De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DIACONALIA

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DIACONALIA

5 minuten leestijd

De na-oorlogse wereld, waarin wij leven, kenmerkt zich door een algemeen streven, naar vernieuwing.

Schier op ieder gebied, op het terrein van het economische leven als van het culturele leven, op dat van de sociale verhoudingen als van het onderwijs, kortom, in het gehele maatschappelijke leven is er een sterk verlangen te constateren naar vernieuwing. De oude wereld is voorbij, wij zijn een nieuwe binnen getreden, welke moet worden opgebouwd met nieuwe, dus moderne denkbeelden en hulpmiddelen.

Onder het oude staat een streep, het is immers onbruikbaar geworden !

En nu zou het niet juist zijn om op al dat enthousiasme en idealisme aanstonds zonder meer een domper te willen zetten, doch ernstig bezwaar moet toch wel worden gemaakt tegen al dat streven naar het nieuwe, in zover te weinig of soms in het geheel geen rekening wordt gehoud, en met hetgeen in de historie is gegroeid of is ontsproten aan eeuwigheidsbeginselen.

Niet, dat onder alle omstandigheden aan het oude moet worden vastgehouden, maar het is toch wel zo, dat men zeer voorzichtig zal moeten zijn het oude, dat in de geslachten is beprpefd en bewezen heeft een wel zeer deugdelijk fundament te zijn, zonder meer te verwaarlozen of omver te werpen, wil men althans niet de kans lopen, dat het nieuwe gebouw van straks zal blijken te zijn een kaartenhuis, dat, met loze kalk in elkaar gezet, bij de eerste de beste rukwind ineenstort.

Geldt zulks in het algemeen, nog klemmender is dit op het terrein van de Kerk.

Want ook de Kerk en met name onze Hervormde Kerk, is de naroorlogse beroering, welke het streven naar het nieuwe allerwege oproept, niet onopgemerkt voorbijgegaan.

Ook daar spreekt men van verandering en vernieuwing ; ook daar moet komen verandering van koers.

Nieuwe wegen moeten worden ingeslagen om achterstand, welke er op velerlei gebied in de Kerk zou zijn, te kunnen inhalen.

Een nieuwe koers dus !

En het spreekt wel vanzelf, dat bij die naar voren komende drang tot vernieuwing in de Kerk ook het terrein van de Diaconie wordt overzien.

Vele bouwmeesters zijn reeds aan het werk geweest om in woord en geschrift schetsmatig aan te geven hoe het gebouw van de kerkelijke armenr zorg in de naaste toekomst zal moeten worden gerestaureerd, wil het voldoen aan de nieuwe begrippen en opvattingen, welke zich daaromtrent bij velen hebben baangebroken.

Bij de beschouwing van deze materie zal het echter allereerst nodig zijn, dat men zich toch vooral goed realiseert, dat naar uitwijzen van des Heeren Woord het wezen en het karakter van de Diaconie is.

Alleen dan zal men kunnen beoordelen of de nieuwe omlijsting, welke men haar wil aanmeten, zich met dat wezen en dat karakter verdraagt.

Het woord Diaconie is, het zal de lezer wel bekend zijn, afgeleid van een Grieks woord, dat dienst betekent. En in het Griekse spraakgebruik wordt dit woord bepaaldelijk verbonden aan persoonlijke dienst, aan hulp van de ene mens aan de andere. In Handelingen 6, waar de Diaconie haar loop in de historie begon, gaat het ook over het aanstellen van mannen, die zouden voorzien in de dagelijkse bediening van de weduwen der Grieksen over het verzuim waarvan murmurering was ontstaan. De diakenen zijn derhalve de persoonlijke dienst van de Kerk . . . . .  aan wie ?

Men spreekt in deze dagen nogal eens over de dienst van de Kerk aan de wereld.

Indien men daarmede het werk van de Diaconie meent te moeten aanduiden, moet dit zeer stellig een dwaling worden genoemd, Men verwijst dan vaak naar de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, doch het is duidelijk, dat deze gelijkenis te deze niet, als voorbeeld kan worden gesteld, wijl zij, door de Heere Jezus Christus uitgesproken op de plaats en onder de omstandigheden en voor een gehoor als is geschied, een gans andere bedoeling heeft gehad. Zowel in het Oude Testament, zie b.v. Deut 15 vers 7, als in het Nieuwe Testament, Hand. 6, wordt het broederlijk hulpbetoon beperkt tot het volk, tot de gemeente.

Let ook op het aandringen van de apostel Paulus bij de gemeente van Corinthe tot het afzonderen van gaven voor de heidenen, de wereld ? Neen, voor de Jeruzalemse gemeente ! Daarom is 't werk van de Diaconie ook in geen enkel opzicht te vergelijken met dat van welke charitatieve vereniging ook. De hulp van de diaken als dienst van de gemeente vam de Heere Jezus' Christus is van een zeer bijzondere betekenis. Deze hulp wordt geboden, omdat er is een geloofsband met hem of' haar, die als broeder of zuster der gemeente in nood verkeert.

De diaken moet gaan zitten vlak naast hem of haar, die geholpen moet worden, in het besef, dat vrij allen in grote nood zijn gekomen door de zonde en daaruit alleen door de Heere Christus kunnen worden verlost. Het gaat er niet allereerst en allermeest om, om de aardse stoffelijke moeilijkheden weg te nemen of te verzachten, doch om heen te wijzen naar Hem, die uit alle nood verlost. Ook hier geldt : zoekt eerst het Koninkrijk Gods en zijn gerechtigheid en al deze gingen zullen u worden toegeworpen. Dit is dus wel zeer persoonlijk werk en daarvan begrijpt de wereld niets. Het is niet zelden, dat men zulks aanziet voor exclusivisme, en men wijst er daarbij dan op, dat Christus is de barmhartige Hogepriester. Dat wordt niet over het hoofd gezien, maar hebt ge er wel eens op gelet, dat de Heere Jezus tijdens Zijn rondwandeling op aarde alleen dan hielp, indien men tot Hem kwam in het geloof in Hem en dat Hij hen, die anders, dus in andere gestalte, tot Hem kwamen, ledig heen zond ?

De Diaconie heeft zich  derhalve te beperken tot de gemeente, als zijnde de samenkomst der gelovigen. Zo wil het ook het „reglement voor de Diaconiën" onzer Kerk in art. 7, althans in eerste aanleg.

(Rotterdam)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

DIACONALIA

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's