Samuël, een zoon der Wet
FEUILLETON
Een verhaal uit het hedendaagsche Palestina
54)
„Nog één — en wéér een ! O, wonder, het regent !" Ook de blinde had nu een regendruppel gevoeld op haar gelaat, dat zij ten hemel gekeerd hield en die was haar juist op haar brandend ooglid gevallen. Ook zij uitte een kreet van vreugde.
Telkens als de donder zweeg, luisterden allen met ingehouden adem toe. Was daar niet in de lucht een fijn, heel fijn geschuifel ? Was daar niet op den aardbodem een geluid van sputteren en zich bewegen ? Waren dat soms de kleine plantjes, die zich uit het overgewaaide zand probeerden los te wringen, den regen tegemoet ? Strekten zij haar smachtende blaadjes uit en rolden de zandkorreltjes daar af ? Werden de halmen al langer ?
En begonnen die blaren en heel dat ondergestoven aardrijk nu reeds te geuren ?
Een harde, schreeuwende toon weerklonk uit het binnenste van de steenen hut, en deed de nog buitenzittenden beven. Maar Jossele legde uit, dat dat de Gecko was, die regen aankondigt, — een kleine hagedis, die de woningen binnendringt en die tegen de wanden opklautert om muggen te vangen. Dien kluizenaar was toch ook niets verborgen gebleven. Wat de natuur in zijn omgeving aan kleins en groots in haar schoot borg.
Nu stond hij op en wenschte allen goeden nacht. Wie niet tot op zijn huid toe nat wilde worden, moest zich ijlings in huis begeven. Aan zijn stem en houding was te bemerken, dat hij nu een getroost mensch was. Mandel talmde met Rea nog een oogenblik, om hem alleen weg te laten gaan. Men zag bij het schijnsel van den bliksem Jossele daar loopen — met afgemeten passen en rechtop, — zijn breede schouders droegen zijn hoofd trotsch en vrij. „Hij heeft niemand om zijn haar te knippen — ook dat moet hij zelf doen, die stakkerd", zei Rea, terwijl zij hem medelijdend nakeek. Haastig viel haar man haar in de rede : „Wat kunnen ons zijn haren schelen ? Laat die maar groeien, zooals God het wil". Daarbij greep hij haar hand en liep spoedig met haar met zetjes en sprongen naar zijn eigen huis, want de druppels vielen al dichter neer. Men zag die twee daar hollen, toen de hemel weer opvlamde, — en nog één keer, toen ze over den steenen muur klauterden, verlichtte hen een straal uit de wolken.
De oudjes stonden nu ook op en gingen de hut binnen.
Maar het onweer was nog niet bedaard. Er was naast het harde rumoer van den donder nog een dof en weeker gerol onder den hemel, net alsof kogels met samengeperste lucht door elkaar kolderden. In het Zuidwesten hingen de wolken heel laag. Zij schenen den Karmel aan te raken — en zijn toppen te verscheuren. Weer stonden de olijfboomen midden in den storm en wiegden met hun kronen.
„Wij kunnen geen boom hier te lande missen ! Moge God ze sparen, " riep Sinaï. Zijn baard fladderde in den wind, terwijl hij uitkeek. Dieper terzijde in de toppen der boomen hoorde men nu een zwaar geschuif, — overal in de lucht brak het tegelijkertijd los. Zou de storm de geesten der geslachte Baalspriesters, en de klagende zielen der verbrande Baalsoffers, die elkander nu krijschend bedreigden, met zich meesleuren ?
De wolken aan het Zenith lieten nu hun last vallen. De regen viel, overvloedig, en met vlagen deed hem de wind neerkomen. In breede stralen raasde het van den Karmel neer. Het slaan van de zware druppels tegen de blaren van den broodboom was als een getrommel. Samuel trad nog een keer naar buiten, en laafde zijn handen en gezicht in het nat, zooals aan alle kanten om hem heen de doorns, de artisjokken en het gras het deden. Zacht bewoog hij zijn lippen, want in zijn binnenste klonken verzen van Asaf en Koning David, waarin de vreugde om de natuur zich tot verrukte hoogten verheft. Zijn ziel leefde heelemaal op.
„Het schijnt mij toe, alsof hier groote wonderen gebeuren, net als bij dien Zaddik, dien wij onderweg nog hebben aangeroepen, " zei hij. De ouden kwamen aan den ingang zitten, en keken ook uit. De storm had nu de vlakte bereikt, schudde den boom door elkaar, probeerde de rijstakken en de doorns, die op het dak lagen, er af te lichten, en joeg den zachten regen tot binnen in de hut.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's