De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Misverstand

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Misverstand

4 minuten leestijd

Sommige menschen hebben een vreemde idee van de orthodoxie.

In een artikel over „Gehoorzaam aan de Heilige Schrift, staande op den bodem der belijdenisgeschriften" (Weekblad van de Ned. Herv. Kerk, d.d. 15 Febr. 1947), een artikel, dat den indruk maakt, dat de schrijver zich aan de zijde der orthodoxen schaart, wijst hij op de belijdenis aangaande Gods Woord in de Nederl. Geloofsbelijdenis en de Gallicana (de Fransche geloofsbelijdenis).

Inzonderheid wijst hij op het getuigenis van den Heiligen Geest.

En dan komt de opmerking : „Dit moet de orthodoxie zich laten gezeggen, die den Bijbel voor Gods Woord houdt, omdat de belijdenis het zegt".

Het is niet de eerste maal, dat wij deze of een dergelijke uitdrukking tegenkomen. Op het eerste gezicht zou men willen vragen : „Waar is die orthodoxie ? " Het is toch orthodox om te belijden met de belijdenis : „Wij gelooven zonder eenige twijfeling al wat in de Schriften begrepen is ; en dat niet zoozeer, omdat ze de kerk aanneemt en voor zoodanige houdt, maar inzonderheid, omdat ons de H. Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij van God zijn".

De schrijver heeft het echter over een orthodoxie, die gelooft, omdat de belijdenis het zegt.

Zeker, er zijn menschen, die gelooven, omdat vader en moeder, omdat de dominé, omdat de belijdenis het zegt.

Dat kan den schrijver toch niet zoo vreemd zijn. Het wil ons voorkomen, dat ook hij zoo begonnen is. Of beginnen wij niet allen zoo?

En zelfs, als wij in het waarachtig geloof der kerk mogen deelen door den Heiligen Geest, ook dan nog blijven er stukken der openbaring en der belijdenis, welke wij bij bevinding niet of nog niet kennen.

Zoo zullen er in de kerk altijd menschen zjjn, die niet verder komen dan tot een aannemen, omdat de kerk, de belijdenis het zegt.

De Confessie weet dit zelf heel goed, want zij spreekt er van, dat er altijd hypocrieten in de kerk zijn. (Art. 29). De orthodoxie weet dat zeer goed en daarom staat het in de belijdenis. De kerk gelooft niet, omdat het in de belijdenis staat, maar het staat in de belijdenis, omdat de kerk gelooft.

De schrijver zet de zaken op den kop en gaat van een verkeerd begrip van orthodoxie uit.

Luister maar : „Onderwerping aan belijdenis en kerk als aan volstrekte autoriteit is belemmerend voor het getuigenis van den Heiligen Geest".

Wij vragen : waar is de orthodoxie, die onderwerping aan belijdenis en kerk als volstrekte autoriteit, eischt ?

Zulk een carricatuur-orthodoxie zweeft in de verbeelding van sommige woordvoerders rond, maar dit beeld past volstrekt niet op de levende orthodoxie, die juist daarom voor de belijdenis opkomt, omdat zij uit het leven der kerk is geboren en als zoodanig wordt gekend.

Wij kunnen de zaken geheel anders stellen. Er zijn menschen, die niet gelooven en niet gelooven willen, omdat het in de orthodoxe belijdenis staat. Dit lijkt ons heel wat ernstiger. Voor het welzijn der kerk kunnen wij veiliger een weinig Confessionalisme op den koop toenemen dan belijdenis-vrees. Zoo'n vrees is er.

„De kerk heeft de historische belijdenis met volstrekt gezag bekleed". „De belijdenis ging den toegang tot het levende Woord van God versperren".

Zulke dingen worden neergeschreven, alsof het waar was.

Waarheid is, dat men van de belijdenis niets moest hebben en dat vele predikanten jaren lang in het ambt konden staan, zonder ooit nog kennis genomen te hebben van den Catechismus, laat staan van de Ned. Geloofsbelijdenis, om over de Leerregels tegen de Remonstranten maar heelemaal te zwijgen.

Waarheid is, dat vele predikanten, die op allerlei subjectieve inzichten leefden, wijl zij de belijdenis der kerk niet kenden en ook niet wenschten te kennen, noch ook te onderwijzen, jarenlang de nieuwe leden hebben opgevoed buiten de belijdenis, om niet te zeggen in strijd met de belijdenis.

Waarheid is, dat men de orthodoxie niet kent en haar daarom slechts in een carricatuur kan teekenen.

Men heeft een wanbegrip van het gelooven en belijden der kerk. Men ziet het niet in zijn objectieve werkelijkheid en kan het daarom in de belijdenis niet terug vinden. Men wil strijden tegen subjectivisme en men kan van zijn eigen subjectivisme niet loskomen.

Op die wijze zoekt men naar het nieuwe, dat men niet kent, en versmaadt het oude, dat men niet geleerd heeft.

Wij ontkennen met dit al niet, dat er ook een doode orthodoxie is, maar dit mag geen aanleiding zijn om de ware orthodoxie te miskennen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Misverstand

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's