De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Over schilderijen en nog wat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over schilderijen en nog wat

4 minuten leestijd

Vacantie overpeinzingen

In het rijksmuseum te Amsterdam heb ik de gerestaureerde „Nachtwacht" van Rembrandt gezien. Het was een uur van aesthetisch genot. Altijd weer staat men verwonderd over de heerlijke lichtval op dat schilderij, de lichtval, die vooral na de restauratie van Mertens nog veel duidelijker uitkomt.

Het machtige van de „Nachtwacht" is naar mijn gedachte, dat het geheel een levend schouwspel is, het zijn niet stijve poserende mensen, maar het is een schuttersoptocht, die op het punt staat te vertrekken.

De figuren zijn ongedwongen, levend, sprekend. Daar geeft kapitein Frans Banning Cocq het bevel aan zijn luitenant Van Ruytenburch, die in disciplinaire volgzaamheid gehoorzaamt.

Het bevel is nog niet door Van Ruytenburch uitigesproken, dus allen zijn nog met eigen zaken bezig.

De ene schutter laadt zijn musket, de andere blaast het kruit van de pan, de ringbaardige tamboer roffelt, het hondje keft er tegen, de twee meisjes dartelen tussen de soldaten, een jongetje holt hard weg na — waarschijnlijk — een kwajongensstreek uitgehaald te hebben, en ga zo maar door.

Het is alsof ge een ogenblik zelf getuige zijt van Neêrlands burgerlijk, militair leven, anno 1640.

Wat een rijke kleding. Luitenant Van Ruytenburch in fonkelend geel en wit en goudborduursel. Het was dan ook een rijke tijd, toen Rembrandt zijn „Korporaalschap van kapitein Frans Banning Cocq" schilderde. De monumenten van die rijke tijd bestaan thans nog : de statige herenhuizen aan de grachten van Amsterdam.

Wij hadden toen, ± 1650, de wereldhandel.

Groot was Neêrland toen, in aanzien, rijk.

Maar Neêrland was in die tijden ook groot in een ander opzicht : in zijn Calvinistische levenshouding. Dat bloeiende Calvinisme reflecteert zich thans nog in de schilder- en tekenkunst van Rembrandt.

Weliswaar niet zo sterk in de Nachtwacht, maar dan toch in de vele Bijbelse figuren en taferelen van des Meesters hand.

Wat is het geweest, dat Rembrandt aandrong om die Bijbelse gegevens in een diepte te tekenen en te schilderen, welke ons thans nog verwondering afdwingt ?

Jammer, dat de hedendaagse kunstcritici zo weinig in die religieuse diepte (kunnen ? ) indalen.

In een zaal, naast de „Nachtwacht"-zaal hangt een klein doek : een oude vrouw, gebogen over een grote Statenbijbel : weergave van tere bijbelse vroomheid. In het boekje van Ton Koot „Rembrandt's Nachtwacht in nieuwe luister", valt mij een zin op — Hendrickje moet voor de Kerkeraad der Geref. Gemeente verschijnen — „zij wordt ernstelijck bestraft, tot boetvaerdigheyt vermaent en van de tafel des Heeren afghehouden".

Wat een invloed had de Kerkeraad toentertijd nog ! Het maatschappelijk leven onder geestelijk toezicht tot welzijn en heil der mensenzielen.

Daarom is Rembrandt nooit los te maken van het Calvinisme en zijn zijn schilderijen, etsen en tekeningen nooit te scheiden van het Calvinistisch levensbeginsel. In Rembrandt aanschouwen wij de rijkdom van zijn tijd, maar ook, zij het niet rechtstreeks, dan toch zeker zijdelings, de rijkdom van het Gereformeerd geloofsleven in al zijn eenvoud, stoerheid en kracht.

Bij mijn wandeling terug door de straten van Amsterdam las ik op de borden van het Communistische nieuwsbureu „De Waarheid" de triumfantelijke mededeling, dat Sjahrir wel, maar de andere leden van Oost-Indonesië en West-Borneo niet tot de Veiligheidsraad waren toegelaten.

Dat is Nederland van nu.

Schril contrast.

Eens, in Rembrandt's tijd, rijk, fier, machtig.

Nu arm, concessies, incompetent de orde op eigen rijksgebied te handhaven.

Nog uitkomst ?

Ja, alleen als we als volk terugkeeren naar het geloofsbeginsel van Rembrandt's eeuw.

Zeker, het was toen in de z.g.n. gouden eeuw ook niet alles goud wat er blonk, maar de geestelijke sfeer was anders. Toen nog een buigen onder de autoriteit van Gods Woord. Rembrandt deelt het ons thans nog mee. Op dat Woord zullen we als volk moeten worden teruggeworpen, vooral nu ons door de wereld onrecht wordt aangedaan en wij geen steun vinden.

De God der vaderen leeft ook thans nog.

Bij Hem alleen de uitredding.

Ook in deze grote nood.

Anders de chaos.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Over schilderijen en nog wat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's