De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet

FEUILLETON

5 minuten leestijd

Een verhaal uit het hedendaagsche Palestina

55)

Ik heb nooit gezien, dat de onzen in Rusland zich hebben verheugd over regen en zich in het algemeen veel aantrokken van het weer, en ook niet van de groei. Wij zjjn hier pas recht op de aarde. Dit zei Samuel langzaam, als een gedachte, die eerst nu bij hem opkwam. En een tweede gedachte ging met vreugde door hem heen, maar die verbood hem nog naar woorden te zoeken — de gedachte, dat dit land hem en al de zijnen gelijk zou maken aan hen, die het eens had gevoed, — die akkerbouwers, kuddebezitters en krijgers ! Want iedere gave en kracht van Israël had toch hier haar oorsprong, waar men dicht was bij het diepe hart van de Eeuwigheid.! „Gaat nu slapen", zei Sinaï Tulpenbloesem.

IV. ZOON DER WET.

Een tjjd van naarstige arbeid brak nu voor de jonge kolonie aan. Maar nergens was men vlijtiger dan op de erven van Tulpenbloesem en Mandel. Het was al midden October geworden. Die onweersnacht had veel regen gebracht, maar toch verbaasden de „nieuwen" zich, zoo weinig als deze regen nog was doorgedrongen. De droogte was te erg geweest, en misschien hadden de planten ook wel ineens te begeerig alles opgezogen ; misschien ook had de lucht dadelijk evenveel weer teruggenomen, toen de regen weer was opgehouden. Alleen het langs hen stromende ztjriviertje van de Kison voerde een sterke watermassa boven van de berg aan, en Mandel zag dit alles met droeve spijt voorbijstroomen. „Wacht maar", zei hij, „over een jaar zal je mij niet meer ontkomen". De volgende morgen scheen weer de zon en veroorzaakte een waterverdamping, die de vlakte urenlang met een zee van mist bedekte. Eerst tegen de middag verdween die mist, en na enige tijd begonnen zich aan de hemel weer regenwolken te vormen, die al meer en meer zich verdichtten en zich in de nacht ontlastten.

Verscheidene dagen, terwijl de lucht stil was, voltrok zich deze kringloop van het water, en de blijvende bate was dus voor de bodem van de akkers slechts gering. Toch drong de tijd tot zaaien, omdat in het voorjaar de Sirocco de groei van het gewas weer een heel stuk in de weg staat. Het ging er dus maar om, het juiste ogenblik te vinden.

Die groote vraag, of men het reeds wagen zou, verontrustte dagelijks alle emigranten en bracht hen er toe om herhaaldelijk de mensen van Baitjisrael te raadplegen. Eindelijk, op de vijfde dag, zagen zij, dat deze besloten hadden aan het werk te gaan, en nu volgden zij hun voorbeeld. Alles hing er nu maar van af, dat de sterkere regenval spoedig volgde. Bleef die langer uit dan men hoopte, dan ontkiemde wel het zaad, maar moest het toch bij een dieper indringen van de wortels in de uitgedroogde bodem omkomen, vóórdat de regentijd kwam. Zware zorgen over de landbouw drukten dus de „nieuwen". Maar op de zevende dag losten zich die zorgen op in blijdschap, het begon hard te regenen, en dit hield een hele dag en nacht aan. Het dak van menige hut werd doorweekt, maar Mandel wist raad. Hij bevestigde een stuk blik boven het lek. Voor de rest zagen zij zelfs het doorsiepelen van hun zoldering niet zonder dankbaarheid.

De eerste dagen van de tijd yan de vroege regen gebruikten Tulpenbloesem en zijn pleegzoon voor hun nieuwe taak. Zij bezochten alle families van Schaloom, en haalden hen over om nog deze winter met het grondig aanleren van hun volkstaal een begin te maken. Sinaï's aanzien was zo groot, dat hij ook daar toestemming kreeg, waar men hem overigens niet helemaal begreep. Hij bood zich aan, om voor allen, die wilden leren, in de winterdagen de leermeester te zijn. En Samuel zou dan de kleinen het A-B-C- leren. De oude man maakte er zelfs grapjes bij, zo verheugd was zijn hart. Als de Poolsche Melammed en zijn schooljongens — zo zouden zij een schooltje inrichten ; alleen zou het hier alles vrijwillig, zonder stokslagen en ook niet met richtingsstrijd gebeuren, maar alleen om de heerlijke taal van God zelf, om de taal der aartsvaders, der koningen, profeten, en Psalmzangers, — om de taal ook van Salomo ! Hoe was het toch mogelijk geweest, dat zij zo lang het Jiddisch hadden kunnen koesteren, dat Koeterwaals van onmiskenbare vernedering, die karikatuur van een taal, die malle woordvormen en zinswendingen, die hun, die zich daarvan bedienen, het stempel der belachelijkheid opdrukken, die dieventaal, die uit nood en vrees is geboren, dat lapmiddel dus, dat hun nooit zou hebben toegestaan om zich werkelijk op te richten ! Hoe onecht was toch in de verstrooiing het hele Joodse leven geworden ; en de taal was daar wel het beste bewijs van ; zij, die slechts diende tot onderdrukking en verberging van het innerlijkst wezen, en waarmee zij zich voor de Gojim als honden gedroegen — zielloos, zonder kracht, en zonder enig gevoel van eigenwaarde !

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's