De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet.

FEUILLETON

4 minuten leestijd

46

„En moet u die dus schrijven, Vader ? " riep Rea uit, over-blij. Zij gleed van haar steen af, viel op de knieën, en vatte van Vader en Moeder beiden een hand. „Hoe dankbaar moeten wij hem zjjn, dat hij zulk een goed vriend van u is ! Dat u hier in het land nog een Thora zoudt mogen schrijven, wie had dat kunnen denken ? "

„Neen, ik had gedacht, hier alleen maar te zullen sterven, en nu moet ik nog minstens een paar jaar blijven leven".

„Tot uw honderdste jaar — tot uw honderdste jaar, allebei ! En ook Reb Nathans — God moge hem honderd jaar laten leven, dat hij zijn kindskinderen zie ! Zij hebben u nog allen zoo noodig. Nog één keer een Thora, en dan hier, in Erets Israël!"

Ook Mandel verheugde zich zeer en legde als bewijs daarvan Rea een hand op den schouder, als sprak hij tegelijkertijd door haar zijn zegenwensch uit. „Dit is beter, dan alles wat ik heb mogen doen en het komt precies op den goeden tijd. De winter staat voor de deur, dan zal ik dus dadelijk kunnen beginnen. Ik zie werkelijk, dat ik geschapen ben om de heilige Thora af te schrijven" zei Sinaï.

Zijn stem was zacht en aarzelend, als door tranen verstikt, en een lang aanhoudende donderslag, die wel langs den geheelen hemel scheen te rollen, deed die laatste woorden verloren gaan. Toen de laatste galm verdwenen was, liet Suze weer, als uit een beheerschten en lang teruggehouden jubel zich hooren : „Het trekt om ons heen, wij zullen er dit keer stellig het onze van krijgen ! Er komt veel genade opeens, nadat de hemel zoo lang gesloten is geweest. Gij kinderen, zult allen uit deze Thora hooren voorlezen, die uw vader geschreven heeft, en misschien nog in de laatste dagen, als Messias gekomen is ! Maar dat is nog niet alles ; dat is nog niet het eenige goede, dat Nathans ons heeft geboodschapt".

„Wat dan nog meer ? Wat heeft hij nog verder gezegd ? "

Om den hoek van het huis kwam Samuel, en er viel een glans van trots en geluk over zijn gelaat. „Mag ik het zeggen ? "

Sinai keek hem aan, en hij lachte zacht als een kind, dat midden in zijn smart en angst een of andere vreugde ontvangt — men kan dan het snikken toch nog hooren. „Wat mij betreft", en triomfeerend kwam het er toen breed en trotsch bij den twaalfjarige uit: „Jullie weet, dat Reb Sinai een geschrift daarover geschreven heeft, dat Kalix niet Eleasar, maar Rabbi Elieser heet, — en dat hij daarmede grooten roem heeft ingeoogst. Gij weet, dat hij den Talmud kent, beter dan menig Rabbijn, en dat hij steeds zooveel mogelijk naar de voorschriften van den Talmud leeft. Gij weet —"

„Houd toch op, Samuel, — zoo bedoelde ik het niet. Dacht je, dat ik door jou geprezen wilde zijn ? "

„Maar als ik het nu vertellen zal, hoe kan ik het dan anders vertellen ? Want dat is toch de oorzaak. Hebt u soms geen rapporten geschreven, waar de Rabbijnen versteld van hebben gestaan om het hooge verstand, dat er uit sprak, en hebben ze u geen vragen gesteld bij moeilijke kwesties, het ceremonieel betreffende ? Dat alles weet ook Reb Nathans. En nu, wat volgt daaruit — als ze hier een nieuwen Rabbijn noodig hebben ? " Hij wendde zich met die vraag tot het jonge paar.

„Nu, zeg het toch gauw, Jij weet het immers toch !"

„Reb Sinaï zal plaatsvervangend Rabbijn zijn in Baitjisrael, zoolang hij leeft, en het zijn wil is". Iedere lettergreep als op zijn tong proevend, vertelde Samuel hun dit ongedachte nieuws met groote aandoening.

„Geloofd ! Gezegend !" juichte Rea, en kuste de handen van haar beide ouders. „Dat komt u toe !.

„Zij weten, wat zij doen", gaf Mandel toe. „Allen zullen zich daarover verheugen. U zult het voortaan erg druk krijgen, maar uw akker zal toch goed worden verzorgd". Hij dacht slechts aan het eerste, dat noodig was aan den akker, en altijd weer aan den akker. De hoogere dingen liet hij graag aan anderen over.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's