Afdeelingen
Bodegraven.
Voor het eerst na de bevrijding vergaderde onze afdeeling op Woensdag 2 April j.l. in de consistorie der Hervormde kerk. De voorzitter, de heer H. E. Schriek, liet zingen Psalm 25 vs. 2, ging voor in gebed en las Jesaja 55. In zijn welkomstwoord heette hij inzonderheid welkom ds. H. Jonker, die zich bereid had verklaard deze avond een lezing te houden. Daarna verkreeg ds. Jonker het woord en ontvouwde voor ons zijn onderwerp, getiteld : „De uitverkiezing". Z.Eerw. behandelde achtereenvolgens : 1e. De uitverkiezing in de geschiedenis der Kerk ; 2e. De opvatting van Karl Barth over de praedestinatie, en 3e. De Calvinistische opvatting van de leer der uitverkiezing. Spreker liet vooral uitkomen de twee standpunten, die steeds tegenover elkaar staan n.l. het Augustiniaansche met het Sola fide, en het Synergistisch-Pelagiaansche : „God geeft het „kunnen", de mensch moet er zijn „willen" bijvoegen. Vervolgens meldt de geschiedenis ons de standpunten van Calvijn—Gomarus en Erasmus—Arminius. Spreker, die de uitverkiezing behandelde vanuit het standpunt der Dordtsche Leerregels, spoorde aan tot ijverig onderzoek en nauwgezette bestudeering dezer artikelen, omdat er veel onkunde, daaromtrent is en we juist daarin de heerlijke, zuivere leer der uitverkiezing kunnen zien. Bij het standpunt van Barth liet spreker uitkomen, hoe Barth wel van verkiezing en verwerping spreekt, maar niet van verkorenen en verworpenen ; hoe de mensch in zijn schuld door God verworpen is en in Christus aangenomen wordt; hoe hij tegelijk Ezau en Jacob is ; hoe de gansche menschheid Ezau—Jacob is, met al de gevolgen daarvan, o.a. voor het politieke leven, alsmede de ontkenning van het bestaansrecht van Christelijke partijen, Christelijke Scholen, Christelijke vereenigingen, enz. Bij punt 3 besprak Z.Ew. de Calvinistische, Gereformeerde beschouwing der praedestinatie en vooral de voor ons verstand onbegrijpelijke moeilijkheid : Gods raadsbesluit en des menschen verantwoordelijkheid.
Bij de bespreking die volgde, kwam vooral naar voren, hoe 'n geloovige zijn uitverkiezing ziet als 'n vrucht des geloofs en hoe iemand niet mag beginnen met de vraag : „Als ik nu eens wel (niet) uitverkoren ben".
De voorzitter dankte ds. Jonker voor de keurige, duidelijke wijze waarop hij het onderwerp behandeld had en verzocht hem te eindigen.
Na het zingen van de uitverkiezingspsalm (Psalm 89 : 8) ging ds. Jonker in dankgebed voor.
Na afloop der openbare vergadering ging de vergadering over in een huishoudelijke voor de leden. De voorzitter dankte voor de sparende hand Gods in de achter ons liggende benauwde tijden, herdacht de overleden leden en schetste de opleving van den Geref. Bond. In verband met den leeftijd en de wenschelijkheid van 'n hernieuwde actie stelde het bestuur voor en bloc af te treden. Na eenige bespreking werd om des tijds wille niet tot verkiezing vafi de vacaturen overgegaan ; voorloopig werden alleen de vacante plaatsen aangevuld door de verkiezing bij acclamatie van de heeren A. Beversluis en A. Kooij. Na de jaarvergadering zal zoo spoedig mogelijk met de nieuwe actie begonnen worden. 7 aanwezigen gaven zich als lid op. 't Was jammer, dat niet meerderen opgekomen waren. Juist nu is bestudeering der reformatorische beginselen een eerste eisch, opdat we als Gereformeerden pal kunnen staan tegen alle niet-Schriftuurlijke beginselen, die men ons probeert op te dringen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's