GROEN en de FORMULIEREN
Het is al weer enige tijd geleden, dat in de kerkelijke pers de beschuldiging aan het adres van Groen werd geuit, dat zijn houding inzake de Belijdenis niet zuiver gereformeerd zou zijn. Het is me nadien opgevallen, dat deze bewering als waarheid verder werd doorgegeven. Aangezien het mij echter voorkomt, dat deze beschuldiging niet juist is, is het van belang te weten, wat Groen hierover geleerd heeft. Dat is niet alleen van beteikenis ter mogelijke weerlegging, maar ook is het in het huidige stadium van de ontwikkeling der zaken in onze N. H. Kerk van belang te weten welke waarde Groen aan de formulieren heeft toegekend. De nieuwe kerkorde zal toch moeilijk aan dit vraagstuk kunnen voorbijgaan.
Het maakt op het eerste gezicht al een wonderlijke indruk, dat Groen, die zo ijverig onze vaderlandse geschiedenis beoefend heeft, niet zou weten hoe onze vaderen de formulieren beschouwd hebben en dat hij deze mening niet zou delen. Het heeft mij dan ook niet verwonderd, dat Groen's verhandelingen voldoende materiaal bieden om hem te verdedigen. Ja, wat meer is, hij heeft zelf deze beschuldiging afgewezen.
Hierop hopen we te zijner tijd tertig te komen. Voor een recht begrip van. Groen's zienswijze moeten wij goed in het oog houden de tijdsomstandigheden, waaronder hij schrijft. Het is de tijd, waarin het modernisme opgang maakt in onze kerk. Prof. Scholten doceert te Leiden, prof. Opzoomer is te Utrecht zijn loopbaan begonnen. In verschillende gemeenten zijn moderne predikanten opgetreden, die de gemeente verontrusten door de lochening van de hoofdwaarheden der H. Schrift. Tegenover dit optreden wil Groen het goed recht der belijders der Schriftuurlijke waarheden verdedigen en daartoe brengt hg de formulieren in het geding. Dit doet hij in zijn geschrift : Het Regt der Hervormde Gezindheid. Dit boek is moeilijk te verkrijgen en daarom hoop ik weer te geven, wat Groen over de betekenis der formulieren schrijft. Ik zou wel wensen het gehele werk u voor te leggen, maar dat gaat nu eenmaal niet in enige artikelen. Ik moet mij beperken tot datgene, dat voor ons onderwerp van het meeste belang is.
In de eerste verhandeling spreekt Groen over de werkeloosheid der gelovigen in het Hervormde Kerkgenootschap en tracht ze op te wekken tot meerdere activiteit. Hij begint te wijzen op de kracht van Gods Woord„ Dit Woord is, waar alle kerkelijke waarborgen zijn weggevallen, genoegzaam, om een Kerk in geest en waarheid te vormen dit Woord alleen heeft de kracht om een verbasterde Kerk van het bijkans algemeen bederf te genezen en te hervormen ; dit Woord is onmisbaar om een kerk, waar volkomen rechtzinnigheid en nauwgezetheid in leer en instellingen bewaard is, tegen ontaarding en doodslaap te behoeden.
Maar, omdat het Woord Gods machtig is temidden van het ongeloof een Kerk te vormen, mogen wij daarom aan de verwoesting ener bestaande Kerk de hand lenen, zolang er mogelijkheid van behoud is ?
Groen herinnert er aan, dat de Kerk geen wetenschappelijk disputeercollege is, waar men naar een onbekende Godheid en naar een verborgen leer der Godzaligheid zoekt; maar wel een gemeenschap ter Godsverering, wier levensvoorwaarde in geloofseenheid en wier band, tengevolge der oprechtheid van overtuiging, in aller belijdenis ligt. Zo de Kerk geen belijdenis heeft, dan is er geen grond om het lidmaatschap met verwijzing naar Gods Woord, te betwisten aan hen die, al verdraaien zij de Schriften tot hun eigen verderf, zich evenzeer op de Schriften beroepen. Neem het gezag van het formulier weg ; verklaar, dat alleen Gods Woord de regel is van prediking en onderwijs, zo worden wij, met vernietiging van de Kerk, rechtstreeks naar de volledige heerschappij van het subjectivisme en individualisme geleid. De vermelding der Symbolische geschriften kan niet achterwege blijven, indien men een wettig standpunt begeert van kerkelijke eis, indien men verlangt in het kerkgenootschap te worden geduld. Doch ik vlei mij — zegt Groen — dat over het gezag der formulieren, in die zin en geest, op de duur geen wezenlijk verschil kan bestaan. Als men het geloof aan de ingeving der Heilige Schrift Bijbelafgoderij noemt, als Christus, die God is boven al te prijzen in der eeuwigheid, een hemeling heet, opgevoed in hogere sferen tot wijsheid en deugd; als met het verzoenend sterven van de Zaligmaker het anker der hoop voor de eeuwigheid ontrukt wordt, dan wil ik het recht behouden om de vrijheid der wetenschap niet met de losbandigheid der prediking te verwarren ; om deze aanranding van de dierbaarste, panden der kerkgemeenschap aan de eenvoudige regel van eerlijkheid en goede trouw ter toetse te brengen: dan mag ik niet vrijwillig afstand doen van de bevoegdheid om, krachtens de belijdenis der Kerk, de gemeente tegen de gestadige aanprijzing van deze leer des verderfs te waarschuwen en tevens wellicht, enigermate althans in veiligheid te stellen. En zo er, of in onze voorstelling, of in die van anderen, vroeger een voorkomen van eenzijdigheid mocht geweest zijn, het lost zich, dunkt mij, op in aller overtuiging dat, zo dorre rechtzinnigbeid niet baat en veeleer de bron van jammerlijk zelfbedrog is, evenwel het leven des geloofs ook in rechtzinnigheid openbaar wordt, en dat, ofschoon er tussen de Bijbel en de formulieren geen denkbeeld van gelijkstelling kan bestaan, beide moeten worden gewaardeerd in de aard en rang, waarvan het bijvoeglijke naamwoord, met eenvoudigheid en juistheid, de aanwijzing bevat, als de Heilige Schrift, die het levende en eeuwig blijvende Woord van God is, en als de Symbolische Schrift, waarin de Kerk een geloofsleus en het merk ter onderscheiding van vriend en vijand bezit.
(Harderwijk)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's