Ingezonden
Over „Walsen van Chopin" en nog wat
Naar aanleiding van het „Ingezonden" onder den titel „In-droevig" moge een enkele opmerking, welke stellig niet de strekking van dit artikel betreft, mij van het hart. Het komt mij n.l. voor dat onbetwiste classiek hier wordt afgemaakt als verwerpelijk-profaan, wanneer rustigjes-weg inèèn-adem wordt genoemd : bonte avond-carnavalwalsen-van-Chopin. Laten we, om te beginnen, het er over eens zijn, dat alle muziek, of dat nu psalmmelodieën, Bach's passion of Chopin betreft, menschenwerk is, profaan, alzoo voor den Heere verwerpelijk. Maar wij kunnen nu eenmaal met onze door de zonde verontreinigde inspiratie geen volmaakte klank in woord en muziek uitbrengen, ook niet in onze Godelofprijzingen. Tóch bezitten wij het terrein van de kunst en onze kunstenaars bij de gratie Gods. Hoe kunnen we niet in literairen vorm en inhoud van een roman geboeid worden, om er met teugen te genieten van diepen levensernst en realiteit van menschenleven. Als Amsterdammer bezocht ik door 's Heeren bewarende hand nimmer een bioscoop, maar bij-uitstek-echte-klavierwerken van Chopin, getuigend van gerijpte levenservaring in ongeëvenaarden compositievorm (w.o. de „wals", hèèl iets anders, dan waarop je kunt dansen !) heb ik bij tientallen in concertzalen door begenadigde handen hooren vertolken, als een welkom geschenk uit 's Heeren hand. Wanneer de organist in Den Haag dan ook in staat is dit technisch-kunnen te presteeren, doet hij vermoeden een bekwaam organist te kunnen zijn. Want een bekwaam organist zal allereerst een vaardig pianist moeten zijn. Dat velen (en dat euvel komt vooral veel voor onder ons gereformeerden !) kerkgangers den luister van goed orgelspel in den dienst ontgaat is jammer genoeg. „Als d'r maar gespeeld wordt". Achter hoevele orgels zitten organisten die bekwaam zijn voor hun taak ? Die muzikaliteit bezitten, zóó, dat ze méér presteeren dan ternauwernood uit een koraalboek spelen ? Juist nu, in de Lijdensweken. Men vroeg na 'n Avondmaalsbeurt mij eens „of er soms iets aan 't orgel mankeerde" ; ik had in alle voorspelen het koraal in mineur bemediteerd ! Het orgel had blijkbaar niet genoeg lawaai gemaakt. De organist verwachte zijn inspiratie alleen van den Heere en pure den tekst der opgegeven melodieën uit om er, in overeenstemming met den toon der prediking, zijn spel als het ware aan te „huwen". En de gemeente „schreeuwe" niet dóór bij punten en komma's en wendingen in den versbouw. Men verwerpe het terrein van de kunst niet met een verachtelijk :
wereldgelijkvormig.
Joh. H. van der Waag, Organist der Ned. Herv. Kerk te Lage Vuursche.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's