Samuël, een zoon der Wet
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
58)
„Beste Mandel, je overdrijft", bracht zij in het midden. In de diepte van haar hart was Rea toch blij over de kracht van zijn liefde.
„Het is ellendig, het is afschuwelijk ! Wij waren zo gelukkig, Rea, mijn schat! Je bent voor mij als duizend werelden. En nu komt die Jacobiet, neen, géén Jacobiet, want waarom zou ik hem schelden nu hij van Jacob afstamt evenals wij ? Ik heb immers niets met hém te maken maar zou die nu te gronde richten mijn geluk èn jouw geluk ? "
„Jij bent niet beledigd, en behoeft hem ook niet te beledigen, Mandel." Zij zag hem medelijdend aan, alsof hij niet wel bij zijn verstand was.
Hij greep weer naar zijn hoofd. „Rea, ik kwets je — vergeef me dat. De liefde maakt mij dwaas. — Maar het is vreselijk, te moeten denken, dat ieder wildvreemd mens mijn geluk kan bederven. . . ."
„Nu beledig je mij, Mandel ! Daar zijn toch twee voor nodig, is het niet ? Wees goed tegen hem en tegen mij, en dan is alles weer in orde."
„Neen, dat bedoel ik niet. Vergeef me maar. Je zult zien, dat ik goed tegen hem ben. Ik zal om der wille van jou goed jegens hem zijn, ik zelf ! Je moogt mij er aan herinneren." Nog gebukt onder zijn smart ging hij, begeleid door haar lachende blik, naar buiten om het vee te voeren.
Als Samuel, zijn rede overdenkend, tegen de avond over het veld ging, keerde hij zijn schreden vaak naar de dorps-ruïne der Fellahs. Met zijn aangeboren en fijn gevoel voor taal had hij in korte tijd genoeg van het Arabisch te pakken gekregen om met de altijd tot een praatje bereide mensen te converseren over de dingen van het dagelijkse leven. En als hij Hebreeuwse uitdrukkingen te hulp moest nemen, deed dat aan een goed begrijpen nog geen schade. Dit ging hem alles heel makkelijk af.
Toen hij zich daarven bewust werd, wilde hij het ook reeds. Hij ging voor een gesprek met Said Abbud, de pas hertrouwde, nu ook niet meer uit de weg. De Fellah sprak op langzame, voorname toon tot hem, en het streelde hem, de weetgierige knaap alle mogelijke inlichtingen te geven, waar hij zich graag enige moeite voor getroostte. Het bezit van twee arbeidzame echtgenoten gebruikte hij om de gehele dag onder de vijgen-cactus-heg te liggen, 's morgens aan de Oostzijde en 's middags aan de Westkant. Hij rookte, zijn waterpijp, en zijn vruchten rijpten tóch wel. Boven zijn huisdeur groeide de langzame aloë, als een vermanend voorbeeld om geduld te hebben. Daarnaast werkte soms op de akker Chadscha, zijn jonge tweede vrouw, met de magere ezel. Toen Samuël eens op een keer de Moslem niet op zijn gewone plaats vond, probeerde hij om ook de vrouwen met zijn Arabische klanken aan te spreken. Soms had hij sedert die ontmoeting bij het eikenbos nog eens moeten denken aan die jonge ter bruiloft gaande vrouw, die maar al met de rug naar hen toe stond, en had hij verlangd om toch eens te weten, hoe haar leven verder verliep. Haar gezicht was er niet vrolijker op geworden, maar toch wel wat rustiger. Zij gaf kort en schuw bescheid, zonder met haar werk op te houden. Daarom deed Samuel haar ook geen vragen meer, maar beproefde hij haar iets te vertellen, en toen hij bij het weggaan haar vriendelijk en beleefd naar Europeese zede groette, richtte zij zich voor een ogenblik verwonderd op en zag hem vrijmoedig aan, alsof die ontmoeting haar enigszins goed had gedaan. Maar vaker nog trof hij de eerste vrouw, de oude, die Feridös werd genoemd. Of was zij soms nog niet oud ? Zij kon natuurlijk wel werkelijk oud zijn, want zij was toch de eerste vrouw van de altijd nog flinke Moslem, en zeker was zij reeds als een half kind door hem getrouwd! Haar gezicht was bruin en rimpelig en in doffe overgegevenheid verstijfd, haar kleine gestalte gespierd, mager en gebogen, en als zij voor de ezel gespannen, hem en de ploeg trok, die Said Abbud dan bestuurde, zag zij er uit, als kon zij nooit jong zijn geweest. Dan dacht Samuel aan de vrouwen van zijn volk, en mjn volk scheen hem toe, niet meer ongelukkig te zijn.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's