MEDITATIE
Het gehed van de Eenzame
Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig. Psalm 25 : 16.
In deze psalm neemt David, omringd en benauwd door zijn vijanden dte toevlucht tot de Heere zijn God. Wat een voorrecht in nood en gevaar te kunnen zeggen : Mijn God. Hebt ge dit alreeds door genade geleerd, lezer(es) ? En in deze gevaren wordt David weer opnieuw zondaar voor God. Immers naast de bede: Laat mijne vijanden niet van vreugde opspringen over mij, horen we hem smeken : Om Uws Naarns wil, HEERE, zo vergeef mijne ongerechtigheden, want die zijn groot. Zo zien we hier een kind des Heeren in het geloof werkzaam. De benauwdheid, waarin hij gekomen is, wordt door de Heilige Geest geheiligd aan zijn ziel, en als een bidder, die zijn nood en ellendigheid recht en grondig kent, worstelt hij in den gebede en roept tot de genadige God in Christus. Het geloof, dat eenmaal door wederbarende genade in zijn hart is ingeplant, grijpt naar de God des levens: Leid mij in Uw waarheid en leer mij', want Gij zijt de God mijns heils, U verwacht ik de ganse dag! Zo wordt David opnieuw boeteling voor de troon der genade en leerling bij de hoogste leerstoel, die des Geestes. Dit is u toch geen vreemde zaak? Anderszins : Haast u, om uws, levens wil!
Uit het parelsnoer dezer gebeden nemen wij er nu een om samen te overdenken. Wend U tot mij en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig.
We bezien eerst de reden van Davids roepen : Ik ben eenzaam en ellendig. — Wanneer we deze psalm, met onze kanttekenaren mogen stellen in de tijd van David's zwerven in de woestijn van Juda, toen hij werd achtervolgd door zijn doodsvijand Saul, dan was hij in de letterlijke zin van het woord geenszins eenzaam. Vergaderden niet tot hem alle man, die benauwd was, en die een schuldeiser had, en wiens ziel bitterlijk bedroefd was ? Maar wij kunnen eenzaam zijn, al staan we in de volle drukte van een winkelstraat. Daar is een kind, het wandtelt met zijn moeder over een druk marktplein. Even wordt de vertrouwde hand losgelaten, en het kindeke is nameloos eenzaam — het schreit naar zijn moeder. Alle omstanders zullen vergeefs pogen het te troosten, want wie kan moeder vervangen?
Zulke eenzame tijden zijn niet onbekend in geestelijke zin bij 's Heeren gunstgenoten. Het schijn- en tijdgeloof heeft er geen weet van, maar die op de leerschool van vrije genade is, moet door deze dingen leren dicht bij de Heere te blijven en Hem meer en meer nodig te hebben. Ach, maar al te vaak vergapen we ons een tijdlang aan het speelgoed der wereld, alvorens het met schrik bemerkt wordt: Waar is Vader? — Dat missen van de gunstrijke tegenwoordigheid Gods is zo benauwend. „De benauwdheden mijns harten hebben zich wijd uitgestrekt, voer mij uit mijn noden!" Maar toch, het werkt zielewinst uit, als Gods Geest ons wakker schudt en in het gemis plaatst. Hoe dierbaar wordt daar de tegenwoordigheid Gods, onmisbaar ; en het is tevens een krachtig middel om te leren, hoe bitter de zonde is. Als een kind 's nachts uit de slaap opschrikt en in de eenzame donkerheid zich onzegbaar alleen voelt, komen de verkeerde dingen van de vorige dag naar boven. Gedenk niet der zonden mijner jonkheid, noch mijne overtredingen. Bang alleen-zijn. En als het nu eens alleen-blijven zou moeten worden. Eeuwige verlatenheid . . . . .
Duizend zorgen, duizend doden Kwellen mijn angstvallig hart.
Van nature zijn we niet eenzaam, of juist eenzaam, het is maar van welke kant we het bezien. Eenzaam van God, maar omringd door de vriendschap dezer wereld. Hebt ge u al eens als een eenzame leren kennen ? Maar hier in deze psalm gaat het eigenlijk niet over de eerste ontdekking aan de eenzaamheid, waarin we uit onszelf liggen, maar we zullen nooit David na kunnen zingen, tenzij we hier in het heden der genade ons oude gezelschap vaarwel zeggen, en als een eenzame gaan roepen in schulderkentenis om de Heere, die we verlaten hebben. We behoren toch niet bij die eenzamen, die er veel over praten, weinig van beleven, en nog precies genoeg gezelschap over houden, om niet naar de gemeenschap Gods in Christus toevlucht te nemen ? Onderzoekt u nauwkeurig !
Eenzaam ben ik en verschoven, Ja, d' ellende drukt mij neer.
De eenzame wordt en is ook een ellendige. We kunnen lang stilstaan bij de eigenlijke betekenis van dit woord. Het duidt iemand aan, die zijn bezit kwijt is, die in de vreemde verkeert, die tot de bedelstaf is gebracht. Laten we dit laatste vasthouden. De ellendigen, dat zijn de bedelaars in het Oosten. Hoe groot mijn zonden en ellenden zijn . . . . . . Had David dit niet reeds gekend in zijn jeugd? Daar moeten we ons leven lang over doen, evengoed als over de verlossing en de dankbaarheid! Deze hele psalm legt er getuigenis van af, hoe de Heere Zijn volk gedurig weer tot de bedelstaf brengt. De ellendige, dat is iemand die gans ontbloot is.
In de eenzaamheid, en het gemis van Gods nabijheid, komt scherp naar voren, wie en wat we zijn buiten God. Geen erfdeel meer, verbrast door de zonde, geen korrel gerechtigheid, geen greintje heiligheid, geen plaats om op te staan, geen deksel om ons te bedekken, geen water om onze dorst te lessen, geen spijs om honger te stillen, geen voet om te lopen, (en de krukken liggen gebroken), geen . . . . . duizend doden kwellen mijn angstvallig hart. En de vijand rondom, wijzend op wat er wél is . . .. . ellende : Hoop maar niet meer. Waar is uw God ? — Doch deze ellendige riep, en de Heere hoorde! — Ja, het kind, dat 's nachts wakker schrikt en zich eenzaam en ellendiig voelt: — gaat schreien — en al kan het nog geen moeder zeggen, het schreit naar moeder, en die wèl moeder zeggen kan, roept: Moeder! — Dat is de kinderstem immers; daarom toch juist te herkennen. Dat kan alleen een kind doen.
David roept als een kind: Wend U tot mij, en wees mij genadig. En die U is de HEERE, zijn Verbondsgod (zie het vorige vers). Die Naam kent hij. Daarin ligt opgesloten, dat hij ook het middelpunt van die Naam kent, n.l. Jezus, de Naam des Zoons, in Wien de Heere HEERE is voor Zijn Kerk. Wend U tot mij! Zo klinkt in de nare eenzaamheid het geroep tot Hem, Die door de profeet Immanuël — God met ons — genoemd is. Dat is geloofsleven, roepend om een gekende en bekende God, in het aangezicht Zijns Zoons. Merk hier wel op het.verschil : Een roepen om tot die kennis te geraken, en een smeken vanuit die kennis ! Het betrekt zich op Dezelfde, maar in het hart liggen deze dingen verschillend! Wend U tot mij! Hoe zal dat mogelijk zijn, dat God een eenzame en ellendige hoort en Zich naar zulk een wendt! Denk eens aan Psalm 22. Daar zingt de Geest van Christus in David's ziel de bange klacht van de Eenzame voor: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten, verre zijnde van Mijn verlossing, van de woorden Mijns brullens. In de donkerste eenzaamheid is Jezus ingedaald, de eenzaamheid der eeuwige Godverlatenheid. Dat is hetgeen we ons hebben waardig gemaakt vanwege onze schuld en verdorvenheid. Maar daartoe heeft de Heere uit grondeloze eeuwige ontferming Zijn eigen Zoon niet gespaard, doch Hem in die God-verlatenheid doen afdalen, opdat Hij in de weg der gerechtigheid weer in gemeenschap met een verloren geslacht zou kunnen zijn. Hij, de Immanuël, werd verlaten, opdat wij nimmermeer zouden verlaten zijn. Zelfs in de diepste dalen is Hij nabij de ziel, die tot Hem zucht, dichter bij, dan de eenzame vermoedt, Is het niet de Geest van Christus, die hen doet roepen: Wend U tot mij!? En in die Christus wil de HEERE Zijn tegenwoordigheid openbaren, steeds opnieuw, want Hij ontfermt Zich keer op keer! In die weg wordt het eenzaam — met God gemeenzaam.
En wees mij genadig !
Ziet ge wel, dat het een worstelen is om de HEERE als een verzoend God te mogen aanschouwen. Een smeken om genadeverbondsbevestiging. Onze Statenvertaling zet bijl deze tekst als kanttekening: Of keer Uw aangezicht naar mij, volgens de belofte van Lev. 26 vs. 9. Daar lezen we : En Ik zal Mij tot u wenden, en zal u vruchtbaar maken, en u vermenigvuldigen, en Mijn Verbond zal Ik met u bevestigen.
Wees mij genadig: Genade roept om meer genade, en hier houdt het veel meer in dan vergeving van zonden of reiniging dies harten. Het is de bede, om uit de eenzaamheid der ellende geleid te worden in het effen recht des Heeren, in de verbondsgeheimenissen des HEEREN.
De ervaringen van het verleden deden David zeggen : De verborgenheid des HEEREN is voor degenen die Hem vrezen, en Zijn verbond om hun die bekend te maken. Daar haakt zijn ziel naar.
En onze God ontfermt Zich op het gebed.
Lezer(es). Hoe staat het met u? Misschien hebt ge veel eenzame dagen? En dan toch niets af te weten van deze eenzaamheid, die doet roepen naar en leidt tot de gemeenschap Gods!
Misschien hebben we het druk met alles rondom ons zonder ooit gehuiverd, te hdbben vanwege de ergste eenzaamheid, dat is buiten God te leven en te sterven. Buiten genade, die nog wordt verkondigd en aangeboden, komen we in de eeuwige God-verlatenheid terecht. Bedenkt, wat tot uw vrede is dienende.
Hoe hebt ge het in uw eenzaamheid, als deze ons niet onbekend is ? Kunt ge het er in houden, dan staat het kwalijk. Eenzaam wil zeggen : Niemand zorgde voor mijn ziel! Weg met dat gezelschap, dat we uit zelfbehoud achter de hand houden ! Dan zal uw bede zijn : Wend U tot mij en wees mij genadig. Weet, de Heere komt nooit te vroeg, en nimmer te laat!
Eenzaam ben ik en verschoven: . . . . Gedurig weer wordt Psalm 25 gezongen op het smalle pad — en toch telkens weer anders. Dat is 's HEEREN oefenschool om te leren, wat we aan onszelf hebben, en wat we aan Hem hebben. Hij moet wassen en wij minder worden.
Eenmaal behoeft Gods Kerk nooit meer te bidden: Wend U tot mij en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig — dat is daar, waar des apostels woord vervuld wordt: En wij zullen altijd bij de HEERE zijn.
Welgelukzalig het volk, welks God de HEERE is, en dat in de eenzaamheid de verborgen omgang nodig kent, vindt en geniet.
(Lexmond)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1947
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1947
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's