De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gehoorzaam aan de Heilige Schrift, staande op den bodem der Belijdenisgeschriften

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gehoorzaam aan de Heilige Schrift, staande op den bodem der Belijdenisgeschriften

5 minuten leestijd

Weekblad voor de Ned. Herv. Kerk, 15 Febr. '47.

III

„Een Kerk, die zich door den Heiligen Geest laat wedergeboren worden, kan opnieuw gezaghebbend  verkondigen en belijden. Haar actueel spreken ontvangt hetzelfde gezag als haar historisch belijden". (kol. VI). .

Dr. Dokter deed ons een brief toekomen, waarin hij eenerzijds uitdrukking geeft aan zijn vreugde, dat het kerkelijk gesprek voortgang heeft. Anderzijds echter spreekt hij zijn leedwezen uit over ons artikel en is van meening, dat wij hem geen recht doen. Hij wil streven naar de ware orthodoxie ! Het komt ons voor, dat dr. Dokter dan geen bezwaar kan maken, als wij bij sommige minder gelukkige uitdrukkingen den vinger leggen. Wij kunnen echter niet toegeven, dat wij den schrijver geen recht zouden doen.

Hij lette eens op boven-aangehaalde woorden : Zoo zou Calvijn het toch niet gezegd hebben. „Een Kerk, die zich door den Heiligen Geest laat wedergeboren worden." Het is reeds vreemd kerk met een hoofdletter te schrijven, want met de Kerk wordt die geestelijke werkelijkheid genoemd, die uit de krachten der wedergeboorte leeft.

Doch afgezien daarvan is het toch niet juist om van de wedergeboorte op die wijze te spreken. Men kan toch niet zeggen : ik zal mij door den Heiligen Geest laten wedergeboren worden of gij moet u door den Heiligen Geest laten wedergeboren worden. Dat is volmaakt in strijd met de belijdenis van de souvereiniteit Gods.

Dr. Dokter kan wel beweren, dat hij het rechtzinnig bedoelt, maar hij zal toegeven, dat het dan toch zoo niet door den beugel kan. „Haar actueel spreken ontvangt hetzelfde gezag als haar historisch belijden".

„Het kan zijn, dat de Geest zóó werkt in de Kerk-van-nu, dat zij, na ten bloede toe te hebben geworsteld met haar historisch belijden, in haar actueele prediking momenten uit de verkondiging der Heilige Schrift accentueert, die de historische belijdenis niet tot hun recht liet komen. Het kan aan de Kerk-van-nu gegeven zijn, als de slotsom van een worstelen en zoeken, van een dwalen en terugkeeren van anderhalve eeuw aan de schat der Kerk een nieuwe schat, gedolven. uit de Heilige Schrift, toe te voegen."

Wij nemen aan dat dr. Dokter bedoelt, dat de kerk van heden zoover is afgeweken van haar belijdenis, dat zij zal hebben te worstelen om in het geloof tot haar terug te keeren en dat zij, zoo God het geeft, van uit dat geloof een antwoord geven zal op de vragen des tijds en daarmede ook nieuwe stukken toevoegen aan haar belijdenis.

Zoover zijn wij gewis nog niet, maar wij zijn het met den schrijver eens, dat zulk een nieuwe schat niet zal gewonnen worden, tenzij de kerk wederom leert leven uit het geloof der vaderen.

Het is duidelijk, dat niet anders dan ongeloof en ongehoorzaamheid de kerk van nu in den weg staan om ook onder de werkorde ernst te maken met die belijdenis.

Feit is ook, dat de belijdenis door velen wordt afgewezen. Dat echter is op zich zelf volkomen onkerkelijk en kan in de kerk geen aanspraak maken op recht. Zelfs de historische verwording, welke de openbaring der kerk zoozeer in verwarring bracht. kan de onrechtmatigheid niet wegnemen van de belijdenis der kerk gering te achten of af te wijzen.

Maar de schrijver noemt nog een ander bezwaar: „Zoolang eenerzijds de historische belijdenis als wet wordt gehanteerd." Wij hooren deze uitdrukking van zekere zijde meer en zij schijnt voor sommigen tooverkracht te hebben. Principes mag men er ook al niet op na houden. Zij, die zoo spreken, willen dat ook op de Heilige Schrift toegepast zien. Die mag men ook niet als wet gebruiken.

Dergelijke spreekwijzen doen opgeld in onze dagen, hoewel er geen sprake van een hanteeren der belijdenis als wet is. Het is alles slechts afweer van een kerkelijke tucht, waarvoor men beducht is. Doch als men geen normen mag erkennen voor het leven en streven des geloofs, kan daaruit slechts èèn consequentie volgen : de chaos.

De saamvatting wijst nog eenmaal op de erkenning van het volstrekte gezag van „het getuigenis der apostelen en profeten". De Schrift zelf spreekt van het fundament van de apostelen en profeten, maar is het nu zoo moeilijk voor den schrijver om van het goddelijk gezag der Heilige Schrift te spreken ?

Dit gezag manifesteert zich volgens dr. Dokter, „doordat de Heilige Geest aan de kerk haar verkondiging schenkt uit de Heilige Schrift, als het geschreven document van hetgeen de Heilige Geest gezaghebbend openbaarde aan profeten en apostelen".

Een dergelijke omschrijving draagt toch geenszins den stempel van ware rechtzinnigheid.

Het gezag van de Heilige Schrift manifesteert zich volgens de belijdenis in het hart der geloovigen door den Heiligen Geest. Het testimonium. Spiritus Sancti : zegt, dat wij met de goddelijke Schriftuur van doen hebben en doet ons voor dat goddelijk gezag buigen.

Zoo wordt de kerk uit de levende werking van Woord en Geest gebonden.

Zoo wordt dan weer het Woord aan de kerk toebetrouwd en haar bevolen het Woord te prediken, opdat de Heilige Geest ook de anderen, die nog niet tot kennis der Waarheid kwamen, zou roepen en door de kracht dor wedergeboorte levend maken.

Die Heilige Geest leidt de gemeente Gods in de Waarheid naar het eigen woord van den Christus. Het is waar, dat dit gezag zich niet verdraagt met allerlei menschelijke eigenwijsheid, maar het is ook waar, dat God zich aan goddelooze menschen openbaart, zoodat zij spreken en belijden moeten, ondanks hun zonden en gebreken.

Dit actueel belijden wordt niet voorbereid door een intens theologisch en kerkelijk gesprek, zooals dr. Dokter meent, maar door de ontdekking van onze zonde door den Heiligen Geest en van onze rechtvaardigmaking in den Christus.

Alleen zóó kan de reformatorische kracht van het sola fide wederom openbaar worden in ons kerkelijk leven.

Men spreekt veel over de kerk als een gegeven grootheid. Het kan van belang zijn er op te wijzen, dat de kerk ook moet gezien worden als een vergadering van ware Christgeloovigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Gehoorzaam aan de Heilige Schrift, staande op den bodem der Belijdenisgeschriften

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's