De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vreemde klanken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vreemde klanken

4 minuten leestijd

Er zijn tegenwoordig mensen, die loochenen, dat er een algemene openbaring is. Dit vindt zijn aanleiding in de bestrijding van een z.g. natuurlijke theologie op grond van de onkenbaarheid Gods. De boven deze wereld verheven God kan door de natuurlijke rede niet gekend worden.

Desondanks staat men voor het feit, dat er in deze wereld over God gesproken wordt, dat er een kerk is, dat deze zich beroept op het Woord Gods, hetwelk haar is toebetrouwd.

Dit alles is ten enenmale fictie en dan nog onverklaarbare fictie, of moet van God zelf uitgaan.

Dan toch openbaring ! Want zo er enige goddelijke waarheid onder de mensen is, kan het niet anders, of zij is uit God.

Ja, toch openbaring. Maar, zo redeneert men, geen mens, zijnde eindig schepsel kan de Oneindige omvatten. Dat is ook zo, maar openbaring wil niet zeggen, dat wij de Eeuwige zouden omvatten, maar dat Hij zich aan het schepsel te kennen geeft, zoals Hij gekend wil zijn.

En dan volgt er uit, dat de Godskennis een gave Gods is.

De Heilige Schrift nu leert, dat God van den beginne Zijn Woord gesproken heeft, zodat de mens nooit zonder Gods Woord is geweest.

Men wil dan ook niet ganselijk ontkennen, dat alle spreken over God ten slotte op openbaring moet teruggaan. Maar daarom geeft men nog niet toe, dat God door de profeten en door de hoogste Profeet alzo gesproken heeft, dat wij in de Heilige Schrift dat goddelijk Woord zouden hebben.

Het menselijk woord der profeten zou immers geen goddelijke waarheid kunnen bevatten. Het zou een menselijk getuigenis wezen aangaande het openbaringsgeschieden. Wij zouden in de Heilige Schrift geen goddelijke waarheden hebben, en zouden ons op haar uitspraak niet als hoogste en goddelijke autoriteit kunnen beroepen. Dit zou in strijd zijn met de boven alle schepsel verhevenheid Gods.

Het gevolg van zulk een opvatting is duidelijk. Wij mensen kunnen eigenlijk dus niet over God spreken en als wij het dan toch doen, dan doen wij dat op een wijze, die de waarheid niet raakt. Het kan hoogstens in betrekking staan tot het openbaringsgeschieden. Alle spreken over God moet dus wel in een openbarende daad Gods zijn oorsprong vinden, maar het heeft als zodanig slechts een betrekkelijke waarde. Dit zou dan ook gelden van het Woord der apostelen en profeten. Ook hun woord zou slechts relatieve waarde hebben. En alle religie op aarde zou dientengevolge slechts gestalte geven aan deze betrekkelijkheid, terwijl de ware religie vergeefs werd gezocht. Men zou haast geneigd zijn tot de conclusie, dat er op aarde geen ware religie zou zijn dan die haar ontkent en alle religie voor goddeloosheid houdt.

Die goddeloosheid zou dan niet daarin bestaan, dat men God kennende Hem niet als God heeft ge-ëerd en gediend — want zo leert ons de Heilige Schrift. Met die goddeloosheid zou men dan alleen willen uitdrukken, dat geen religie op goddelijke waarheid kan aanspraak maken. Het zou zelfs goddeloos zijn zulks te menen.

Wie zich in deze gedachtengang indenkt, zal inzien, dat het ingenomen standpunt tot de merkwaardige consequentie moet voeren, dat niet alleen alle religie in de wereld veroordeeld wordt, maar dat tegelijkertijd alle spreken over God en de goddelijke dingen op één lijn wordt gesteld.

En als het tenslotte toch weer het voorrecht der kerk zal zijn over God te spreken, dan worden plotseling de grenzen der kerk uitgebreid tot allen, die over God spreken. Ook het wezen der kerk wordt betrekkelijk en de objectieve werkelijkheid des geloofs vindt geen erkenning. De grenzen tussen kerk en wereld worden uitgewist. En terwijl men van dit standpunt iedere theologie kan verwerpen en onder critiek nemen en ieder leer kan afwijzen of op zijn wijze corrigeren, aanvaardt men toch weer de man van de leer, hij zij theoloog of wijsgeer, binnen de grenzen der kerk, omdat wij allen uit de vergeving moeten leven.

Zo heeft men een natuurlijke theologie afgesneden en de weg van de ware theologie geblokkeerd, de religie van haar kracht beroofd en de grondslag van het leven der kerk ondermijnd.

In de grond der zaak ontzegt men het waarheidskarakter aan iedere schepselmatige Godskennis, alsof God zich niet op schepselmatige wijze te kennen kan geven. Daarmede doet men in beginsel reeds tekort aan de scheppende werkzaamheid Gods, welke als zodanig reeds openbaring Zijner heerlijkheid is, die tot de mens uitgaat.

Deze openbaring reeds is genoegzaam om de mens alle verontschuldiging te ontnemen. Hoe zullen zij dan vrij uit gaan, die op Zijn Woord geen acht nemen ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Vreemde klanken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's