Christelijke POLITIEK
De onderlinge oneenigheid der Christen-belijders op het staatkundig terrein heeft er bezwaarlijk toe kunnen bijdragen het algemeen bewustzijn te vinden voor een Christelijke politiek. Bovendien noopte de algemeene inzinking van het Christelijk bewustzijn, welke zelfs bij velen tot vervreemding werd en de toenemende heerschappij van een libertijnschen geest de Christen-belijders om hun kracht te zoeken in het isolement.
Sommigen zijn zelfs geneigd tot de meening, dat de Christelijke politiek heeft gefaald, ja, dat het christendom niet bij macht zou geweest zijn ons voor de crisis der cultuur te behoeden.
Deze meening nu is allerminst gerechtvaardigd in het licht van de staatkundige en sociale ontwikkeing sedert de reformatie. De feiten toch kunnen uitwijzen, dat de grondslagen van de moderne staatkunde aan de beginselen der reformatie in den grond der zaak zijn voorbijgegaan. Desondanks heeft de Christelijke geloofskracht onmiskenbaren invloed uitgeoefend op het practische leven.
Maar, zooals gezegd, de theoretische grondslagen der na-reformatorische staatkunde wortelen in natuurrechtelijke beschouwingen, die haar herkomst vinden in de classieke wijsbegeerte en welke onder invloed van het moderne naturalisme hebben geleid tot de ideologieën, die onzen tijd in zoo heftige beroering hebben gebracht.
Uit dien hoofde kan men niet met goed recht beweren, dat de Christelijke religie zou gefaald hebben. Eveneens is het onjuist een Christelijke staatkunde te veroordeelen op grond eener antithese, welke een libertijnsche geest heeft opgeroepen.
Kerk en wereld is bovendien een reëele antithese, welke door geen theologie, die recht heeft op deze waardeering, kan worden ontkend, ondanks de missionaire roeping der kerk in de wereld. Integendeel, reeds de Zendingsroeping stelt die antithese. De gevallen mensch is van nature anti-kerkelijk, zoolang de kerk getrouw is aan haar roeping en zij, die van de kerk zijn, de gehoorzaamheid aan Gods geboden zoeken.
Wat echter wel beschamend en Gode onteerend moet zijn, is de verdeeldheid dergenen, die den Christus der Schriften belijden, en de gebrokenheid van het kerkelijk leven. Uit deze oorzaak ligt een ban op het kerkelijk, leven en de Christelijke levensuiting, welke m een bewogen tijd als de onze, die meer dan ooit behoefte heeft aan vernieuwende levenskracht, in machteloosheid openbaar wordt.
Het is toch onmogelijk, dat een Christendom, dat de innerlijke kracht des geloofs tot gemeenschappelijke gehoorzaamheid ontbeert, naar buiten een krachtig leven zou openbaren en de wereld tot geloof zou bewegen.
Nu moet men echter de historie niet ideallseeren, alsof de dagen der reformatie geen verdeeldheid en verbrokkeling zouden hebben gezien. Het tegendeel is veeleer waar. Dit neemt echter niet weg, dat het gereformeerd protestantisme bij machte is gebleken een geloofskracht te openbaren, die ver buiten de grenzen van het kerkelijk leven stuur en richting heeft gegeven aan de saamleving van de volkeren, waar het zijn invloed deed gelden. Er is trouwens geen enkele grond om te meenen, dat dit ook nu niet mogelijk zou zijn.
De hoop op vernieuwing van het gereformeerd protestantisme op te geven, beteekent een wijken voor de utopieën van den natuurlijken mensch. De Moderne mensch is geen andere dan de mensch van alle eeuwen. Als hij zich losmaakt van de gebondenheid aan Gods geboden, geeft hij zich gevangen aan de ideologieën van den geest dezer eeuw. Doch ook de Christenmensch is geen andere dan de mensch van alle eeuwen, omdat hij ondanks alles mensch en wel een zondaar blijft.
Als Gods Woord de kinderen Gods met den titel : heiligen versiert, beteekent dat allerminst, dat zij in dit aardsdhe leven als onbevlekte en zondelooze menschen verkeeren. Dat zullen zij zelf ook ganschelijk niet beweren. Zij weten zich in Christus geheiligd, maar in zichzelven schuldige zondaren, in geen enkel opzicht van den wereldling onderscheiden dan door de genade Gods, die hen door Zijn Woord en Geest tot kennis der Waarheid en van Zijn barmhartigheid in Christus Jezus bracht.
Deze goddelijke onderscheiding echter blijft in de aardsche saamleving niet zonder vrucht. Niet alleen hun eigen, persoonlijk leven gaan zij zien in het licht van Gods Woord, maar de gansche wereld verschijnt voor hen in eeuwigheidslicht.
De ontdekking van de Souvereine Majesteit Gods, stelt hen niet alleen onder den eisch van Gods gebod, maar het waarachtig geloof gaat ook gepaard met de bereidheid en genegenheid om Zijn wil te kennen en te gehoorzamen in alle omstandigheden en verhoudingen des levens.
Wij beweren ganschelijk niet, dat eenig Christen in de geloofsoefening zoo groote vorderingen zou maken, dat hij ook maar een schijn van volmaaktheid zou bereiken. Doch wij zouden te kort doen aan het werk des Heiligen Geestes, als wij ontkenden, dat zij ondanks eigen zwakheid en armoede, steeds klaarder inzicht krijgen in wat met den heiligen wil Gods in strijd is.
Het is voor den waarachtig geloovige volstrekt overbodig hem er aan te herinneren, dat hij alleen door het geloof gerechtvaardigd wordt. Zoo lang hij zijn geloof reguleert naar Gods Woord, wordt hem dat hoe langer zoo meer klare werkelijkheid.
Maar — hij leert dit toch inderdaad alleen in den strijd des geloofs en die strijd kan er niet zijn, zoo hij niet ijverig de gehoorzaamheid aan Gods geboden betracht in al zijn denken, doen en laten en in alle omstandigheden des levens, zoo waarlijk de Wet een opvoeder tot Christus is.
Dat beteekent geenszins, dat zulk een genoorzame betrachting eenige verdienste voor God kan hebben, of ook maar een grein zou afdoen van het sola fide. Integendeel, het sola fide wordt daardoor alleen gekend en bevestigd.
Daarom is het zoo geheel en al onschriftaurlijk en in strijd met het leven van Gods kerk, dat een nieuwsoortige theologie den eisch der gehoorzaamheid wegdoezelt en zelfs weerspreekt, en den menschen een sola fide wil voorhouden, zonder de tucht der Wet. Dit beteekent een miskenning van den weg, dien God met Zijn volk Israël en met Zijn kerk gaat, een miskenning van den weg des heils. Daarmede valt dan ook de eisch van een Christelijke levenshouding, een Christelijke levensorde, een Christelijke levensbeschouwing, een Christelijke opvoeding en een Christelijke staatkunde weg. Geloof wordt iets dat boven de menschheid zweeft en men vergeet, dat zelfs de werkelijkheid, welke aan zulke begrippen nog ten grondslag ligt, eerst in het leven der kerk tot openbaring komt.
Het is niet onze bedoeling een bepaalde Christelijke staatkunde, de staatkunde van een bepaalde partij te verdedigen. Doch met alle kracht komen wij op tegen de miskenning en veroordeeling van een Christelijke staatkunde als eisch van het Christelijk geloof.
Zoo waar God de Overheid met zulk een uitzonderlijk gezag heeft bekleed en haar tot Zijn dienaresse heeft gesteld, zoowaar Hij ook zijn Wet heeft geopenbaard en Zijn wil heeft bekend gemaakt, opdat een geordende saamleving in ons verdorven geslacht zou mogelijk zijn, zoowaar zijn wij gehouden daarop acht te geven.
Wie zal ontkennen, dat de gevallen mensch, zooals Calvijn het uitdrukt, een teugel noodig heeft ? En dit is niet alleen noodig tot een geordende saamleving, en een onmisbaar fundament voor wat men „cultuur" noemt, zonder dat wij dit begrip nader analyseeren.
Doch er is nog een hooger aspect dan de ordelijke saamleving en de ontplooiing der cultuurgaven in een sfeer van burgerlijke gerechtigheid. Men spreekt tegenwoordig veel over herkerstening. Een Christelijke politiek, die gehoorzaamheid zoekt aan Gods Woord, valt als zoodanig onder het aspect van het Koninkrijk van den Heere Jezus Christus.
Uit dien hoofde is het ook verklaarbaar, dat in alle gereformeerde confessies de belijdenis van de Overheid als Gods dienaresse voorkomt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's