De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vragenbus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vragenbus

2 minuten leestijd

Vraag : Wij ontvingen een vraag, welke er op neer komt, of het een vrouw toegestaan is in de gemeente voor te gaan.

Vrager meent van niet, o.a. op grond van 1 Tim. 2 : 12 en 1 Cor. 14 : 34, en vraagt, of het juist is.

Wat 1 Tim. 2 : 12 aangaat, is het wel duidelijk, dat de apostel de vrouw niet toelaat te leeren. De man leert. Duidelijk is ook, dat hier de verhouding van man en vrouw aan de orde is. Krachtens die verhouding past de vrouw onderdanigheid en geen heerschappij. Daarom late zij zich in stilheid onderwijzen en is het haar niet toegestaan te leeren.

Sommige uitleggers maken bezwaar tegen de conclusie, dat een vrouw dus in de gemeente niet mag voorgaan, omdat het in deze plaats niet over oflïciëele samenkomsten der gemeente zou gaan.

Het is mogelijk, maar dan gaat het over de Christelijke levenshouding in algemeenen zin. Dan echter ligt de conclusie voor de hand, dat de vrouw zeker van het leerambt wordt uitgesloten.

In 1 Cor. 14 : 34 staat inderdaad, dat uw vrouwen in de gemeente zwijgen. Ook al weer met dezelfde motiveering als boven. Het 23e vers geeft zeker aanleiding om aan te nemen, dat de apostel hier spreekt over samenkomsten in de gemeente, niet bepaald samenkomsten der gemeente als geheel. Klaarblijkelijk was het voorgekomen, dat ook vrouwen zich mengden onder de profeten. Paulus bestrijdt de verwarring en stelt maatregelen van orde. Daaronder ook, dat de vrouwen zwijgen. Als zij wat vragen willen, moeten zij thuis haar eigen mannen vragen.

Mij dunkt, als de apostel ook in dergelijke niet officiëele samenkomsten wil, dat de vrouw zwijge, dan zeer zeker in de ambtelijke bediening des Woords.

In ieder geval blijkt uit de motiveering, dat de apostel het leeren in de gemeente bindt aan het regeeren (het leerambt aan het regeerambt). En dan staan wij voor het feit, dat de Christus het apostelambt aan geen der vrouwen, die Hem dienden, heeft opgedragen, maar daartoe mannen verkoos. Geheel in overeenstemming daarmede werd het ouderlingschap aan de mannen opgedragen. Er zou over dit punt nog meer te zeggen zijn. Doch wij volstaan hiermede.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Vragenbus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's