Volkskerk
Is de Hervormde Kerk nog een volkskerk ? In naam en traditie nog altijd. Bovendien is het aan geen der gescheiden kerken gegeven een volkskerk te worden.
De Christelijk-Gereformeerde Kerk bleef een „kleine" Kerk. De Gereformeerde Kerken ontplooiden een krachtig kerkelijk en politiek leven, maar vielen door onderlinge twist uiteen.
Hersteld Verband tengevolge van de actie Geelkerken en het beleid van Assen, heeft als afzonderlijke kerken een kort en weinig vruchtbaar bestaan gehad en werd onlangs met de Hervormde Kerk vereenigd.
Nu weer werd een scheuring in de Gereformeerde Kerken het gevolg van dogmatische leergeschillen, terwijl men voor de ernstige vragen van den dag geen tijd of geen oog schijnt te hebben.
Andere secte-kerken kunnen wij laten rusten. Ondanks de innerlijke verdeeldheid in de Hervormde Kerk vanwege de richtingen, blijft deze, dank zij de organisatie van 1816, nog een eenheid.
Geschiedenis en organisatie werken dus samen om de traditie te onderhouden, die men gedurende den bezettingstijd en daarna poogt te doen herleven door velerlei actie op kerkelijk, sociaal en politiek terrein.
Volkskerk!
De vraag rijst bij sommigen, of dit niet overdreven is, wanneer men ziet op den staat van kerkelijke decadentie, op de ontstellende ontkerstening, op de vervreemding van de geboden Gods in het openbare leven.
Is het geen ijdele pretentie nog van een volkskerk te spreken ? Kan het wat anders zijn dan ongemotiveerd idealisme haar nog als volkskerk te willen laten gelden ?
Een volkskerk moet groeien. Vergeefs zoekt men te vluchten in een zendingskerk, d.w.z. de kerk als zendingskerk te willen zien en haar er toe te willen maken. Vergeefs ook betrekt men een zoo groot mogelijk stuk van ons volk bij haar als een post pro memorie. Vergeefs beraamt men op middelen om de verloren massa aan te grijpen en te herkerstenen.
Dat alles zou vruchtbaar kunnen werken, indien men dat echt kerkelijk deed.
Helaas, is dat in menig opzicht niet het geval. Men volgt methoden, die menscheltjk gesproken niet tot het doel kunnen leiden, omdat het uitgangspunt niet juist is.
Wij willen dus niet beweren, dat er niet heel veel is gebeurd en nog gebeurt in de kerk, dat lof verdient en waard is te worden opgemerkt en — op zich zelf genomen — ook aanspraak mag maken op onzen steun.
Wij zijn ook Hervormden en wenschen mede ons aandeel te dragen in de verantwoordelijkheid. Dat echter moet ons ook mogelijk gemaakt worden. Alleen het besef, dat wü de verantwoordelijkheid voor verschillende handelingen en practijken niet kunnen dragen, noopt tot critiek.
Men vergeet, men ziet niet in, of wil niet inzien, dat alleen het echt reformatorisch geloof, zooals dat uitdrukking vond in haar belijdenis, de kracht van de oude volkskerk is geweest — en nog altijd is. Ontnam men aan de Hervormde Kerk van nu haar belijdenis, kon men haar ontledigen van het geloof, dat zij daarin belijdt, men zou ervaren, dat zij geen kracht van weerstand meer zou hebben tegen den geest dezer eeuw.
Daarom moet men die belijdenis niet krachteloos maken door neo-modernistische speculaties, die uit de crisis opkomen, ook de zwakheden van de crisis vertoonen. Dat werkt uitteraard schadelijk op het kerkelijk leven en geenszins bevorderlijk aan de volkskerk. Integendeel.
Of is het geen crisisverschijnsel, dat men de reformatorische belijdenis aangaande de Heilige Schrift, zijnde goddelijke Schriftuur, niet meer met een eenvoudig hart kan aanvaarden, dat men de leer der Heilige Schrift aangaande onze schepping, van den zondeloozen staat des menschen, van zijn val, als goddelijke openbaring en historische werkelijkheid wegdringt.
Dat men geen ernst maakt met de zonde, van geen Christelijke levenshouding. Christelijke beginselen in tegenstelling met het moderne heidendom wil weten, hangt daarmede onmiddellijk samen.
De negentiende-eeuwsche geest, die zich niets maakte zijn eigen geschiedenis te maken, is nog niet dood, maar hij wordt openbaar als de geest van den mensch der zonde, den erfelijk belasten Godverlater.
De kerk moet dien mensch niet tegemoet komen met bedriegelijke omwimpeling en verhulling van de Waarheid Gods om de kracht des Evangelies tegelijk weg te nemen.
Zal zij zich wederom als volkskerk openbaren, dan heeft zij uit te zien naar haar kinderen in de verstrooiing en ze te roepen uit de sectarische slobstegen, waarin zij vastgeloopen zijn. Zij heeft appèl te houden over de reformatorische belijdenis en ze saam te roepen in een gemeenschappelijk protest tegen den geest dezer eeuw binnen en buiten de kerken, tegen een heilloos modernisme en te vergaderen tot de eenigheid des geloofs, waarvan haar belijdenis getuigt.
Zoo zou zijl wederom volkskerk kunnen worden en een pilaar der vastigheid ztjn in ons volk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's