De tragedie van het Joodsche volk
Zou er wel één volk op den ganschen aardbodem wezen, wat zoo heeft geleden als het Joodsche volk. En dat niet slechts in deze eeuw, maar we mogen wel zeggen in alle eeuwen.
Wat zijn ze alle eeuwen overal vervolgd. Denk maar eens aan het ontstaan van de Portugeesche synagogen in ons vaderland. Portugeesche Joden werden vervolgd door de Roomsch Katholieken in Portugal en vonden in ons vaderland een veilig toevluchtsoord.
Wie kent niet 't bekende woord : Jodenpogroms. Maar lest heugt best. Wie denkt niet met schrik terug aan den haat van het Nazidom tegenover het oude bondsvolk Israël ?
Bij duizenden en tienduizenden zijn ze naar de concentratiekampen gevoerd en tenslotte zijn ze terecht gekomen in de gaskamers en in de verbrandingsovens.
En toch, hoe vaak dit volk al bedreigd is met totale vernietiging, toch heeft het zich onder het voorzienig bestel Gods weten te handhaven. Hoewel verstrooid onder al de volkeren der aarde, heeft het zijn eigen karakter weten te bewaren. Het heeft zich niet vermengd met de andere volkeren der aarde. Er kan aan u of aan mij niet meer gezien worden of we behoorden tot de Saksen of tot de Friezen of tot de Allemanen. Maar een Jood verraadt meestal onmiddellijk, dat hij een Jood is.
Slechts weinig Joden zijn met Christenen in het huwelijk getreden. Hun hecht aaneengesloten gezinsleven vormde de krachtige cel, waaruit het volk was opgebouwd. De eerbied voor het ouderlijk gezag onder het Joodsche volk heeft bewondering opgewekt. Israël heeft dan ook ondervonden de waarheid van den beloofden zegen, die zou worden verbonden aan het eeren van vader en moeder.
Er staat immers in Epheze b vs. 2 en 3 geschreven : Eer uw vader en uwe moeder (hetwelk het eerste gebod is met een belofte), opdat het u wèl ga en dat ge lang leeft op de aarde.
De Joden en de Chineezen zijn van de oudste volken, die er op aarde leven. Maar juist bij die Joden en Chineezen vinden we de eerbiediging van vader en moeder, zooals ze nergens gevonden wordt.
Een raadselachtig volk is dat Joodsche volk !
Het is u misschien bekend, dat eens een Duitsche keizer aan z'n hofprediker vroeg naar een bewijs van de waarheid van de Heilige Schrift. En toen luidde het antwoord van den hofprediker : de Joden, Sire.
Inderdaad laat ons de geschiedenis van het Joodsche volk duidelijk de hand des Heeren zien.
Hoe komt het toch dat dat Joodsche volk zoo lijden moet, zoo schrikkelijk lijden ? Waarom mocht die Jood niet op een bank in het park zitten ? Waarom zat een Joodsch reiziger van netten huize in de oorlogsdagen zijn boterham te eten op de stoep van een heerenhuis in Harderwijk ? Waarom werd die Jood njet toegelaten in een koffiehuis om zich daar bij de kachel te verwarmen en daar een kop koffie te gebruiken ?
Men heeft gezegd, en vooral in Duitschland, dat de Joden te indringerig waren. In de Berlijnsche klinieken voerden de Joden de heerschappij. De groote handelsbanken waren in handen van de Joden. In de politiek drongen ze op den voorgrond, overal waar ze maar konden. En daarom wilde men de Joden terugdringen.
Het kan allemaal waar wezen. Maar daarmee is toch niet alles gezegd. Ik heb eens een gesprek met een Jood gehad, die erkende, dat vele Joden bedriegelijk waren geworden. Maar hij gaf de schuld aan de Christenen. Omdat de Joden overal werden vervolgd en werden verdreven, hebben ze hun toevlucht moeten nemen tot list en tot sluwheid, om zichzelf te handhaven. Zoo verklaarde het die Jood.
Ik herinner mij nog levendig, hoe ik enkele jaren geleden door een Joodsche vrouw werd verzocht om haar gezin een bezoek te brengen. Het was in die dagen, toen in Harderwijk de Joodsche families werden opgepakt om naar Duitsche concentratiekampen te worden weggevoerd. Ik zal het nooit vergeten, dat die Joodsche vrouw met tranen en angst in hare oogen mij vroeg : Is het waar, dat er in uw Protestantsche bijbel staat geschreven, dat onze menschen (de Joden) bij de ter dood veroordeeling van Jezus door Pilatus, zouden hebben uitgeroepen : „Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen ? "
Toen heb ik het aan die Joodsche menschen moeten zeggen, dat inderdaad de Joden hun Heiland niet straffeloos hebben kunnen verwerpen. Jeruzalem is met den grond gelijk gemaakt. En het volk Israël is na de verwoesting van stad en tempel verstrooid tot aan de einden der aarde. In een van de legenden rondom de lijdensgeschiedenis is sprake van Ahasveros, die aan den Heere Jezus op den via dolorosa een glas water zou hebben geweigerd. Na de aanschouwing van de wonderen, die bij het sterven van den Heiland hebben plaats gehad, zou hij nergens meer rust hebben kunnen vinden. De „wandelende Jood" zou nooit meer rust vinden.
We laten deze legende, voor wat ze is, maar de geschiedenis van Israël gelijkt op die van den Jood Ahasverus uit de legende. Dat volk vindt nergens rust op den ganschen aardbodem.
Toch heb ik het gesprek met die Joodsche familie niet beëindigd zonder hen te wijzen op dien Heiland, die een redder wilde wezen, zoowel van den Jood als van den heiden.
O, wat hebben de Christenen een dure roeping tegenover Israël. Wij kregen het Oude Testament van het volk van Jacob. De Heiland was naar vleesch en bloed een echte Israëliet. Ik weet het wel, dat de arbeid der Zending onder Israël moeilijk is, maar als straks de gezaligden uit alle naties den troon Gods vol aanbidding zullen omringen, dan zal ook het volk van Jacob niet gemist worden. Men kan in deze dagen geen dagblad opslaan of met groote letters wordt weer de aandacht gevraagd voor de oplossing van het Joodsche vraagstuk. Engeland weet er geen raad mee. Aan de eene zijde staat het zeer sympathiek tegenover de plannen van die Joden, die weer terug willen naar het Heilige Land. Aan den anderen kant ziet het met groote vreeze, hoe die heele Arabische wereld in beroering komt. Met groote verbittering zien de Arabieren dat het percentage van de Joden gestadig toeneemt. De eene sinaasappeltuin na de andere gaat over in Joodsche handen.
De Mohammedaan vreest op den duur uit het Palestijnsche land te zullen worden verdrongen. Vandaar dat de Arabieren zich met alle kracht tegen de verdere vestiging van de Joden in Palestina blijven verzetten. De Engelsche regeering durft de knoop niet door te hakken. Ze heeft het probleem in handen van de Vereenigde Naties gesteld. Met groote belangstelling zien we de behandeling van het Joodsche vraagstuk tegemoet.
Zou er op grond van Gods Woord nog verwachting wezen voor Israël in de toekomst, die voor ons ligt ?
Daarover zijn de meeningen zeer verschillend.
Het Zionisme is een Joodsche beweging, welke er naar streeft om den Sionsheuvel weer tot het middelpunt van Israël te maken.
Wat zouden ze gaarne den top van den Sionsheuvel in bezit nemen. In het psalmlied van Israël heeft de dichter bezongen, dat de Heere niet de bultige, trotsche bergen van Bazan, maar wel dien nederigen Sionsheuvel heeft begeerd, om aldaar te wonen. Thans staat op den top van dien gewijden heuvel een Mohammedaansche moskee. Dat is een doorn in het oog van alle Joden.
In het rechtzinnige kamp van de Christenen is men het pok niet eens over de toekomst van Israël. Er zijn er geweest — denk maar aan Brakel — die verwachten, dat er nog een massale bekeering van Israël komen zal voor het einde aller dingen. Ook het aardsche Jeruzalem speelt dan een groote rol in die toekomstverwachtingen. Gij kent toch wel „Het Zoeklicht", het orgaan van den heer Joh. de Heer, die met groote geestdrift die Joodsche toekomstverwachtingen heeft verdedigd.
Maar daar naast staat een andere groep, die meent dat er voor Israël geen meerdere verwachting is dan voor de andere volkeren der aarde. Al die plaatsen uit psalmen en prorfeten, die over Israël en Jeruzalem handelen, moeten naar hunne meening slaan op het geestelijk Israël. Dat geestelijk Israël is dan de Nieuw-Testamentische gemeente van Jezus Christus. Ook in die Nieuw-Testamentische gemeente zal Israël een plaats vinden, evenals al de andere volkeren, n.l. dat deel van Israël, hetwelk den gekruisigden Heiland als zijn Zaligmaker leert omhelzen. Het is niet mogelijk om in dit korte artikel beide standpunten in den breede uiteen te zetten.
Voor ditmaal genoeg.
We volgen met belangstelling, wat er over de Joden in Palestina zal besloten worden. Maar laten we middelerwijl bedenken, dat God, de Heere, ons ook den Jood op onzen levensweg laat ontmoeten, opdat we hem zouden bekend maken met het evangelie van den Heere Jezus Christus.
De Heere zegene de Zending onder Israël !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's