De Schrift alleen
Dit beginsel der Reformatie is door de moderne Schriftbeschouwingen het meest aangevochten. En toch is het merkwaardig, dat telkens weer de kracht van dit beginsel boven komt, of eigenlijk nooit geheel wordt vergeten, allerminst door degenen, die er bezwaar tegen maken.
Hoezeer ook de gereformeerden onderling verdeeld zijn en in oecumenisch opzicht achterblijven, is toch het Schriftgeloof het geheim hunner kracht. Voor velen nochtans, die zich onder de gereformeerden niet voegen, schijnt het Schriftgeloof op onoverkomelijke bezwaren te stuiten, welke zij gaarne tegenover hen in het veld voeren. Daarbij komen steeds weer de bezwaren van het rationalisme naar voren, alsof deze inderdaad nog opgeld konden doen : van sprekende dieren e.d.g.
Een enigszins ander karakter schuilt in de tegenwerping, dat geen menschenwoord God of de goddelijke dingen kan omvatten. Men begint dan met het woord van apostelen en profeten als mensenwoord te waarderen. Wij merken eerst op, dat daarmede het wezen van de profetie wordt miskend. De profeten zelf kondigen hun profetie aan met een alzo spreekt de Heere. Zij zijn er zich van bewust Gods Woord te profeteren. Doch ook zo hebben zij niet geleerd, dat hun profetie God of de goddelijke dingen zou omvatten. Hoe zouden zij dan hebben getuigd, dat God in het verhevene woont, dat rondom Hem wolken van donkerheid zijn, dat de hemelen der hemelen Hem niet kunnen bevatten ?
Geen Schriftgelovige heeft ooit geleerd, dat een mensenwoord God zou omvatten. Bovendien weten wij, dat wij ten dele kennen en dat ook de profetie voorbij gaat.
Wij belijden, dat de Heere God de Schepper van hemel en aarde is, maar dat sluit niet in, dat God in Ztjn schepping opgaat. Integendeel, Hij gaat ook in Zijn schepping niet op en nochtans wordt alle schepsel gedragen door Zijn kracht en dragen alle schepselen de kentekenen van Zijn heerlijkheid.
Het schepsel is niet God. Het is wezenlijk van Hem onderscheiden, maar alle creatuur is er krachtens het scheppende Woord. In het scheppende Woord ligt de verborgenheid van alle zijn. Alle schepsel ontvangt gestalte uit het Woord, dat het gemaakt heeft.
Dat blijft ten slotte ook gelden van alle dingen, die de mens gegeven zijn om daarover heerschappij te voeren. Een boom blijft een schepsel Gods, ook als de mens er zijn vaten en werktuigen uit maakt. En ten slotte is het menselijke kennen en kunnen een gave Gods, berust althans op een gave Gods. Als God hemel en aarde tot getuigen roept om Zijn trouw en waarheid te bevestigen, wat doet Hij dan anders dan wijzen op het werk Zijner handen ? En zou die God Zijn Woord geen gestalte kunnen geven in de profetie en in de geschiedenis van Zijn volk, ja in het hart der Zijnen ? Zou Hij geen gestalte kunnen aannemen om aan Mozes, Abraham en zovele anderen te verschijnen ? /
Dat een mensenwoord God niet kan omvatten, heeft niets te doen met de genade Gods om zich te openbaren aan een mensenkind, en om aan Israël Zijn wil bekend te maken in de vorm van Zijn Wet, opdat wij die zouden erkennen en betrachten als onze levenswet.
Het Schriftgeloof is trouwens geen zaak van wijsgerige critiek, die bazelt over de mogelijkheden Gods en der mensen, maar een zaak van geloof en een gave van de Heilige Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's