Voor onze JONGEREN
Kerkgang
Hoe staat het met uw kerkgang, jonge vrienden ? Ge begrijpt onmiddelijk, dat ik bedoel : gaat ge trouw op onder de dienst des Woords ?
Er zijn gelukkig nog tal van jongeren, die trouw ter kerk gaan. Ze zijn er van jongs of aan gewend geraakt. Wat men jong heeft geleerd, wordt oud gedaan, zegt een spreekwoord.
Daarom acht ik het goed, dat de ouders er de schoolkinderen al aan gewennen om trouw naar de kerk te gaan.
Zeker, ik geef het onmiddelijk toe, dat ze er lang niet alles van begrijpen zullen. Maar dat geldt niet alleen van het godsdienstige leven van een kind, maar ook van veel andere dingen. We trachten onze kinderen veel bij te brengen, hoewel ze alles nog lang niet begrijpen.
Ik denk aan iemand, die een leiboom wil maken. Daar kiest hij toch zeker niet een oude, knoestige boom voor uit met een breed uitgegroeide kruin. Neen, daarvoor neemt , men een klein boompje, welks dunne takjes gemakkelijk kunnen worden geleid.
Met de religieuse opvoeding wachten, totdat men achttien of negentien jaar, oud is, is eenvoudig een dwaasheid. Neen, daar moeten we reeds vroeg mee beginnen.
En natuurlijk moeten de bedienaren des Woords het goed bedenken, dat er ook jonge mensen in de kerk zijn. Ik heb een prediker gekend, die enkel maar sprak voor een drie- of viertal mensen, die naar zijn oordeel uitverkoren waren. „Voor de wereld had God geen boodschap", zo placht hij te zeggen. Hij vergat, dat de Heere goddelozen tot bekering roept.
De Heere Jezus richtte Zich tijdens Zijn omwandeling op aarde ook tot de kinderen, ook tot de rijke jongeling. Hij had ook de rijke jongeling wel terdege een boodschap te brengen. En zo is het nog. Ik denk nog aan een van mijn leermeesters, die zeide : Tracht zo te preken, dat een kind er naar luistert en dat ook ik als professor er nog gaarne onder zal zitten.
Laat ieder van óns als bedienaar des Woords iets van die gave van de hemel mogen afbidden.
Ook het volgen van de Catechismus is voor de jongeren o zo nuttig. Helaas, ons volk kent de gereformeerde beginselen niet te best. De klacht van de oude profeet moet worden herhaald : Mijn volk vergaat, omdat het geen kennis bezit.
Jonge mensen, ga trouw op onder de dienst des Woords ! Als ge dit elke Zondag tweemaal doet, zal het u weerhouden van veel kwaad en het kan u tot eeuwige zegen zijn.
Misschien zegt iemand smalend : dat tweemaal ter-kerk-gaan ook maar een gewoonte is. Ik sprak eens iemand, die tegen mij zeide dat hij alleen maar naar de kerk ging, als hij er werkelijk behoefte aan had. Dat klinkt wel heel mooi, maar men vergeet, dat God het hart van een Lydia onder de prediking van Paulus heeft geopend. Het kan gebeuren, dat iemand misschien uit pure gewoonte naar de kerk is gegaan, en dat het woord, hetwelk die keer gebracht wordt, hem juist tot eeuwige zegen wordt.
Men smale niet op die goede gewoonte, om op te gaan. Van de Heere Jezus lezen we ook, dat Hij als naar gewoonte opging naar de tempel. Wie smaalt op de gewoonte, maalt ook op de gewoonte van de Heiland.
En men vergete niet, dat thuis blijven ook een gewoonte wordt. Die gewoon is om altijd trouw op te gaan, voelt zich de eerste Zondag, waarop hij thuis bleef, niet op zijn gemak. Dan spreekt gelukkig nog de consciëntie.
Zijn er jongelui, die dit artikel lezen, en misschien al aan het vertragen zijn ?
Toen ge nog thuis waart, gingt ge met vader en moeder naar de kerk. En nu niet meer ? Denkt ge nog wel eens terug aan de vermanende woorden van vader en moeder ? Vertel eens, hoe ge de Zondag doorbrengt. Een paar uur langer slapen, wat later ontbijten, de krant lezen, in de hemdsmouwen rond het huis wandelen, totdat de kerkgangers terugkeren ? En dan 's middags en 's avonds. Niet naar de kerk ? De straat op ? Naar bosch en hei ? Naar kroeg of bioscoop of naar het sportterrein ?
O, wat is dat toch droevig ! Wat een groot gevaar, dat de Zondag dan eigenlijk voor zulke jonge mensen is veranderd in een zondedag.
Ik denk verder aan dat slenteren langs dijken en wegen, in de late avonduren, wat zo gemakkelijk kan leiden tot allerlei verkeerde handelingen. Wat heb ik er de droeve gevolgen al vaak van gezien.
Neen, zo mag het onder ons niet zijn. Hier ligt een breed terrein voor elk, die vader of moeder is. Hier wacht ons een grote taak. Ook op Gods dag hebben we leiding te geven aan onze kinderen. Die dag behoeft voor hen niet een vreselijke, maar een blijde dag te wezen, waarop ze rusten van hun arbeid en met de ouders trouw opgaan naar het huis des gebeds.
De uren, die er dan nog over blijven, vliegen in mijn huis voorbij. Ze spelen op het orgel, ze lezen een goed boek, ontvangen hun vrienden en vriendinnen en wij ouderen nemen levendig deel aan hun gesprekken en horen met belangstelling naar de vragen, waarmee ze ons bestormen. En 's avonds vinden ze het jammer, dat de Zondag voorbij is.
Jonge vrienden, die weinig of niet meer naar de kerk gaat : als ge Zondag a.s. de klok van de kerk hoort luiden, weet dan, dat die metalen mond u roept onder de prediking van Gods getuigenis, hetwelk u nog wijs kan maken tot zaligheid.
O, wat dan ? De wil des Heeren geweten te hebben en die toch niet gedaan te hebben?
Dan zal de Heiland eenmaal hetzelfde zeggen, wat hij tot de inwoners van Jeruzalem heeft gezegd : Hoe menigmaal heb Ik u willen vergaderen, gelijk een hen hare kiekens vergadert, maar gij hebt niet gewild.
Stel u daarom nog in de weg der middelen, eer het te laat is !
Ik herinner mij nog levendig, dat ik jaren geleden op een Vrijdagmiddag een vrouw in Ermelo bezocht, die in haar kerkgang danig verslapt was. Met ernst heb ik haar vermaand. En ik wees er haar ernstig op, dat ze de komende Zondag toch nog eens zou opgaan.
„O, vrouw, het kon de laatste maal wezen, dat de Heere u de kans geeft om Zijn evangelie te beluisteren— zo was mijn laatste woord, eer ik vertrok.
En ziet, Zondagavond zag ik haar tot mijn blijdschap onder de preekstoel zitten. Maar de volgende morgen werd ik door de burgemeester verzocht om haar man te boodschappen, dat zijn vrouw onderweg van haar rijwiel was gevallen en de nek had gebroken.
Weer was het Vrijdagmiddag, acht dagen later, maar toen was het de dag van hare begrafenis.
O, jonge mensen, en niet alleen de jonge mensen, maar ook gij oudere mensen, bedenkt het wel, dat het misschien Zondag voor het laatst is, dat u de kans wordt geboden om het evangelie van Gods genade nog te beluisteren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's