Waarom het nodig is
In de maand Maart van dit jaar verzond de commissie, die van het Hoofdbestuur van onze Bond opdracht kreeg om te onderzoeken wat tot steun van de door de oorlog getroffen gemeenten gedaan kon worden, een circulaire aan kerkeraden en kerkvoogdijen, waarin deze tot hulpverlening werden opgeroepen.
Jammer genoeg zijn daarop lang niet alle antwoorden, ontvangen. Dit bemoeilijkt het werk van de commissie zeer. Naar men weet, ligt het in de bedoeling, dat aan iedere gemeente, die zelf geen schade van betekenis leed, een getroffen gemeente toegewezen wordt. Zolang wij echter niet weten op hoeveel en welke gemeenten wij kunnen rekenen, is het ondoenlijk een plan op te stellen, waarbij de niet getroffen gemeenten billijk over de getroffen gemeenten verdeeld worden. Ik mag daarom van deze gelegenheid zeker nog wel eens gebruik maken om die kerkeraden en kerkvoogdijen, die nog niet antwoordden op het eerste rondschrijven, te verzoeken dit alsnog te doen. Tegelijk mag deze opmerking dan wel dienen ter opheldering van de omstandigheid, waarom het niet altjjd mogelijk is terstond antwoord te geven op de vraag, aan welke gemeente men zijn zorgen kan gaan wijden. Het is duidelijk, dat bij de toewijzing van gemeenten met overleg tewerk gegaan moet worden om te voorkomen, dat straks twee gemeenten, die aan elkander verbonden werden, weer van elkander losgemaakt zouden moeten worden, omdat de verdeling achteraf niet billijk blijkt te zijn.
Gelukkig zijn er ook heel veel antwoorden binnen gekomen, waarbij hartelijke instemming en warm medeleven betuigd werd, op een wijze, die duidelijk toont hoezeer men overtuigd van de noodzakelijkheid om met elkander dat, wat de oorlog verwoestte, weer op te bouwen. Zo ontving ik b.v. deze week nog een brief uit een gemeente, die verzocht wjis een bepaalde getroffen gemeente te adopteren. In dat schrijven werd uitgesproken, dat men wel begreep, dat er meer moest komen, dan in een collecte samengebracht kon worden, waarom gevraagd werd wat de gemeente dan verder nog zou kunnen doen. Waar zulk een bereidheid is om te helpen, zal het nodige er zeker wel komen. Het mag ons allen wel ten voorbeeld zijn.
Daarom hoop ik het antwoord op die vraag hier in De Waarheidsvriend te bespreken, omdat het voor alle gemeenten van betekenis is. Maar eerst wilde ik een andere vraag, die de commissie gesteld is, afdoen. Een kerkvoogdij vroeg, waarom dergelijke hulp aan getroffen gemeenten nog verleend moest worden naast de van overheidswege te ontvangen vergoedingen. Ik denk, dat er onder onze lezers wel enkele zullen zgn, die bij het vernemen van die vraag even verbaasd opzien, als ik deed, toen ik die vraag las. Dat zijn zij, die iets van die vergoedingen van overheidswege weten, omdat zij zelf nog bij de stukken en brokken van hun woning zitten en die geen mogelijkheid van herbouw zien, omdat de vergoedingen en regelingen zo zijn, dat men tengevolge van de huidige bouwprijzen, zelf voor te zware lasten zou komen te staan. Een heel eenvoudig voorbeeld uit de practijk kan dat verduidelijken. Dezer dagen ontving de Diaconie van mijn gemeente de rijksbijdrage in het herstel van een door het oorlogsgeweld zwaar beschadigde behuizing. Het herstellen van die woning had meer dan ƒ 7000.— gekost. De bijdrage van het rijk was ƒ 2901.— !!
Nu dit maar een heel eenvoudig geval, dat mij nu zo in de gedachten komt, maar het toont toch wel duidelijk aan, hoe weinig toereikend de van overheidswege te ontvangen vergoedingen zijn. Vooral wanneer 't over grotere bouwsommen gaat.
Laten we echter ook nog een getroffen gemeente als voorbeeld noemen. In de gemeente Hedel zijn kerk en pastorie door voortdurende beschieting zeer ernstig beschadigd. Het herstel van de pastorie zal ƒ 41.000.— vragen, waarbij nog geen rekening gehouden is met de achitectenkosten. De rijksbijdrage is vastgesteld op ƒ 11.400.—.
Gelukkig heeft Hedel belangrijke hulp uit Amerika ontvangen. Niet minder dan ƒ 12.000.—. Maar dat is ook wel nodig, want zelfs met deze hulp zal de gemeente nu nog in een zeer aanzienlijk bedrag moeten voorzien. Bovendien is het herstel van de kerk geschat op ƒ 141.000.—. Een groot deel daarvan wordt weliswaar door het rijk gedragen, maar toch ook weer een deel door de gemeente zelf. Het is dus wel duidelök, dat Hedel, indien er geen hulp geboden wordt, voor lange tijd onder een zodanige schuldenlast gebukt zal moeten gaan, dat het de vraag is of het er, menselijkerwijs gesproken, ooit weer bovenop zal kunnen komen. Want laten we niet vergeten, dat Hedel voor 95% verwoest is. Vrijwel alle leden der gemeente hebben genoeg aan hun eigen lasten! Daarom moet er hulp van andere gemeenten komen en daarvoor is de onderlinge hulpverlening noodzakelijk. Giften en collecten zullen de kerkvoogdij, die ook zelf alles wil doen om uit de eigen gemeente bijeen te brengen wat maar mogelijk is, de verder nog benodigde middelen moeten verschaffen. En waar dit wel niet voldoende zal blijken te zijn, zullen er wegen gezocht moeten worden om aan de getroffen gemeenten, (want Hedel is bij lange na niet de énige) leningen te verschaffen, waarvan de rente en aflossing niet in de eerste plaats op de getroffen gemeenten komt te rusten. Zo hoorden we, dat drie gemeenten, die met elkander voor een getroffen gemeente wilden zorgen, het plan hebben om ƒ 50.000 beschikbaar te stellen, zonder dat de getroffen gemeente voor rente en aflossing zal moeten zorgen ! Natuurlijk kunnen niet alle gemeenten evenveel doen. Dat hangt van verschillende omstandigheden af. Er zijn ook gemeenten, die geantwoord hebben, dat zij werkelijk niets konden doen, terwijl er ook wel weer andere waren, die zeiden, dat het eigenlijk niet kon, maar dat zij toch bv. een collecte niet achterwege wilden laten. In ieder geval zal er veel bereikt kunnen worden, wanneer we de handen in elkander slaan en ieder doet, wat mogelijk is.
De gemeente Loon op Zand gaf ten aanzien van Hedel het voorbeeld, door deze gemeente te adopteren. Naar we hopen, wordt dit voorbeeld door andere gemeenten, die daartoe uitgenodigd werden, gevolgd.
Trouwens er zijn reeds verschillende contacten gelegd. Ik doe nu maar een greep, om er een volgende maal meer van mede te delen. Barneveld gaat Heteren, waar de kerk zwaar beschadigd werd, helpen. Zuilichem en Nieuwaal verloren hun kerkgebouwen. De gemeente Monster bracht al ƒ 2300.— voor die gemeenten bijeen. Ridderkerk en Hoogeveen adopteerden Aalburg, waar kerk en pastorie aanzienlijke schade leden. Noordeloos helpt Babyloniënbroek de pastorie te herstellen, terwijl in verschillende gemeenten reeds inzamelingen voor de hulpactie werden gehouden.
Maar het ging er nu vooral om, de vraag te beantwoorden, waarom het nog nodig is hulp aan de getroffen gemeenten te verlenen naast de van rijkswege te ontvangen vergoedingen.
Ik hoop, dat ik daarin geslaagd ben en dat we overtuigd zijn, dat we de lasten van de oorlog niet alleen op de getroffen gemeenten mogen laten rusten, maar die met elkander hebben te dragen.
(Wijk bij Heusden)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's