Hoe dan?
Dat is de vraag, welke wij verwachten mogen, als wij voortvaren met onze bezwaren te opperen. En het is goed, dat allen, die zich beijveren in critiek op de gang van zaken, zich zelf telkens die vraag stellen.
En dan goed verstaan !
De vraag is niet, hoe men in het hoekje van het kerkelijk leven, waar men zelf gesteld is, zoo rustig en ongestoord mogelijk naar zijn eigen gevoelen zal kunnen doen en laten.
Men zal zich rekenschap hebben te geven van het geheel. Want al zijn wij voorstanders van een presbyteriale kerkorde, waarin de zelfstandige waardigheid der plaatselijke gemeente ondersteld is, wij mogen de gemeenschap der kerken in groter verband niet uit het oog verliezen.
Het huidig gereformeerde leven lijdt wel heel sterk aan individualisme, een kwaal van de tijd, maar men wachte zich ervoor het independentisme tot systeem te maken. En dat gevaar dreigt.
Waartoe zouden wij dan nog een kerkorde nodig hebben ? Wij zouden in afzonderlijke groepen uiteenvallen en een sectarisch leven leiden. Wat ook betekende dan de meerdere vergadering, de Synode, ten slotte ?
Het Nieuwe Testament spreekt niet van de kerk in Klein-Azië, maar van de zeven gemeenten, die in Klein-Azië zijn. Paulus schrijft aan de gemeenten in Galatië en niet aan de kerk van Galatië, maar, hoezeer de betekenis van de plaatselijke gemeente daarin tot uiting komt, hij schrijft zijn brief aan de gezamenlijke gemeenten. Het apostelconvent besluit de ordeningen aan de gemeenten mede te delen, opdat zij deze onderhouden. Derhalve wordt door de apostelen de gemeenschap der kerken en haar gemeenschappelijke orde bevolen.
Wij mogen dus, zonder hoogkerkelijke strevingen aan te hangen, de kerk is groter verband niet uit het oog verliezen.
Hoe gaarne zouden wij wensen, dat de Generale Synode, veel meer dan zij doet, op hereniging van alle gereformeerde kerkgroepen haar streven richtte.
Daarmede is reeds in een richting gewezen op de vraag : Hoe dan ?
De vraag : Hoe dan ? zagen wij thans echter meer in verband met onze bezwaren tegen de veelheid van raden en commissiën.
Er moet zoveel achterstand worden ingehaald op velerlei gebied. Als gij bezwaar hebt tegen zoveel raden en werkgroepen, predikanten in algemene dienst, en al wat daarmee saamhangt, hoe wilt gij het dan ?
Zijn er dan geen algemene kerkelijke zaken, die allen aanbelangen en verzorging vragen ? Zending, uit- en inwendig, ziekenverzorging, opleiding van krachten, school, jeugd, catechisatie, enz. enz. ?
Is er geen aanleiding en zelfs noodzakelijkheid verschillende dier belangen centraal te regelen ?
Moet men daarvoor dan geen centrale organen hebben, hetzij als adviescolleges der Synode, hetzij belast met de uitvoering ?
Dit zal niemand kunnen weerspreken.
Het is daarom goed en nuttig, dat ieder, die belangstelt in de kerkelijke zaken — en wie is daartoe niet van Godswege schuldig en geroepen — zich rekenschap geeft van deze dingen.
Wij zullen de vraag : Hoe dan ? in dit artikeltje niet volledig beantwoorden, maar beginnen met de opmerking, dat de Generale Synode zonder organen van advies en uitvoering dn verschillende gevallen niet kan. Men denke b.v. aan de zending en de Dienst des Woords, aan de opleiding van zendelingen en predikanten, aan het werk op het zendingsveld, en men zal begrijpen, dat de Generale Synode dit alles niet kan verzorgen zonder organen en instellingen.
Het ligt ook voor de hand, dat een goed beleid der Synode mede brengt in verschillende gevallen advies in te winnen van deskundige mannen en dat zij de zorg voor verschillende belangen opdraagt aan commissiën.
De regel in acht nemende, dat de meerdere vergadering niet ter hand neemt, wat de mindere vengadering kan afdoen, valt echter het oog op provinciale -synoden, classes en kerkeraden als organen, waarvan zij zich allereerst heeft te bedienen.
Hiertegen zal men echter anbrengen, dat dan de classes overbelast worden, zó overbelast, dat ook uit de classes predikanten aan de dienst der gemeenten zullen worden onttrokken. Want, zal men zeggen, als verschillende predikanten (en ouderlingen) in classicaal werk worden betrokken, moet dat uit de aard der zaak op het werk in de gemeenten gaan drukken.
Ook, indien dit het geval zal zijn, achten wij het meer in overeenstemming met het presbyteriaal karakter, indien de classes zelf voor de taak worden gezet, dan wanneer raden zulks ter hand nemen, die toch ook weer classicale en locale trappen zullen instellen, gelijk dit in verschillende gevallen reeds is gebleken.
Voorts achten wij het een voordeel, dat de classes haar eigen zaken regelen, zonder dat zij gebonden worden aan classisale raden, die voor hun speciale taak allereerst aan een of andere centrale raad verantwoording schuldig zijn.
Verder kan het slechts aan het kerkelijk karakter ten goede komen, als de gewone predikanten het classicale werk leiden en niet een soort beroepsmensen, die op de duur niet vrij zullen blijven van ambtenarij.
Het kan ook zijn nut hebben, dat het werk der classes telkens weer eens door andere mensen wordt verzorgd.
En ten slotte zijn de classes niet gelijk, maar vertonen integendeel een verschillend karakter.
Dit zijn slechts enkele opmerkingen, waaraan nog kan worden toegevoegd, dat ook dfe financiële zijde van de zaak een woordje zal hebben mee te spreken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's