Kort verslag
van de zitting der Generale Synode, gehouden te Blaricum van 24—28 Februari 1947
1. Maandag 24 Febr. kwam de Generale Synode op huize „Gamelli" te Blaricum bijeen. Het winterweer met zijn sneeuwtapijt bood een bizonder schoon aanzien in dit uitgestrekt en boomenrijk villadorp, doch de felle koude en de gladde wegen waren oorzaak, dat slechts een zeer kleine gedeelte van dit overigens schoon gelegen dorp binnen de gezichtskring der Synodeleden viel. Trouwens zouden ook slechts enkelen, die niet in Commissievergaderingen moesten verschijnen, daarvan hebben kunnen genieten, aangezien er een programma van zegge 130 punten ter verwerking voor ons lag, waarvan na hard werken circa 80 punten zijn afgedaan. De vergaderingen duurden van 's morgens 9 tot 's avonds 11 uur. Nachtelijke commissievergaderingen zijn niet gehouden, daar de Prseses hiervoor één geheele middag had gereserveerd.
De volgende vergadering is vastgesteld op D.v. 16 —18 April te Utrecht.
2. Na allerlei benoemingen, waaronder ook vele ons van nabij bekende personen als ds. J. D. Kleijne, ds. B. van Ginkel, ds. J. G. Woelderink, ds. W. Rijnsburger, A. Middelhoven te Veenendaal (ziekenzorg) en D. Broeren (Kerk en Publiciteit), waarbij nog eenige vacaturen door het bedanken van ds. Kievit Jr. en ds. H. Bout (m.i. zeer te betreuren) open bleven staan, ging de Synode over tot de verdere afhandeling van de zware agenda. De ongemotiveerde critiek in sommige kerkelijke bladen, doet mij deze namen neerschrijven, opdat men wete, dat er door de Generale Synode wel terdege rekening met ons wordt gehouden.
Daarom is het niet dan om zeer wettige redenen geoorloofd zich van het Hervormde kerkelijke werk afzijdig te houden. In verband hiermede hebben orthodoxen van verschillende kleur zich verwonderd over het totaal ontbreken van vrijzinnige oppositie bij alle groote en kleine zaken, terwijl deze bij rechts op een gegeven oogenblik niet ontbrak.
3. Aan den heer K. Roos, evangelist in Duitschland, wordt medegedeeld dat de machtiging tot het bedienen der Sacramenten met een jaar wordt verlengd.
4. Komt aan de orde het Rapport van de Commissie tot bestudeering van het leerstuk van den kinderdoop, naar aanleiding van de vragen dienaangaande der Fransche Gereformeerde Kerk. Het schoone rapport van 9 bladen, opgesteld door dr. G. Oorthuys en prof. dr. Haitjema, gaat uit van de leer, vastgelegd in den Heid. Catechismus en doet direct reeds gevoelen, dat de rapporteurs niet alleen de Fransche Kerk, doch ook andere stroomingen voor oogen hebben. In Frankrijk, Duitschland en Zwitserland zijn jongere predikanten dermate onder den invloed van Karl Barth gekomen, dat zij zijn gaan twijfelen aan het goed recht van den kinderdoop. Ook hier te lande doet zich een enkel geval voor. Het rapport handhaaft met ernst en klem de klassiek-gereformeerde leer des Heiligen Doops, getuigt daarmede tegen de Barthiaansche theologie en oogstte de volledige instemming der Generale Synode. Dit is te meer verblijdend, daar van bepaalde zijde de verdachtmaking niet van de lucht is geweest, alsof er voor de gereformeerden in onze Kerk geen plaats overblijft, omdat de Synode maar een „ethisch-Barthiaansch zaakje" is.
5. Ds. Woelderink brengt rapport uit naar aanleiding van vragen, gesteld door eenige kerkeraden en de Algem. Synodale Commissie ten aanzien van echtscheiding en tweede huwelijk. De Generale Synode heeft met groote belangstelling kennis genomen van het rapport (vijf folio bladen), waarvan de conclusie luidt, gelijk die van de kerkelijke hoogleeraren in 1939, dat een tweede huwelijk van gescheidenen, zoolang de andere partij uit het eerste huwelijk nog leeft, niet kerkelijk worden bevestigd. Dit eischt toevoeging aan art. 14, Regl. Kerkeraden, sub 4.
Bij de bespreking bleek dit geen eenvoudig onderwerp te zijn. Allerlei gevallen werden gelanceerd, doch aangezien hier de casuïstiek om de hoek kwam gluren, werd geoordeeld hiermede niet verder te gaan. Immers kan iemand uit de woorden : „zoolang de andere party uit het eerste huwelijk nog leeft" ook opmaken, dat indien deze gestorven ware (en dan natuurlek onverzoend), de ééne party dan vrijuit gaat. Dit is geenszins de bedoeling. Dat de conclusie gepresenteerd wordt in den vorm van een wetsartikel, achten velen jammer. De weigering is geen tuchtmaatregel, doch de Kerk durft niet te zeggen : het is goed ! De vraag is dus of de Kerk kan zeggen : Gij krijgt mijn zegen. — Breedvoerig wordt nog gesproken over dispensatie-mogelijkheden. Deze worden afgewezen met 23 tegen 17 stemmen. Zal aan de Kerk nu een herderlijk schrijven worden toegezonden of reglementswijziging worden aangeboden ? Met 29 stemmen wordt tot het laatste besloten. Nog wordt opgemerkt, dat ook het burgerlijk huwelijk gesloten is door den drager van het goddelijk gezag, dat voorts het sluiten van een tweede huwelijk niet in de Heilige Schrift verboden is, doch dat de Kerk bij echtscheiding dit niet kan bevestigen.
6. Besproken wordt het tweede rapport reorganisatie van het theologisch hooger onderwijs. De conclusies luiden als volgt: Er komt na het kerkelijk voorbereidend examen een niet gesalarieerd driemaandelijks hulppredikerschap, (welke paragraaf voorloopig wegens noodmaatregelen wordt opgeschort), een tijd van drie maanden seminarieopleiding, welk seminarie in de omgeving van Driebergen zal verrijzen ; voorts zal in verband hiermede ter verlichting van de taak der kerkelijke hoogleeraren overal een derde en te Utrecht eventueel een vierde kerkelijke hoogleeraar worden aangesteld.
Speciale kerkelijke vakken dienen beter tot hun recht te komen en de tijdroovende tentamina en examina rechtvaardigen zulks. De inschrijving in het kerkelijk album wordt op ƒ 50.— gesteld. De proponents examens blijven gedecentraliseerd, zonder kerkelijke hoogleeraren als zoodanig. Zij bestaan uit een afgevaardigde uit elke classis, een uit de Provincie en een aan te wijzen door de Generale Synode. Dit dient natuurlijk aan de Commissie voor de Kerkorde te worden voorgelegd. Bij uitbreiding van het aantal kerkelijke hoogleeraren kan tevens de studie in de pastorie bevorderd worden, daar er dan meer gelegenheid is contact te houden met de oudleerlingen. Tot zoover werd dit rapport door de Generale Synode aanvaard, doch de kerkelijke magistergraad werd afgewezen, als zijnde niet gelegen op het terrein der Kerk. De Kerk moet geen wetenschappelijke examens in stellen, daar dit ligt op het terrein der Academie. Dat zij een kerkelijk voorbereidend examen heeft, vloeit voort uit de noodzaak. Hoeveel er ook te zeggen valt voor een specialistendom, dat van een bepaald onderdeel iets meer weet dan de doorsnee-predikant, de Generale Synode is van oordeel, dat doctoraal studie boven lapmiddelen is te verkiezen.
7. In de werkorde is niet voorzien in de positie van een eventuëelen secundus-secretaris, niet te verwarren met den tweeden secretaris. De figuur secundus-secretaris, expireerde per 31 Dec. 1946. De secretaris der Algem. Synodale Commissie is tevens scriba der Generale Synode. De tweede secretaris is bureau-ambtenaar, niet benoemd door de Generale Synode, doch door de Algem. Synodale Commissie. Als de secretaris afwezig is, dient hij te worden vervangen, n.l. door iemand met dezelfde machtigingen. Dit dient iemand te zijn, die in de onmiddellijke nabijheid van het Moderamen leeft. De Commissie voor de Rechtspraak heeft krachtens art. 23 Inv. bep. beslist, dat art. 57 van het Algem. Reglement is vervallen, dat art. 14 inv. bep. geen secundus vermeldt, dat in art. 19 abusievelijk een interpolatie voorkomt, ook te zien aan de schrijfwijze, en dat een nadere regeling noodzakelijk is. Voor de Algem. Synodale Commissie ligt dit op den weg dier Commissie, terwijl de Generale Synode bepaalt, dat de Assessor voorloopig den Scriba eventueel zal vervangen. Het leek verschillenden het eenvoudigste toe, dat een eventuëele Secundus Secr. Algem. Synodale Commissie tevens secundus Scriba Generale Synode is, doch deze figuur ontbreekt.
8. Ds. G. P. Klijn, van Charlois, is benoemd tot Redacteur van 't Evangelisatieblad „De Open Deur", waarmede hij combineert zijn werkzaamheid als Redacteur van „De Hervormde Kerk". Een en ander wegens ontslagname van ds. G. van Veldhuizen, die een beroep naar Groningen aannam, blijvende nochtans ook aan „De Hervormde Kerk" verbonden. Ds. H. Bout was in de Redactie benoemd, doch heeft bedankt.
9. Aan de Protestantsche Kerken in Indonesië zal een Open Brief gezonden worden, 't Ontwerp oogstte nog al wat critiek, daar de werkgroep Kerk en Samenleving meer geredeneerd heeft uit het oogpunt der samenleving dan uit dat der Kerk. De vrees bestaat voorts, dat het in Indië wel eens kon gaaa als in het Mohammedaansche Egypte. Godsdienstvrijheid moet niet contractueel zijn, doch in het Evangelie gegrond. In den brief waren reeds vele goede verbeteringen aangebracht, zoodat de hoop uitgesproken werd dat hij onze mede-christenen aldaar bemoedigen zal.
10. Een contact-Commissie buitenland Zeydner— Berkhof—Schorer zal de brieven met verzoeken, met name uit Duitschland, onder de oogen zien.
11. In de week van 24—29 Maart zal er des voormiddags een gewone en des namiddags een buitengewone Classicale Vrrgadering worden gehouden, In de eerste zullen eenige wetsvoorstellen behandeld moeten worden (noodmaatregelen, zie 12, huwelijk) en des namiddags eenige richtlijnen voor de bespreliing van het onderwerp : „De komende Kerkorde" : a. bestuursinrichting ; b. apostolische roeping; c. normeerend gezag van Schrift en belijdenis ; d. Diaconie en Kerkvoogdij.
12. Als vervolg op de Synode van 5 Febr. j.l. wordt thans de noodsituatie der vacante gemeenten uitvoerig besproken. Het aantal vacaturen bedraagt volgens het nieuwste rapport 429. Reeds zijn cicra 50 emeriti predikanten en gerepatrieerde Indische predikanten aan een gemeente verbonden. Nog zijn er een aantal vacaturen, die niet meetellen, zoodat een onmiddellijk tekort dient gesteld te worden op 280. Gezien de inschrijving in het kerkelijke album zal deze noodtoestand over vijf jaren zijn beëindigd. De materie „art. 8 D.K.O." wordt verwezen naar de Commissie voor de Kerkorde. Dit betreft n.l. de beroepbaarstelling van niet-theologen met Universitaire opleiding. (Punt 5 van het ontwerp). Voorts kan de Algem. Synodale Commissie personen uitnoodigen, die zij er in bizondere mate voor geschikt acht, (manslidmaten) bij de Land- en Zeemacht hier en/of in Indië te gaan dienen als geestelijk verzorger. Blijken na hun diensttijd de bizondere gaven, dan kunnen zij hier te lande als hulpprediker worden aangesteld (punt 6). Niet het gewone, doch een bizonder hulppredikerschap kan geëffectueerd worden door beroeping van em. predikanten voor klasse 5 en 6 en voor ongeclassificeerde gemeenten, waarbij vertrouwd wordt, dat de kerkeraden met wijsheid zullen kiezen (punt 2). Candidaten tot den H. Dienst zullen minstens een jaar moeten dienen ter plaatse waar een predikant dienst heeft genomen bij de Land- en Zeemacht (punt 3). Al deze artikelen worden uitvoerig toegelicht. Een uitbreiding bij punt 2 tot godsdienstonderwijzer, die minstens 10 jaren dienst gedaan hebben, werd verworpen. Een eventuëele bevordering van godsdienstonderwijzer tot hulpprediker ligt besloten in punt 6. De eindredactie van deze voorstellen werd opgedragen aan de heeren Karres, Bronkhorst en Dankbaar.
13. De Chr. Nat. Werkmansbond, niet te verwarring met C.N.V., wenscht opgesmolten te worden In de Herv. bond van MannenVereenigingen. Hij zoekt contact met de G.S.
14. De Secretaris doet mededeeling aangaande de toekomstige bureau's der G.S. en A.S.C. Het terrein daarvoor aangekocht beslaat 13 H.A. Het park zal door de stad 's-Gravenhage onderhouden worden.
15. De predikanten Zeydner en Brink zullen op kosten der Indische prot. kerken een contactreis maken naar Indië.
16. Aan prof. dr. M. J. A. de Vrijer, inmiddels ter vergadering verschenen, wordt op zijn verzoek per 1 Oct. a.s. eervol ontslag verleend, onder dankzegging voor de diensten aan de kerk bewezen.
17. Dr. J. P. Kruyt gaat heen als docent van Kerk en Wereld, en dr. F. R. A. Henkels gaat heen als Radio-predikant. Eerstgenoemde wordt hoogleeraar te Utrecht, laatstgenoemde wordt predikant te Heemstede.
18. Een voorstel van prof. de Vrijer tot het vormen van Protestantsche tehuizen waar men zich een poosje kan terugtrekken uit het drukke leven, wordt met 28 tegen 11 stemmen aanvaard tot nadere uitwerking.
19. De Goede Vrijdag wordt niet tot een Christelijke feestdag verheven. Kerkdiensten met viering van des Heeren H. Avondmaal blijven aanbevolen, waarbij het verzoek alle werkzaamheden in overheidsdienst en particulier bedrijf te vier uur des nam. te beëindigen, alsmede het verzoek aan de burgemeesters alle publieke vermakelijkheden dien dag te sluiten. Het rapport wordt aanvaard.
20. Op een vraag van het P.K. van Groningen of men aan de Geref. Kerken en G.K. art. 31 gebouwen moet afstaan, zal geantwoord worden, dat deze kerken een plicht hebben tegenover elkander, dat zij door hun scheuring den nood van het Geref. protestantisme hebben verhoogd, doch dat, indien eigen hervormde gemeenten er geen geestelijke schade bij lijden, het wenschelijk is den gescheiden broederen onderdak te verleenen.
Ziehier de hoofdzaak van deze Synodale zittingen, welke door ds. Zeydner plechtig werden besloten des Vrijdagsmiddags 28 Februari.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's