De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vragenbus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vragenbus

4 minuten leestijd

Vraag: Gaarne zou ik iets willen vragen en opmerken wat betreft vraag en antwoord in De Waarheidsvriend van 29 Mei, wat betreft het stille gebed bij de dienst des Woords. Is hetgeen oud is, alléén goed, en wat nu ingesteld wordt, verkeerd, omdat het nieuw is ? Er is stellig een gevaar aan verbonden, zoals er velen, vooral in de stad, naar gestaan wordt, alles liturgie, en er blijft van het Woord Gods maar weinig over, temeer, omdat het gewoonlijk bij elkaar behoort en het éne nogal armer is dan het andere.

Antwoord: Het oude is niet goed, omdat het oud is en het nieuwe is niet verkeerd, omdat het nieuw is. Daarin hebt gij gelijk. Er kunnen zeer wel nieuwe dingen zijn, die beter zijn dan de oude. Klaarblijkelijk voldoet het stil gebed in uw dorpsgemeente u goed en ik wil ook niet beweren, dat het persoonlijke daarbij verdwijnt.

Het liturgisch gevaar hangt echter niet aan de stad, alsof het daar alleen zou worden gevonden, maar aan de waardering van de Dienst des Woords, aan het inzicht omtrent het wezen der kerk en aan een zucht tot veruitwendiging der geestelijke dingen.

Het reformatorisch Christendom is niet tegen liturgie, maar het is beducht voor liturgische vormendienst, waardoor het leven der gemeente verarmt en de prediking, die ons vóór alles bevolen is, en mitsdien de werking van Woord en Geest, op het tweede plan worden geschoven.

Vraag : Vanmorgen hadden wij in ons kerkje eens weer bediening van het Heilig Avondmaal. Nu valt het mij telkens op, dat er zo weinigen, die de Gereformeerde Waarheid zijn toegedaan, mede aanzitten aan des Heeren dis, en dat niet alleen hier, maar ook in onze Gereformeerde Bondsgemeenten heb ik al vaker opgemerkt, hoe weinigen aan het sacrament van het Heilig Avondmaal deelnemen, terwijl Confessionelen en Ethischen gerust, en in grote getallen aanzitten. Nu ben ik ongeveer 10 jaar ouderling geweest en heb meermalen van die schuchtere mensen ontmoet, die niet durven aanzitten ; ik heb hun dan gezegd, dat de Heere het Heilig Avondmaal heeft ingesteld voor Zijn twaalf discipelen, waaronder een Petrus, die Hem die zelfde nacht driemaal zou verlochenen, een Thomas, die niet of althans zeer weinig geloof had, en toch mochten aanzitten ; alleen de verrader, Judas, werd weggezonden. Aldus redenerende, is het mij enkele malen gelukt de mensen te bewegen mede aan te zitten, maar in de meeste gevallen blijven dezulken weg. Nu vraag ik u, hierover eens een artikeltje te schrijven in De Waarheidsvriend en uw mening hierover te zeggen. Ook zou ik dan gaarne beantwoord zien de vraag, als de Heere bij de instelling van, het Heilig Avondmaal tot Zijn discipelen zegt : doe dit tot Mijne gedachtenis. Is dit dan een verzoek van Jezus of een bevel ?

Antwoord : Wat uw laatste vraag, aangaande de woorden des Heeren bij de instelling van het Heilig Avondmaal betreft, kan ik heel kort zijn: Het geldt hier een instelling voor de gemeente. Van bevel of verzoek kan men dus eigenlijk niet spreken, maar de Heere wil, dat het alzo geschieden zal en de gehoorzaamheid des geloofs eist dus naar de wil des Heeren te handelen.

Wat nu het eerste van uw schrijven, aangaat, de practijk is, zoals u schrijft. In gereformeerde gemeenten wordt in het algemeen veel minder deelgenomen aan het Heilig Avondmaal. Men acht, dat men geen deel heeft aan de zaak, zoals men dat uitdrukt, en heeft geen vrijmoedigheid. Het komt zelfs voor, dat een predikant daarin voorgaat.

In een gezond kerkelijk leven zou dit anders zijn, hoewel ook dan nog wel beschroomde zielen zouden worden aangetroffen. Vergeet niet, dat die schroom kan voortkomen uit een tedere nauwgezetheid, die gepaard gaat met oprechte bekommernis.

Ook is het waar, dat men wel begeerte heeft, maar om de mensen wegblijft.

Er ware nog veel meer op te merken. Calvijn kreeg zelfs de vraag, of men wel zou mogen aanzitten met mensen, die (naar men onderstelde) geen waarachtig geloof hebben. Om het nog duidelijker te zeggen, die men niet onder de gekénden des Heeren rekent.

Calvijn antwoordde, dat men, degenen die in leer en wandel met de belijdenis der kerk overeenkomen, als broeders en zusters in het geloof heeft te bejegenen. Dezulken verwacht Calvijn dus aan het Heilig Avondmaal.

Vandaar, dat ik boven opmerkte, dat het in een gezond kerkelijk leven, waarbij alzo op leer en wandel naar de belijdenis wordt toegezien, anders zou toegaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1947

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Vragenbus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1947

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's