Voor onze jonge menschen
Christus verloochenen
Als ik deze woorden boven dit artikel plaats, denkt ieder onmiddellijk aan den aposel Petrus, die in den nacht des verraads tot drie malen toe den Heere Jezus verloochende. Ja, toen hij ten derden male den Meester verloochende, deed hij het zelfs onder vloeken en zweren.
Denk echter niet, dat het alleen Petrus is geweest, die den Meester verloochende. Ook vele jonge menschen verloochenen den Heiland. Of is dat niet een verloochenen van den Heiland, als een jong mensch in den trein of op de een of andere publieke plaats niet om een zegen durft te vragen over het eten, dat hij mag nuttigen ?
Thuis zou men er niet aan denken om te gaan eten zonder gebeden te hebben. En ziet, nu is men in een hotel of café, en nu durft men niet. Men schaamt zich om voor den naam van God en den naam van Jezus uit te komen.
Jonge menschen, de apostel Paulus riep het uit in het 1ste hoofdstuk van zijn brief aan de gemeente te Rome : Ik schaam mij het evangelie van Jezus Christus niet, want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft.
O, komt toch op voor den naam van God en van den Heere Jezus. En schaamt u niet.
Misschien komen sommigen uwer spoedig in groote verleiding om den naam van Christus te verloochenen. Ik denk aan den militairen dienst. Ge wordt onder de wapens geroepen en ge hebt de ouderlijke woning verlaten en ge moet voor de eerste maal in de kazerne vernachten. Wat zult ge nu doen ? De knieën buigen, zooals ge dat deedt toen ge thuis waart ? Maar zal men dan u niet bespotten ? Zal men geen regen van sokken en schoenen en eindjes uitgebrande sigaren op u laten neerkomen ?
Ja, dan behoort er moed toe om den naam Gods in het buigen van de knieën te belijden.
Toch is het al vaak gebeurd, dat de tweede of derde avond het spot- en hoongelach al heel wat minder werd. Ja, 't is geschied, dat enkele avonden later in de kazerne op een soldatenkamer meerderen de knieën bogen.
Maar, vrienden, ge behoeft niet in miilitairen dienst te wezen om in gevaar te komen om den naam van Jezus te verloochenen. Ik denk aan de schrikkelijke zonde van het vloeken. Ieder komt wel eens in een milieu, waar de naam des Heeren ijdellijk gebruikt wordt. Vloeken is in sommige gezinnen schering en inslag. Wat zal men nu doen ? Velen denken, dat het maar het beste is om van dat vloeken maar heel weinig, of niets te zeggen. Maar men bedenke wel, dat hij, die den vloeker niet bestraft, mede schuldig staat aan deze schrikkelijke zonde.
Zou er een rechtgeaarde zoon wezen, die het kan dulden dat men in zijn bijzijn zijn vader zou bespotten ? Immers neen.
Maar zal men het dan mogen dulden, dat men den Vader van alle barmhartigheden za, vervloeken ? En daarom, vrienden, geve God u genade om op alle terreinen des levens op te komen voor den naam en voor de eere Gods.
Schaamt u er niet voor !
Want als gij u hier schaamt om uit te komen voor den naam van Jezus, zoo zal Jezus zich ook eenmaal schamen om u te kennen in dien grooten dag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's