De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet de klok achteruit!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet de klok achteruit!

5 minuten leestijd

Vooral in de kringen van „de nieuwe koers" in onze Kerk hoort men de uitroep „Christus de Heer" en wordt de suggestie naar voren gebracht om onze Kerk te confronteeren met de jonge Christelijke Kerk of ook genoemd de oer-Christelijke gemeente der eerste eeuwen.

Die suggestie lijkt ons niet gelukkig. Vooral niet, als men rekening houdt met datgene wat dr. Berkhof in zijn boek „Geschiedenis der Kerk" ons aangaande de jonge Christelijke Kerk meedeelt.

Als hij meedeelt, dat de Christelijke Kerk in 't algemeen in de generatie na Paulus reeds de boodschap der genade niet heeft verstaan (blz. 27 en 28).,

dat de afstand tusschen de Apostolische en de na-Apostolische Kerk zoo ontstellend is, dat men in de na-Apostolische tijd de genadegedachte heeft vergeten en men zich aan het moralisme heeft overgegeven,

dat het onbijbelsche dualisme tusschen geest en stof — dank zij het Grieksche denken — met de sexuëele ascese de doorslag heeft gegeven,

dat men het Avondmaal ging beschouwen als farmakon athanasias, geneesmiddel van de onsterfelijkheid,

dat men het Evangelie ging vervormen, getuige de verschillende onechte Evangeliën, die ontstonden (Petrus Evangelie, Paulus Evangelie etc), dat de bouwsteenen voor het Roomsche stelsel in de Middeleeuwen als hiërarchie, moralisme, sacramentsmagie, mirakelgeloof, volgens Berkhof in de na-Apostolische tijd, in de generatie na Paulus reeds werden gevonden,

dat dus zoo de Evangelieboodschap werd misverstaan,

dan is de suggestie, om onze Kerk naar die oer- Christelijke Kerk terug te voeren, voor onze Kerk en voor het verstaan van de Evangelieboodschap, zacht gezegd, niet gelukkig te noemen.

Of men moet Roomsch worden, om die ontwikkeling wel als rechtmatig te erkennen.

Datzelfde geldt ook voor de formule Christus de Heer, de z.g.n. oerformule in de Christelijke Kerk. De formule „Jezus de Heer' (1 Kor. 12 vs. 3) was de oerformule in de jonge Christelijke Kerk.

Tegenwoordig wil men met deze formule zooveel mogelijk stroomingen vereenigen.

Wordt die formule met dat doel gebruikt, dan gebeurt dat o.i. ten onrechte. Immers die formule is een stuk Openbaring en mag alleen gebruikt worden in den zin der Openbaring, in het bijzonder van de geloofsleer van Paulus, in zijn brieven beschreven.

Paulus kan men in het gebruik van deze formule zoo maar niet terzijde schuiven.

Maar er is meer. Door zich alleen op die formule te baseeren, snijdt men de leiding des Geestes met de Kerk in alle eeuwen af.

Berkhof beschrijft in zijn boek telkens zoo schoon, hoe Gods Geest de Kerk door alle ketterijen en dwalingen heen geleid heeft, zoodat men van de algemeene formule „Jezus de Heer" gekomen is tot de trinitarische doopbelijdenis, daarna tot de Apostolische Geloofsbelijdenis (12 artikelen en Geloofsbelijdenis van Nicea. Wij zien daarin de leiding van Gods Geest, die de Heer der Kerk beschermt tegen de dwalingen en de leer verdiept voor de geloovigen, zoodat de belijdenissen zijn geworden een schat, die de geslachten tot geestelijk heil aan de volgende geslachten overleveren. Wij gelooven ook, dat het Gods Geest is geweest, die de Waarheid tegenover de leugen als een licht heeft doen schijnen in de Reformatietijd.

In die strijd tegen de leugen werd de leer en met de leer de belijdenis telkens uitvoeriger en dieper. En zoo komen naast de algemeene belijdenisgeschriften (Apostolische belijdenis, Nicea, Athanasius) de bijzondere geloofsbelijdenissen (drie formulieren van eenigheid), welke door de leiding des Geestes in de geschiedenis de belijdenis van onze Kerk zijn geworden.

Door die leiding des Geestes in de geschiedenis is het geloofsleven dieper, de Waarheid helderder en de leer duidelijker geworden.

Wil men nu in onze tijd terug naar de oerbelijdenis, dan negeert men de geschiedenis, dan negeert men de leiding des Geestes, dan zet men de klok der Kerk achteruit. Dit kan niet ten voordeele van de Kerk zijn. Het eenige heil zien wij als Gereformeerden voor onze Kerk, dat zij tot, hare belijdenis, waarvan zij is afgegleden, terugkeert, dat is tot de theologie der Reformatie.

Misschien vraagt men : „Is dat dan niet de klok achteruit zetten ? "

Neen, omdat de Kerk sinds de Reformatie niet meer de Waarheid heeft verdiept, maar daarentegen van de Belijdenis is afgegleden en open is gaan staan voor de philosophie (Rationalisme en Modernisme). De Fransche en Duitsche philosophie is de Kerk binnengedrongen en heeft zoo het licht van de Evangelieboodschap verduisterd.

Stond de Middeleeuwsche Kerk onder invloed van Aristoteles, de Kerk na de Reformatie kwam onder invloed van het Rationalisme, Kant en Hegel.

Taak is nu, dat de Kerk naar de Openbaring terugkeert en zich zuivert van de philosophische invloeden. Dat ze weer zuiver Schriftuurlijk gaat denken. Wij gelooven, dat de Reformatoren de meest Schriftuurlijke theologie hebben gegeven. Hoe was Calvijn niet wars van alle philosophie ! Hoe heeft hij niet steeds gepoogd de Kerk alleen uit de Heilige Schrift te onderwijzen, hoe heeft hij niet gestreden tegen de philosophische invloeden in de Middeleeuwsche theologie, hoe spreekt hij niet schamper over de natio philosophorum.

En daarom is de roep, die klinken moet in onze Kerk, niet : Terug naar de oer-Christelijke gemeente met haar algemeene Christusbelijdenis, in welke Kerk reeds de Grieksche philosophische invloeden werkten, maar terug naar de Reformatorische theologie, die het zuiverst Schriftuurlijke Openbaringswaarheid wil geven.

Bij de eerste roep negeert men de leiding van den Heiligen Geest in de Geschiedenis der Kerk. Bij de tweede roep sluit men aan bij de geschiedkundige leiding des Geestes in de Kerk, den Geest, Die Zich alleen van het Woord wil bedienen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Niet de klok achteruit!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's