Niet te bewijzen??
Overgenomen uit „Protestantse / Gezondheidszorg", dd. Mei '47
Wèl te bewijzen!
In het „Vrije Volk" van Groningen staat onder „Van dag tot dag" een korte aantekening onder het hoofd „Niet te bewijzen", hetwelk wij hier volledig opnemen :
In de kringen van hen, die ijveren voor uitbreiding van het protestantse ziekenhuiswezen, kan men een enkele maal een geluid opvangen dat hun actie er niet sympathieker op maakt. Ik bedoel het geluid, dat ook klonk in het eerste nummer van het maandblad Protestantse Gezondheidszorg: „Rome verpleegt de Protestantse zieken niet uitsluitend uit charitatieve, maar niet minder uit missionaire overwegingen.
Tegenover de feiten, die tot dit verwijt leiden, staan de anderen, die de rechtvaardigheid er van aantasten. In ieder geval de stelling is in bovenstaande vorm m.i. niet te bewijzen. En daarom kan zij' beter achterwege blijven.
Het is prettig, als wij een redactie kunnen voorlichten en daarom gaan wij er hier wat uitvoeriger op in. In „Wy tilgje op" (dat is : Wij trekken op), R.K. orgaan van het klooster te Drachten, vinden wij het volgende vermeld :
„ . .. . . . Maken wij nu de balans op van hetgeen ons klooster na 12,5 jaar (Nov. 1945) tot stand bracht, waarmee tegelijk een kijk wordt gegeven op onze werkwijze.
Zoals wij hebben gezien, werd het klooster in Drachten destijds gesticht om de rijkdom van ons katholiek geloof in Friesland uit te dragen. De wijze waarop wij, zowel in Drachten als op de „Uthöven", deze doelstelling hebben getracht te verwezenlijken, is allereerst oecumenisch. D.w.z. wij hebben er naar gestreefd tussen de niet-katholieken en ons een sfeer van vertrouwen te scheppen, welke de brug tot toenadering vormt.
Die sfeer van vertrouwen — en dankbaar gedenken wij het werk van onze lekenapostel, die in veel gevallen het eerste contact legde — berust voor een niet gering deel op zuivere menselijke goodwill. En hierin zijn wij over het algemeen niet teleurgesteld. Waar wij 12,5 jaar geleden zelfs als wereldgeestelijken vermomd in Drachten een rariteit waren — ofschoon tot eer van de bewoners moet worden gezegd, dat zij zich van meet af aan hoffelijk gedroegen — daar zijn wij nu volkomen ingeburgerd, zelfs in ons bruin habijt en op blote voeten. Een ieder die met ons door het plaatsje een wandeling maakt, kan er zich persoonlijk van overtuigen, dat niet alleen velen ons vriendelijk groeten en toespreken, maar evenals in Limburg en Brabant de kinderen met een „dag pater" op ons komen toegesneld om een handje te geven.
Al mogen wij hier inderdaad van toenadering spreken, de laatste en beslissende stap wordt nog maar zelden gezet, en ook wat de toekomst betreft, maken wij, ons geen illusies. Het is en blijft echt monnikenwerk dat wij hier te verrichten hebben : ontginnen, zoals de monniken-turfgravers eertijds in deze streek hebben gedaan, maar dan in geestelijke zin.
(Sedert 1940 zijn er 5 „Uthoven", o.a. één te St. Jacoba parochie: Daar werken 2 paters en sociale werksters ; de bevolking van dit dorp geldt 2 R.K.)
Hieruit blijkt duidelijk, dat hier de missie werkzaam is.
„Het Vrije Volk" is de werkmethode van de Rooms-Katholleke missie zeker niet bekend. In Drachten waren eerst een 7-tal R.K. gezinnen. Er zijn enige middenstandszaken bij gekomen en enige grote K.K. gezinnen.
Er kwam naast het enige daarvoor gevestigde Carmelitessenklooster een klooster voor de paters Franciscaners Voor deze 13 gezinnen kwam een kloosterschool. Toen kwamen de ontwerpen voor een ziekenhuisje van 40 bedden.
Door onze actie kreeg men toen geen voldoende steun van medische zijde en bestaat er thans een Protestants ziekenhuisje met plannen voor spoedige uitbreiding en een Verpleeghuis voor normaal 12 bedden van R.K. zijde.
Het missiewerk geschiedt niet alleen in de heidenlanden, doch ook in de Protestantse provincies.
In het onlangs in herdruk uitgegeven boek „De Katholieke Verpleegster', kerkelijk goedgekeurd Februari 1941 — geschreven door Pater dr. H. Rothoff S.M.A.; vinden wij op pag. 14 :
„En is het niet haar werk, dat nog dagelijks in de heidenlanden de weg baant voor de Geloofsprediking ? Is niet haar werk zelf de eerste en beste prediking ? De liefde verwondert het meest de niet-Christenmens, en zij is onweerstaanbaar. Waar niets lukt en niets helpt, daar slaagt en overwint zij.
Op pag. 15 :
„Denk niet, dat wij leken willen weren uit de verpleging. Niets dommers en onlogischer zouden we kunnen doen, in deze tijd, waarin de Kerk de wereldoproep lanceerde voor het leken-Apostolaat. Neen, de leken worden juist geroepen, en dringend aangespoord tot alle Apostolaatswerk".
Op pag. 140 :
„Vooral voor Verpleegsters, die werken in niet Katholieke ziekenhuizen of sanatoria, ligt hier een terrein open van vruchtbaar leken Apostolaat".
Op pag. 275:
Doopsel.
„Kinderen van niet-Katholieken, of van Katholieken, die hun kinderen niet zouden willen laten dopen, mogen, ook bij weigering van de ouders, gedoopt worden, als zij in zodanige toestand verkeren, dat voorzichtig kan worden voorzien, dat zij zullen sterven alvorens tot het gebruik van de rede (jaren van verstand) te zijn gekomen. Dit is de uitspraak van Can. 750 van het Kerkelijk Wetboek. Denk er om, dat ge hier een apostolaat hebt uit te oefenen ! Maar ook, dat dit met tact en voorzichtigheid moet worden uitgeoefend. Dien het Doopsel aan dergelijke kinderen, die nog geen zeven jaar zijn, toe in het geheim ; de Ouders hebben nooit het recht het Doopsel van een stervend kind te verbieden of te verhinderen. Maar ge moet de morele zekerheid hebben, dat het kind in stervensgevaar verkeert.
In geval die kinderen niet zouden sterven : denkt ge, dat men ze Katholiek zal opvoeden, openbaar dan aan de Ouders, dat ze gedoopt zij; kunt ge zulks echter niet veronderstellen, zegt dan niets. Maar daarom juist is het zo van belang, dat ge moreel zeker zijt van het stervensgevaar; want die kinderen zij, door hun Doopsel, ook verplicht, nadien als Katholieken te leven; en dat maakt men hun soms onmogelijk".
Op pag. 280 :
Niet Katholieken in stervensgevaar.
„Wat kunnen we doen voor niet-Katholieken, die in stervensgevaar verkeren ? Een vraag, die voor de verpleegster zeer zeker van belang is — aan welke echter veel „haken en ogen" zitten.
Op de voorgrond staat het feit, dat zij, uit hoofde van het gebod der naastenliefde, verplicht is, voor de ziel van haar patiënt alles te doen, wat zij kan. Vergeet deze plicht nooit ! Denk niet, in dergelijke gevallen: het is een ongelovige of een van een ander geloof — dat hij dus maar doe, wat hij meent te moeten doen volgens zijn overtuiging !
Van de andere kant moet ge in die gevallen steeds voor ogen houden, dat een onbekookte ijver meer kwaad dan goed kan doen; dat de omgeving of het bestuur van de inrichting u misschien verbiedt, de patiënten over geloofszaken te spreken ; dat ge soms grote last veroorzaken kunt aan de Kerk of aan uzelf".
Wii kunnen het dan ook niet anders zien, dan dat Rome zich uitsluitend voor de missie met de verzorging van Protestanten in Protestantse streken bezig houdt.
Indien dit pure liefdadigheid zou zijn, zouden ze dit werk wel kunnen gebruiken in Brabant, waar ze nog bedden tekort komen.
Wij vertrouwen, dat het „Vrije Volk" en mogelijk ook enkele anderen, hiermede voldoende zijn voorgelicht.
Wil het „Vrije Volk" zo vriendelijk zijn deze toelichting te plaatsen, althans onder „Van dag tot dag" te vermelden, dat het bewijs is geleverd ? Bij voorbaat vriendelijk dank !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's