijn geheel eigen karakter naast het moederlijke. Het vaderlijkeis anders dan het moederlijke. En zoo is in de huishouding van God en Zijn kerk, het vaderlijke aan Gods kant. Christus regeert Zijn gemeente. De gemeente is tot het dienen geroepen. En nu kan het ook daaruit verklaring vinden, dat Christus, die Zijn kerk door het ambt wil geregeerd hebben, daartoe niet de vrouw, maar den man heeft geroepen.
Naar onze overtuiging behoeft dus over de Schriftuurlijkheid van dit beginsel niet getwijfeld te worden. Ook hierin zal de kerk schuldig zijn de gehoorzaamheid te betrachten, welke Christus van ons vordert.
Helaas ligt er een eeuw achter ons — indien ook maar achter ons — die verleerd was uit de Schrift te leven, omdat zij weigerde de goddelijke autoriteit der Heilige Schrift te erkennen. De maatstaf werd overgebracht op den mensch en zijn eigenwillige ideeën. Waartoe zou de vrouw niet evengoed allerlei functies kunnen waarnemen als de man ? Zoo bracht de vervlakking van den tijd mede, dat de vrouw — zij het gelukkig niet in de Hervormde Kerk — ook op den kansel werd toegelaten.
De teekenen zijn er echter, die er op wijzen, dat men van deze dwaling terugkomt en waar men tot deze dwaling nog niet was overgegaan, zal het naar wij gelooven ook niet gebeuren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's