Samuël, een zoon der Wet
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
62)
En dan brengt ons daarom ook nu weer naar ons land terug, en héél spoedig zal Hij het alles volmaken. Dan is het om Zijn verbond; dat Hij ons terugbrengt naar ons land. Juist, zoals Hij door de profeten heeft voorzegd.
O, geliefde broeders, welk een tijd is dit, dien wjj beleven !
Het begin is dit, dat wij mogen terugkeren. O, komt toch laten wij nu onze Koning zoeken — nu, daar wij reeds in het land zijn, en weer een volk beginnen te worden. Onze profeten hebben dikwijls gezegd, dat wij moeten zoeken. Wij hebben gewacht en aan de Wet vastgehouden, maar — hebben wij ook gezocht ? Wij hebben ons maar stilgehouden, en er ons mee tevreden gesteld, ons leven te redden en wij hebben ons door de Wet laten samenhouden als door een ijzeren boei, ondanks al onze verstrooiing. Mozes zijn wij gehoorzaam geweest, o laten wij nu ook aan de Profeten gehoorzaam zijn. Ik vraag u : laten wij zoeken zonder bijgeloof en vooroordeelen, helemaal alleen aan de hand van onze Profeten. Laten wij zoeken, ieder afzonderlijk, en allen gezamenlijk, en laten wij elkander helpen. Laten wij diep navorsen de bedoelingen van Adonai, opdat wij daaraan kunnen beantwoorden. Weet gij het zeker, dat alleen de Wet ons helpen kan ? De Wet toont ons onze zonden, maar ze wijst ons niet de weg der verzoening. Hoe zullen wij bestaan, waar toch niemand de eisen der Wet geheel en al heeft vervuld ? Maar de profetieën leiden onze blikken naar de Messias. O, laten wij die onderzoeken, nu, in deze tijd ! Want hier te lande moet het nieuwe komen. Samuels woorden waren zó blij van toon, en zó vol goede moed, dat zij den vergaderden zijn verlangens als 't ware ingoten. Met schitterende ogen keek hij de kring rond.
Pas langzamerhand kwam enige bevreemding boven over het haast brutaal naar voren dringen van een jongen van dertien jaar in tegenwoordigheid van zoveel mensen op rijpere leeftijd. Bij enigen werd deze bevreemding tot een gevoel van mishagen, terwijl anderen klaarblijkelijk versteld stonden over de ontwikkeling van deze knaap. Zulk een toespraak en zulke gedachten had nog niemand van een jonge Zoon der Wet gehoord. Maar iedereen voelde het aan hem, dat slechts een warm verlangen zijn jongensachtige schuchterheid doorbrak, en dat hij zich geenszins bewust was, hoezeer hij boven de anderen van zijn leeftijd uitstak. Zijn grote ogen vol vuur trokken tenslotte allen tot hem.
Voor Suze was het geweest, alsof zij hemelse muziek hoorde. Zij tastte naar de hand van haar man, en fluisterde : „Ik zeg ook : Hij moet komen, — daar gaat niets van af. Zoekt allen ! Trekt hem hierheen ! Misschien is Hij reeds onderweg, misschien is Hij er reeds, reeds hier ! O, Heere, bewaar ons ! Mannia, mijn kind, je moet mij alles vertellen wat je ziet, hoor !" Haar magere hand had het hoofdje van Mannia Zalig aangeraakt. Het meisje zat met een hoog-rode kleur bij haar gehurkt, en keek van de een naar de ander. Zij begreep nog niet, zij vermoedde alleen nog maar, wat hier werd verhandeld.
Maar Samuels tong was nu los gemaakt en hij ging voort : „De heilige Thora heeft ons meer dan eens gezelschap gehouden als wij op weg waren naar de verlossing, — de Gemara (Talmud) heeft dat nooit gedaan in deze vijftien eeuwen van haar bestaan. Maar ik weet zeker : als wij maar zoeken, dan zal de wolk der heerlijkheid over ons zichtbaar worden. Als gij mij niet wilt geloven, omdat ik nog een jongen ben, gelooft dan de man Gods : Mozes ! En gelooft onze profeet Hosea, die zegt, dat wij Zijn aangezicht, als het ons bang is, zullen zoeken, in de laatste tijd, en dat Hij zich dan door ons zal laten vinden. Met de Messias krijgen we immers ook onze hogepriester terug, en de tempel, en de offers, en de verzoening, voor heel Jeruzalem !"
Er ging een zucht van verlichting door de vergadering, alsof men al die tijd, dat hij sprak nog geen adem had durven halen. Zij konden niet tegen hem op.
„Hij heeft gelijk, — willen meer en beter gaan zoeken", zeiden enigen. Lemberger echter keerde, zich stuurs af, en zei : „Wij volgen onze leraars, die hebben voor ons te denken. Wij zelf hebben wel iets anders te doen."
De bruine ogen van de jongen schoten vuur. „Zouden wij niet zelf mogen zoeken, waar er toch over Hem is gesproken en geschreven voor alle mensen en het er helemaal niet op lijkt, alsof onze eigen wijzen zich druk ndaken met zoeken ? Wannéér zou Hij geboren worden ? De ouden hebben onze profeet Daniël zó verstaan, alsof hij had moeten komen vóór de verwoesting van de laatste tempel. Zij hadden zich misrekend, maar wanneer zal het dán zijn ?
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's