De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Sociale gerechtigheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sociale gerechtigheid

4 minuten leestijd

Voor velen is dit een woord, een leuze. In den grond der zaak kan sociale gerechtigheid geen anderen zin hebben dan wat Calvijn burgerlijke gerechtigheid placht te noemen.

Hij achtte het de taak der Overheid het volk aan de burgerlijke gerechtigheid te gewennen. Burgerlijke gerechtigheid is volstrekt niet een van zelf sprekende, natuurlijke zaak. Zooiets onderstellen de predikers van een z.g. natuurrecht, als zou den mensch van nature zekere gerechtigheid eigen zijn.

Ten onrechte heeft men ook Calvijn zulk een meening toegedicht. Doch als deze Schrifttheoloog over natuurorde spreekt, denkt hij aan den staat der rechtheid en niet aan den staat van den verdorven mensch, die onbekwaam is tot eenig goed en geneigd tot alle kwaad.

Weliswaar heeft God in Zijn algemeene genade den mensch nog eenig besef van Zijn goddelijke heerlijikheid en eeuwige kracht en ook het werk der Wet ingedrukt, opdat hij niet te verontschuldigen zou zijn (Rom. 1 : 18 v.v.; 2 : 14 v.), maar dit weerhoudt hem niet van goddeloosheid en allerlei boosheid. De verdorven mensoh heeft een teugel noodig, opdat de zonde getemperd worde.

Daartoe heeft God de Overheid zoo groote macht gegeven en tot Zijn dienst geroepen, opdat zij in het heidenland naar het werk der Wet in de harten, in het Christenland naar de geopenbaarde Wet Gods zou regeeren en het volk gewennen aan de burgerlijke gerechtigheid naar de norm van Zijn Wet.

Vandaar, dat Calvijn zoo hoogen eerbied eischt voor de Overheid, zijnde Gods dienaresse en met zoo bijzondere autoriteit door God bekleed.

De Schrifttheoloog van heden zal moeilijk de juistheid van dit inzicht kunnen betwisten en de ervaring leert, hoe noodzakelijk het is het volk aan zulk een burgerlijke gerechtigheid te gewennen.

Wat al bepalingen en verordeningen zouden overbodig worden, indien de Overheid zich op deze voornaamste taak met kracht en gestrengheid richtte. Niet de veelheid van wetten, maar de kracht en de aanspraak op het geweten zijn bevorderlijk voor zulk een burgerlijke gerechtigheid en het besef van verantwoordelijkheid.

De Overheid toch kan daarbij van de persoonlijke verantwoordelijkheid harer dienaren meer eischen, en anderzijds meer aan het particulier initiatief overlaten, daar de volksziel wint aan zedelijk oordeel.

Een sociale taak der Overheid, waarop Calvijn wijst, is de zorg, dat een iegelijk uit zijn arbeid kan leven.

Hier ontsluit zich een gebied, waarop de Overheid naar gelang der omstandigheden regel en orde kan stellen en moet stellen, zooals haar beleid noodig acht. Die omstandigheden kunnen zeer verschillend zijn en zich wijzigen, zoodat algemeene en dwingende regelen niet kunnen worden aangewezen. Zij zal echter gehouden zijn naar haar beste kunnen den wil Gods te onderzoeken. Hier is ongetwijfeld ook plaats voor de profetische roeping der kerk, hoewel deze nooit practische politiek voert. De kerk is geen politieke organisatie, maar zij voert den strijd tegen alle ongerechtigheid.

Een iegelijk uit zijn arbeid leven. Dat onderstelt den vrijen arbeid, maar ook paal en perk stellen aan een vrijheid, die anderen belemmert om uit hun arbeid te leven. En dat alles onder beding der burgerlijke gerechtigheid naar de Wet Gods. Het is immers volgens de Heilige Schrift een gave Gods, dat de mensch uit zijn arbeid leeft. Let wel, het is geen recht, dat aan den arbeid kleeft, maar een gave Gods. Uit zijn arbeid leven is een zegen, welke aan onzen arbeid als Gods gave toekomt.

Gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift brengt ook mede ons in deze dingen naar Gods Woord te richten. Wie, die deze gehoorzaamheid zoekt, kan aannemen, dat men dien zegen op zijn arbeid kan verwachten, indien men de geboden Gods veracht ? Men zoekt naar, wat men noemt, sociale gerechtigheid, arbeidsvreugde en welstand maar hoe wil men die vinden in den weg van eigen gerechtigheid en socialisme, terwijl men afkeerig is van een gehoorzaamheid, die allen betaamt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Sociale gerechtigheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's