De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE JEUGD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE JEUGD

8 minuten leestijd

Ds. Timmer doet telkens een beroep op onze jeugd om te waken tegen de geest der wereld en zich niet over te geven aan de verleidingen, waaraan zij bloot staat. Het is inderdaad verbijsterend kennis te nemen van de geschriften, die zich met het jeugdvraagstuk bezig houden. Zij geven ons niet alleen een blik op de moeilijke omstandigheden, waarmede een groot gedeelte van onze jeugd heeft te worstelen, die in de bezettingstijd tot de rijpere jaren is gekomen.

Maar zij kunnen ons ook inlichten omtrent de geest, die velen onzer jongeren bezielt, de mentaliteit, die onder hen heerst en de wijze, waarop zij op de omstandigheden reageren.

Als wij veelal als van een massaal verschijnsel horen spreken, zouden wij geneigd zijn aan overr drijving te denken, omdat wij, Gode zij dank, in onze omgeving ook nog andere dingen kunnen opmerken. En toch — late men zich hierdoor niet misleiden. Zij, die het leven in de grote bevolkingscentra kennen en zich inzonderheid ook met het jeugdvraagstuk bezig houden, zijn niet zonder reden bezorgd over de toekomst van onze jeugd.

Behalve zovele oorzaken, die kunnen worden aangewezen in de ontwrichting van het leven, zowel gedurende de bezetting als na de oorlog, waardoor vele jonge lieden uit het evenwicht zijn geraakt, het spoor bijster zijn geworden, aan velerlei degenererende invloeden zijn onderworpen, vergete men niet, dat het moderne leven reeds gedurende generaties op velerlei wijze het geestelijk en zedelijk fundament van de saamleving heeft ondergraven.

De crisis van de moderne cultuur is veel ouder en zij moge in de laatste wereldoorlog op een ontstellende wijze aan de dag zijn getreden en de naoorlogse chaos hebben teweeg gebracht, haar voorboden konden reeds veel eerder worden gesignaileerd in de gang van het moderne cultuurproces.

Hoelang reeds heeft het religieus en zedelijk verval zijn ondermijnende invloed uitgeoefend op het gezinsleven. Hoelang reeds zagen wij het getal der echtscheidingen onrustbarend toenemen, als een onbetwistbaar teken, dat het ook zelfs in de intiemste levensverhouding aan gevoel van verantwoordelijkheid en trouw ging ontbreken. Onbedriegelijke tekenen van inzinking van het zedelijk bewustzijn en van verachting van de eerbied voor de allerbelangrijkste „levenswaarden" om in de taal van de tijd te spreken. In wezen vindt dit zijn oorzaak in de verachting van de godsdienst en in de vervreemding van het geloof der vaderen. Een modern heidendom nam heerschappij over de menigte en een teruggetrokken Christendom week allengs verder terug in de schuilhoeken van het moderne leven.

Onnoemelijke schade werd aan het gezinsleven en daardoor weer aan de saamleving berokkend met het prijsgeven van een Christelijke levensorde. En wij mogen ons niet ontveinzen, dat ook het Christelijk gezin daaronder heeft geleden.

Het is onmogelijk een gezonde saamleving te verwachten, als de grondslag daarvoor in het gezonde gezinsleven ontbreekt. Men noemt het gezin de cel van de maatschappij. Niet zonder grond. Want inderdaad vindt men in de maatschappij alle verhoudingen terug, die in het gezin reeds aanwezig zijn.

In het huisgezin moet gehoorzaamheid en orde geleerd worden. In het gezin worden de eerste regelen van onderlinge omgang, waardering, verdraagzaamheid, hulp, liefde, samenwerking betracht. Daar behoort het ouderlijk gezag te worden geëerbiedigd, daar behoort men gewend te worden aan verschil van gaven, karakter, persoonlijkheid. Het gezin is, om zo te zeggen, een maatschappijtje in het klein met al zijn vragen en verhoudingen.

En wanneer het daar nu reeds gaat ontbreken aan de allereerste cultuurkrachten, welke van een leven in de vreze des Heeren uitgaan, hoe zal dat dan gaan in de saamleving ? Van uit het gezinsleven moet de maatschappij gevoed worden.

Wat moet er van een jeugd worden, die is opgegroeid in een verscheurd gezin ? Hoe zal zulk een jeugd het gemis overwinnen van een huiselijk leven onder de zegen, die God daaraan wil schenken, wanneer wij die moedwillig en onverschillig verwerpen ?

En wat voor huwelijken kan men van zulk een ontaarding verwachten ? De zonde werkt zonde. En als Gods genade het niet verhoedt, zal het van kwaad tot erger komen.

Uit dat oogpunt moeten wij het toejuichen, dat de Synode maatregelen treft en overweegt om voor de heiligheid en de eer van het Christelijk huwelijk op te komen.

Maar de kerk zal veel meer moeten doen en dat voornamelijk in haar leden. Het geloof zal hebben uit te drijven tot eerbiediging van en gehoorzaamheid aan Gods geboden. En daarom zullen wij allereerst in eigen huis en eigen kring hebben te beginnen. Het kan ook niet overbodig zijn op de grote betekenis van ons Christelijk Onderwijs te wijzen. Want al zijn er nog altoos, die daarvan niet willen weten, wij houden ons daarentegen overtuigd, dat wij schuldig zijn onze kinderen niet alleen in de vreze des Heeren op te voeden, maar ook voor de maatschappelijke vorming zulk onderwijs voor hen te kiezen, dat kennis van en eerbied voor het Woord van God wil kweken.

Immers als wij gewezen hebben op de degeneratie, welke zich in het lieven der volkeren vertoont, dan is het niet in de eerste plaats uit practische overwegingen, dat wij voor de Christelijke opvoeiding pleiten, opdat de toekomst met meer vertrouwen kan worden tegemoet gezien. Wel zouden wij wensen, dat velen, door de ervaring geleerd, zouden wederkeren tot een Christelijke levensorde.

Deze echter moet niet gezocht worden om de vrucht, welke men daarvan verwacht. Een vroomheid, die alleen om de vrucht wordt gezocht, zal ten slotte de waarachtigheid van gezindheid missen, welke haar kracht moet zijn. Het is wel zo, dat God de belofte houdt en dat Zijn belofte niet krachteloos wordt door onze zonde, maar Zijn ere gaat boven alles.

Niet om de vrucht, maar de vrucht zal niet uitblijven, zo wij de ere Gods zoeken en de gehoorzaamheid aan Zijn geboden betrachten.

Het heeft toch iets te zeggen, dat de Heere begonnen is aan Israël Zijn Wet te openbaren. Zo toch heeft Hij met geen ander volk gedaan. Hij heeft Israël Zijn wil bekend gemaakt. En de vervulling der Wet door den Heere Jezus Christus ontslaat ons niet van de betrachting ener burgelijke gerechtigheid naar Zijn geboden.

Ten onrechte noemen sommigen dit wettisch, maar zij vergeten, dat de Wet Gods ook geen opvoeder tot Christus kan zijn, als wij haar niet betrachten.

Zo zal de gehoorzaamheid aan de wil Gods, die Hij in Zijn Wet heeft geopenbaard, een dubbele vrucht werken. Zij zal een burgelijke gerechtigheid bevorderen, die aan de samenleving ten goede komt en daaraan een zegen schenkt, welke God in Zijn genade heeft toegezegd.

Zij kan slechts bevorderlijk zijn aan de erkenning van de ere Gods in het algemeen bewustzijn. Men moge dit niet als religie waarderen en volgens nieuw-modische opvattingen zelfs geen religie willen noemen, doch de reformatoren hebben daarover anders gedacht. Het volksleven behoort het aanschijn der religie te vertonen.

Wel hebben zij onderscheid gemaakt tussen zulk een aanschijn en het waarachtige leven des geloofs. En wij erkennen met hen, dat het waarachtig geloof geestelijk is. Uit de werken der Wet wordt geen vlees gerechtvaardigd. Maar wij prijzen de gehoorzaamheid der Wet niet aan als een weg ter rechtvaardiging, als zou de mens door deze gerechtigheid verwerven, doch wijzen op de eis Gods en Zijn vaderlijke goedheid.

Wie echter zal durven beweren, dat er zaligheid kan zijn in de verachting van Gods geboden ? Wie ook kan menen, dat wij de kracht der genade zullen leren kennen, als wij beginnen met de Wet pods te verwerpen om ons voor een valse vroomheid te bewaren. Zou zulk een verwerping ook geen valse vroomheid, ja, goddeloosheid zjjn ?

Hoe zullen wij ontdekt worden aan onze goddeloosheid, als wij beginnen met te leven zonder de Wet. Een leven zonder de Wet kent geen zonde. Want, daar geen Wet is, is geen zonde. Wie kan zich iets maken uit de genade van Christus te leven, als hij niet weet, hoezeer hij voor God verwerpelijk en doemwaardig bestaat ?

Uit de Wet is de kennis der zonde. Zo komen wij daardoor tot het tweede punt : de geestelijke vrucht.

Indien de Wet Gods in ere wordt gehouden in het leven van persoon, huis en maatschappij, zal zij ook haar kracht tot ontdekking der zonde bewezen door de prediking van Wet en Evangelie. Het Evangelie zal niet als een vreemde en boven de wereld verheven macht naast en tegenover de mens verschijnen, maar het zal openbaar worden als een kracht Gods tot zaligheid in de wereld, een Evangelie voor de mens, zoals hij bestaat als een zondaar in een verloren wereld, waarover de Zon der genade is opgegaan.

In de weg der gehoorzaamheid aan Gods geboden zal het oog worden geopend voor onze onbekwaamheid tot enig goed en voor een nieuwe gerechtigheid, welke God in Christus heeft weggelegd voor degenen, die Hem Vrezen en op Zijn genade hopen. Een nieuwe gerechtigheid en een nieuwe toekomst der eeuwigheid, welke haar glanzen vooruitwerpt in dit leven, en in al de strijd van een moeitevol toestaan in deze wereld, de verwachting sterkt en het geloof krachtig maakt in volharding, wijl de beloften Gods ja en amen zijn in Christus Jezus. Alleen zulk een geloof kan zijn regenererende kracht doen uitgaan op het leven van gezin en maatschappij en ook de kracht onzer jeugd vernieuwen als der arenden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

DE JEUGD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's