Gedicht
In der aarde donkre schachten
In der aarde donk're schachten schuilt diep weg het fijne goud....
En in bange smartennachten werd mijn ziel met U vertrouwd.
Zondeschuld boog diep mij neder, 'k Zag verkocht mij onder 't kwaad ; en geen sterv'ling, die zich weder opricht uit d' ellendestaat.
Gij, Verkoor'ne van de Vader, daaldet neder in mijn nood. Gij, o milde Levensader, mij het levend water boodt.
En nu leef ik zelf niet meer : Gij, Gij leeft in mij, o Heer !
II.
En nu gloort er door mijn dagen staag een glans, die niet meer taant ; en nu voel ik mij gedragen, waar geen pad me werd gebaand.
Nu zie 'k dichte neev'len zwichten ; ja, het dreigendst wolkenheir wijkt voor 't alvermogend lichten van Uw aangezicht, o Heer !
'k Weet, dat eng'len mij geleiden, stenen ruimend voor de voet. En — ontheft Ge niet van lijden, Gij vermeerdert kracht en moed.
'k Weet: Uw liefde zegent mij, En dat maakt mijn hart zo blij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1947
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1947
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's