MEDITATIE
ARM, NOCHTANS RIJK
Ik weet uwe werken en verdrukking en armoede, doch gij zijt rijk. Openb. 2 vers 9a
(ongecorrigeerd)
Wanneer we het verband van deze woorden nagaan, dan wordt het ons dluidelijk, dat de Christenen in Smyrna naar de wereld wel heel arm waren. Gebrek, spot, minachting en laster waren hun deel. En daar zal het niet bij blijven. Nog meer lijden zal volgen. De duivel zal die bewoners van Smyrna, zowel Joden als heidenen, zó doen branden van haat tegen, de Christenen, dat sommigen van hen in de gevangenis geworpen zullen worden. Ze zullen tien dagen verdrukt wordlen. En deze verdrukking zal zó hevig zijn, dat de Christenen beproefd zullen worden in hun trouw tot den dood toe.
Zie, dat is nu alles vrucht van die vijandschap der wereld tegen God, een vijandschap, die in beginsel gevonden wordt in ieder hart dat niet wederomgeboren werd.
Alleen een hart, dat door genade vernieuwd mocht worden door de Heilige Geest, leert ware liefde kennen.
Kent ge de liefde, mijn lezer(es)?
Dan hebt ge met Ruth leeren kiezen voor God en Zijn volk. Daar strekt zich dan nu al uw lust en liefde heen. Maar dan blijven smaad en druk ook niet uit, al zal de een hier meer van krijgen dan de ander. Duisternis en licht verdragen elkaar toch niet. Waar de weield „ja" zegt, moeten Gods kinderen menigmaal „neen" zeggen. En zie, dat prikkelt die wereld. En daarom, omdat Gods kinderen de wereld op haar wegen niet volgen kunnen, is schade, armoede en spot menigmaal hun deel. En toch, ondanks dit alles, mogen ze niet mismoedig worden, noch bevreesd. Want alle dingen, dus ook verdrukking, in wat voor vorm dan ook, zullen hun medewerken ten goede. Zegt Paulus niet; „Want onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat, werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid"?
Ja, zegt Christus Zelf niet tot Zijn strijdende gemeente te Smyrna: „doch gij zijt rijk" ? Neen, de dingen zijn dus niet zoals ze schijnen, zoals de wereld ze ziet en noemt. Want Christus zegt van Zijn arme verdrukte volk dat het rijk is. Ge zijt dus rijk, kinderen Gods! Ook al zijn vele verdrukkingen uw deel, al zijt ge arm voor de wereld, al hebt ge veel te strijden, ge zijt welgelukzalig. Want zo noemt u de Eerste en de Laatste. Hij keert de zaak volkomen om. Wat de wereld arm noemt, heet Hij rijk, wat door de wereld versmaad wordt, wordt door Hem verheerlijkt. En Hij heeft macht om zo te spreken. Hij is toch de Eerste en de Laatste, d.w.z. Zijn wil geschiedt van het begin tot het einde. Daar is geem macht, of ze is aan Hem onderworpen. Ook de macht van de dood. De dood ligt machteloos voor Zijn voeten, want Hij heeft hem overwonnen. Als de opgestane Levensvorst draagt Hij de sleutels van hel en dood, d.w.z. ze zijn Hem onderworpen.
Hij verlost de Zijnen van het eeuwig zielsverderf en ontsluit voor hen hemelse schatten van genade in de ziel-zaligmakende gemeenschap des Heiligen Geestes. Zie, dat zijn schatten, die de wereld niet kent.
Bezit ge deze schatten?
Of zijt ge nog rijk in wat de wereld u biedt?
Arme mensch! Ge zult er eeuwig mee omkomen. Het ontvalt u bij uw sterven en kan u niet helpen in het gericht. Ge zijt dan arm. En daarom : zalf uw ogen met ogenzalf, opdat ge zien moogt dat ge ellendig zijt en jammerlijk en arm en blind en naakt.
Want gelukkig de mens, die zo arm mag worden voor God. De Heere zal hem met goederen vervullen. Hij zal hem Zijn heil doen smaken in Christus, Zijn Zoon. Schatten van genade, van vergeving en ontfermende liefde zal Hij door Zijn Heilige Geest in Hem ontsluiten en door het geloof persoonlijk toeëigenen.
Ja, heerlijk, zoo van doodarm in Christus rijk te worden. Maar hoe heerlijk dit ook mag zijn, op aarde wordt nog maar een beginsel der eeuwige vreugd gesmaakt. De volkomen zaligheid wacht boven. En daarom: zalig de doden, die in den Heere sterven. Hun zal in Christus een schat van zegeningen ten erfdeel zijn.
Hoe rijk is dus het volk van God. Hun erfenis is voor hen bewaard in de hemelen en zij worden op de aarde voor de erfenis bewaard in de kracht Gods door het geloof. Neen, daarop ziende is voor hen het lijden van de tegenwoordige tijd niet te waarderen tegen de heerlijkheid, die hun geopenbaard zal worden.. Een eeuwige zaligheid is wachtende. Hun armoede, verdrukking, strijd en zorgen, zijn tijdelijk, voorbijgaand. Hun verdrukking duurt maar tien dagen.
Er is hier zinnebeeldig sprake van dagen — dus geen maanden of jaren — om de beperktheid van het lijden van de tegenwoordige tijd aan te duiden. Satan ligt aan banden, heeft macht voorzover dde hem nog gelaten wordt. Zijn tijd is hem van God precies toegemeten. Is het lijden dus beperkt, het is echter wel een zwaar lijden. Het getal tien moet immers ook zinnebeeldig verstaan worden. Het duidt de volheid aan. In Smyrna zullen de Christenen dus zwaar en diep moeten lijden. Maar laten ze niet vrezen, want het gaat weer voorbij.
Welnu, zo is het nog. De Heere doet Zijn kinderen na kortstondig ongeneugt eindeloze verheuging smaken. Door genade getrouw tot het einde, ontvangen ze de kroon des levens. De eerste dood is hun de doorgang tot het eeuwige leven. De tweede dood, d.i. de eeuwige dood naar lichaam en ziel, zal hen niet beschadigen. Dat is de rijkdom van : Gods strijdende Kerk op aarde.
Arm is zij, nochtans rijk.
Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort!
Immers, ze worden rijk genoemd door Hem, die de Eerste en de Laatste is. Die dood geweest is en is weder levend geworden.
Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt.
(Genemuiden)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's