Samuël, een zoon der Wet.
FEUILLETON
Een verhaal uit het hedendaagsche Palestina
53)
Weer ging er een gele vlam om hut, boom en menschen, en het knalde, kraakte en knetterde, alsof het halve firmament boven den Karmel in elkaar stortte. De stemmen van de wouddieren werden luider — het was een angstig wachten van heel de schepping.
De door de begroeiing wat getemperde helling van den bergrug was in haar geheele ronding haast bestendig tegen de daarachter lichtende wolken zichtbaar geweest. Een nieuw en zeldzaam tafereel hield nu Sinaï's ravenblik als gevat: hier en daar over de breede oppervlakte zonk die lijn daar voor hem, begon te verschuiven, ging dan weer iets naar boven, en zonk dan weer dieper, en brak, sloot zich dan weer aaneen en verscheen eenige seconden later weer, op-en-neer duikend als de uitgerafelde rand van een dikke woudmassa. — Tenslotte lag de heele lijn daar weer stil en rustig.
Het was onbegrijpelijk, wat daar gebeurd was. En dat nu alles weer rustig was !
Toch lag daar, meer naar beneden, de vochtzware lucht nog volkomen stil.
Eindelijk onderbrak de Thoraschrijver het beklemmende stilzwijgen. „Wij verraden u niet, en wij oordeelen u ook niet. Dien nacht, toen onze sjoel brandde, zijn ook mijn handen met bloed bevlekt — ik weet niet, hoe zwaar ik dien eene getroffen heb, dat dronken beest, dat op de Thorakast losstormde. Maar er gebeurt niets bij geval. Hier in dit land is zooeven een geschiedenis verhaald van vervolging, schuld en redding, — zij heeft beteekenis, ook als wij niet hadden toegeluisterd ! Weet jij, Samuël, wat het woord beteekent ?
De pleegzoon hief verschrikt zijn hoofd op, en staarde zijn pleegvader aan. „Het woord ? Veel en weinig, Reb Sinaï — bedenk eens : zoo'n oceaan van woorden, als men aantreft, vooral juist bij onze menschen !"
„Het was deze arm.", steunde Jossele, „die het deed, mijn verstand was er zich niet van bewust. Of het was mijn woede, — maar zij wisten toch in ieder geval niet van elkander af."
„Verdedig je niet op die wijze, zooals lichaam en ziel zich 'n keer voor den rechtvaardigen rechter hebben verdedigd, " Waarschuwde Sinaï. „Het lichaam sprak toen : „Niet ik heb gezondigd, maar de ziel, want sedert zij van mij geweken is, lig ik daar bewegingloos." En de ziel zei : „Niet ik heb gezondigd, maar het lichaam, want sedert ik uit dat lichaam ben gegaan, zweef ik, "vrij van booze" begeerten, het eeuwige licht tegemoet."
Maar de eeuwige Rechter maakte het als de heer van een tuin, bij wien een blinde en een lamme samen vruchten hadden gestolen. Ieder van hen wees op zijn gebrek, en toonde aan, dat hü niet de misdadiger geweest, kon zijn. Maar de heer zette den lamme op de schouders van den blinde, en sprak : „Kijk, zóó hebben jullie het gedaan." — Verdedig je zelf daarom niet, want jij bent het toch geweest, Jossele ! Maar, — alles in de geschiedenis herhaalt zich. Zooals wij uit Egypte gingen, zoo gingen wij ook uit Babel : door geschenken en door den Koning. En beide keeren volgde op onze verlossing een groote boete en de inzetting van de Wet. Zoo zal het ook nu zijn, als de trouwen allen uit de gevangenschap zullen zijn uitgegaan. Weer zal worden gevonden een koninklijk vriend, en Israël zal moed vatten om te werken als onder Ezra. — De rechter zal zijn heilig volk niet verderven. Jossele, laat het u tot troost zijn, dat ook Mozes een Egyptenaar doodsloeg, omdat die een van ons volk mishandelde. Maar je moet tegelijkertijd wel bedenken, dat Mozes zóó niet te gebruiken was tot verwerkelijking van de gedachten van den Eeuwige. Gij moest net als hij vroeger de woestijn in, en aan uzelf wanhopen. Misschien moet gij nog lang wachten, maar zeker zal Hij u daarna toch nog kunnen gebruiken."
„Dat is genade, " mompelde Jossele.
„Een regendruppel !" riep Rea uit, terwijl zij opsprong en de handen uitstrekte. „Ja, dat is genade !"
„Geloofd zij de Heere, geloofd zij de Heere ! Is het heusch waar ? "
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's