Vragenbus
Vraag : Hierbij een Kerkbode, waarin een artikel over de Christelijke groet.
Zoudt u in „De Waarlieidsvriend" willen beantwoorden, of die z.g. Christelijke groet schriftuurlijk is of dat het een uitgesproken rooms idee is ?
Antwoord : Men spreekt zooveel over kerkelijk denken, maar geeft telkens blijk, dat men nog zo weinig kerkelijk denkt.
Het gaat in die Kerkbode over het gebed bij de aanvang van vergaderingen, die niet officiële godsdienstoefeningen zijn. Vergaderingen van jeugdclubs en andere. De schrijver van het artikel vindt het niet altijd even gemakkelijk een vergadering met gebed te openen. Het is ook dikwijls gewoonte, waaraan men vast zit, zo meent hij.
Daarom stelt hij voor te openen met de Christelijke groet : „In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen." Hij heeft het van een kapelaan gezien en acht het niettemin niet Rooms.
Onze eerste opmerking is, dat wat men hier als Christelijke groet aanduidt, een votum is, hetwelk past in een samenkomst der gemeente.
Wij willen geenszins beweren, dat ook buiten de samenkomst der gemeente geen vergadering denkbaar zou zijn, welke als geloofsdaad met een samenkomst der gemeente op één lijn zou kunnen worden gesteld. Zulk een vergadering zal echter een zeer buitengewoon en historisch karakter dragen.
In ieder geval is een vergadering van een jeugdclub, of van enige organisatie, geen samenkomst der gemeente. En hoewel een Christenmens krachtens zijn geloof alle dingen zal betrachten in biddend opzien tot God, zal hij toch onderscheiding maken tussen de Dienst des Woords in officiële zin en de dienst der gehoorzaamheid op alle terrein des levens.
Uit dien hoofde verdient het zeker geen aanbeveling „de Christelijke groet" te gebruiken, zoals hier wordt voorgesteld.
Vooreerst reeds, omdat het voorstel daarmede de moeilijkheid van het gebed wil ontgaan.
Indien de arbeid, waarvoor men bijeenkomt, van die aard is, dat men daarover moeilijk de zegen des Heeren kan afsmeken, dan ligt daarin veeleer een aanwijzing, die tot onderzoek heeft te leiden, of men daarmede wel op de goede weg is.
Daar is geen werk in deze wereld, hetwelk ons krachtens onze natuur en de nooddruft des levens is opgedragen, of wij kunnen daarvoor wijsheid, kracht en zegen afsmeken van de Hemel. En er is geen arbeid des geloofs, of wij zullen dat biddend doen.
Daar kunnen echter tegenstrijdigheden met de heilige wil Gods in het geding zijn, die het gebed belemmeren. Welaan, dan moeten deze worden uitgezuiverd.
Wat verder de gewoonte betreft. De weg, die hier wordt geboden om dan maar de z.g. Christelijke groet te gebruiken, zal zonder twijfel een gewoonte worden, erger dan het gebed. Wij menen, dat zulks een dode vorm zal zijn en een verroomsing.
De ,,gewoonte" om een Christelijke vergadering met gebed aan te vangen, oefent altijd nog een tucht uit, die wij niet mogen prijs geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's