De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet.

FEUILLETON

4 minuten leestijd

Een verhaal uit het hedendaagsche Palestina

50)

Een geweldig gekraak en een majestueus gerol van den donder deden hem ophouden. Het rolde den kant van de vlakte van Jizreël op, alsof het aan de wolken de grenzen afteekende, waarbinnen deze zich zouden hebben te ontlasten. Tegelijk werd in het woud op den berg het geluid van de dieren ook sterker. Stemmen die den „nieuwen" onbekend, slechts den bewoners van dit land vertrouwd waren. Kreten, die elkaar beantwoordden, gekras, gefluit, en de hoonende afgrijselijke wangeluiden der hyena's, die voor Samuel onvergetelijk waren. Ook de ezel balkte klagelijk in den stal, en de geiten blaatten. Bedenk nu eens, waar wij ons bevinden", riep Sinaï. „Hier zijn de legerscharen in het stof gezonken en de paarden en wagens geheel verbrijzeld. Deze bodem heeft veel Joodsch bloed gedronken en veel geschrei en rumoer vernomen".

Maar het zal misschien ook hier zijn, dat onze Koning ons vergadert". Nu boorde zich de stem van Samuel met ingehouden juichklank door het donker. „Als allen van Zijn volk, die Hem trouw gebleven zijn, in het land zijn teruggekeerd, — dan zal de Gezalfde honderdduizenden mannen achter zich hebben, die niet meer overwonnen zullen kunnen worden. Davids bloed zal hersteld worden, en het zal den troon oprichten ! Adonai heeft het door alle tijden heen in het leven behouden, en Hij zal het uit het duister aan het licht doen treden. En dan volgen wij Hem allen".

„Wel, zeker ! Dicht achter Hem zal ik gaan — en niemand zal vóór mij komen !" Mandel riep dat uit in niet te betoomen vervoering, en deed van den huismuur een kleinen sprong tot binnen hun kring, want hij had een blinde hoogachting voor het inzicht van zijn jongeren zwager, als het de hoogere dingen betrof. Hij balde zijn vuisten. „Dat kan ik hiermee doen, en daar heb ik mijn hoofd niet voor noodig. Laten jullie zulke dingen nu maar aan mij over ! Ha, niemand zal er mij van kunnen terughouden, ook jij niet, Rea, als ik Hem maar even zie, ben ik direct bij Hem. Dan zullen we niet meer die „Joodjes" zijn, en de Gojim zullen zich de oogen uitwrijven. En dan zullen we het land doortrekken en alle vreemden over de grenzen drijven — torens bouwen en het land beschermen. Groote huizen zullen wij bouwen, en het veld bewaken. Zion bouwen, en die stad zal de Gezalfde zelf bewaken.

Dan zullen wij ook dat gaan doen. waarmede zich de heidenen roem verwerven : wij zullen met het zwaard er op in houwen ten bate van ons eigen land".

Een gekraak antwoordde hem. Van het Westen rommelde en knetterde het over de vlakte als van duizend strijdwagens. Het was het geluid van de wagens, het geratel, van de wielen, het stampen van de paarden.

Zwaar, in duistere pakken, hingen de wolken neer, precies als eenige dagen geleden de stofwolken. De verte bleef nu aan één stuk helder licht, en in de harten dezer wachtenden vlamde de vreugde op als een weerschijn. Jossele's tong werd los. Ook hij liet zich nu gelden. „Als ik het beleven mag, dan zal ik ook zorgen er bij te zijn", zei hij langzaam. Maar hij zag, terwijl hij dat zei, er uit als een van de strijders der Makkabeeën, die uit spelonken kwamen, hun vijanden vernietigden en dan weer in hun schuilhoeken teruggingen — ver van alle gemak en van alle goed.

„U zoudt een goed strijder kunnen zijn", zei Rea, terwijl zij hem opzij opnam. Maar Mandel viel haar haastig in de rede : „Wij allen ! Dacht je niet, dat ik dat even goed kon zijn ? Je zult eens zien !" Hij boog zich over zijn mooie vrouw en keek haar overtuigend in het gelaat. Zij lachte, en zocht zijn hand inplaats van eenig antwoord te geven.

Jossele echter bekeek zijn eigen vuisten, die hij onder het licht van een bliksemstraal eens keerde en wendde, — zij waren als hamers. „Dien ik neersla, die staat niet meer op ! Ik heb het eens ondervonden, toen ik het niet wou. —" Een pauze van verdachten aard ontstond nu, — en de anderen wachtten vol benieuwdheid af; toch scheen hij weer in een doffe mijmering terug te zinken. Eindelijk lichtte hij zijn hoofd wat vrijmoediger op.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's