Samuël, een zoon der Wet
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
66)
Hij beweerde thans, dat het nu reeds hier een paradijs was en hij maakte daar nog allerlei grapjes over. Zij volgde zijn praatjes met een lach om haar mond, maar ook haar hart lachte daarbij, want zij gaf hem gelijk. Het kwam er alleen maar op aan, hoe je de dingen bekeek. Haar schitterogen zagen reeds het toekomstige, en niemand had de macht haar dat te ontnemen.
Uit de verte zagen zij tot in de late avond bij Tulipenbloesems hut al die mannen staan in hun lange jassen. Die aanblik lokte hen niet tot terugkeeren, en telkens vond Mandel ook nog iets nuttigs, dat nog gedaan kon worden. Eindelijk begon hij keien aan te dragen voor een reeds begonnen stenen terras. „Mijn schat", zei hij toen, „ik wil je een geschiedenis vertellen over de hof van Eden. Ga nu zitten en rust wat uit en verneem hoe het komt, dat wij tweeën, zulke geringe mensen, in de hof zijn geplaatst. Zit je goed ? Hoor dan !"
De Heere God zit op Zijn troon en vele vrome mensen komen tot Hem en willen met Hem spreken. Het eerst van allen komt er een Rabbijn met een boek. Die glimlacht stilletjes van vreugde, krabt zijn bakkebaarden, strijkt door zijn baard, grijs als die is, en spreekt: Ik heb Uwe kinderen geleerd U te vrezen, en ik heb hen Uwe grote wonderen in de wet laten zien. Zal ik nu met U spreken, zo moet Gij mij dat eerst belonen. Mij is het Paradijs te weinig — ik verlang honderd werelden !
Dan komt er een voorzanger aan en die beroemt zich er op, dat hij zó mooi gezongen heeft als een orgel, bij alle feesten, en die vraagt hetzelfde loon als die Rabbi.
Daarna is er een, die een poosje blijft staan met een grote lantaarn, en die zegt : ik ben een Synagoge-dienaar. Ik heb de sjoel geveegd, de mensen gewekt voor het morgengebed, uitnodigingen rondgebracht voor bruiloften, en heel wat heilige opdrachten uitgevoerd. Ik liep altijd slechts in gescheurde en gelapte kleren. Mag ik nu met u spreken, o God, vergeld mij dat dan eerst. De tuin van Eden is mij niet genoeg, ik wil honderd werelden.
Ook de slager komt, met opgestroopte kaftan, zijn mes in zijn hand, hij vertelt zijn verdienstelijkheid en eist hetzelfde als de anderen.
Daarna is er een, die bescheiden blijft staan en die roept : Ik bid U, o Heer, geef ook mij een deel, als er nog iets over mocht blijven. Ik heb niets verdienstelijks gedaan, maar ik behoor U toe, want ik ben een Jood, zoals Gij ziet.
Maar die wordt teruggestoten door een die een pelsmuts draagt met veel kantwerk en haakjes en oogjes. Die loopt en springt als een ram, en roept uit: Maakt plaats — jullie wormen, en hij dringt zich tussen allen door. Op zijn muts ligt een Paasvlade, op de punt staat een Chanuka lichtje, een Mesusa-kapsel hangt aan zijn neus en twee paar gebedsriemen hangen bij zijn voorhoofd naar beneden. Hij draagt op zijn tong de Schofar, en in zijn baard een bundeltje takjes van het Loofhuttenfeest. Van ieder hoog-feest draagt hij een teken in de handen. Dien is de hof van Eden ook véél te weinig, en hij eist in overeenstemming met wat hij verdient : vele millioenen werelden.
En de Heere God beziet die „heilige" gestalte, en heel de overige schare, en let op hun verzoeken en trekt de schouders op, lacht zo'n beetje en zegt :
„Hoe kan ik ulieden dat alles vergelden, vrienden, al ben ik de grote God ? Wilt gijlieden mij bankroet doen gaan ? Ik kan u onmogelijk uw loon uitbetalen".
Toen keerden die allen zich morrend om en gingen weg; alleen die arme Jood bleef nog staan wachten. Toen sprak Adonai tot hem : „Al zijt gij ook niets meer dan een Jood, neem gij maar de hof van Eden, — want die ligt daar nog".
Zie je nu wel, Rea, mijn levensvreugd ? Die arme Jood ben ik ! Maar ben ik nu nog wel arm ? "
„Wij zijn de rijksten van Schaloom", mompelde zij, en trok zijn hoofd naar zich toe.: En zij fluisterde hem aan zijn oor : „En spoedig zullen wij nóg rijker zijn, Mandel, beste man ! Ons eerste kind is voor de Enige getreden, en heeft gevraagd, om nu een andere ziel naar beneden te zenden. Die komt nu, en brengt een groet van ons kereltje en wil in onze tuin opgroeien".
Met een gedempte jubelkreet wierp hij zich voor haar neer en omvatte haar knieën. Veel zegen tegelijk, veel geluk — en heel de hof is voor ons !" stamelde hij. „En jij bloeit daarin als mijn roos. Wees niet bang, Rea, mijn schat, wij zullen leven, ik voor jou en jij voor mij, — en dan wij samen voor dat jonge leven, dat te komen staat !"
Zij knikte ernstig. ,,Daarom hebben wij leven, eer en geluk uit Rusland naar hier gebracht. En zie, daar komt Samuel; daar gaat hij zo juist het bos in, en nu is hij niet meer te zien. Hij zal ook een goed werk willen doen op zijn dag en de oude, gevaarlijke put willen omheinen ; hij sprak daar gisteren al van. Wij zullen hem achterna gaan, dan zijn we nog een poosje met hem alleen. De anderen zullen nog wel heel lang over de hogere dingen hebben te debatteren".
Zij gingen dwars naar boven, over rotsblokken klimmend en door diepe kloven hun weg kiezend, eer zij de jonge Zoon der Wet bereikten. Die droeg heel ijverig stenen bijeen voor een muur om de put, en zag hen verheugd aankomen, zonder zich echter van zijn werk te laten ophouden. Het was al een aardige wal, die hij had opgebouwd, en de helft van het werk was al gedaan. Zij keken naar de bodem van de put en herkenden in het donker langzamerhand de overblijfselen van de dieren. Samuel beweerde, dat daar sedert hij ze voor de eerste maal ontdekt had, nog waren bijgekomen, en hij had er spijt van nu, dat hij zijn goede voornemen niet eer had uitgevoerd. Het was een griezelige kerker, een plaats van geheimzinnige gruwelen, en de gedachte alleen reeds, dat een mens, die in het donker langs de helling zou dwalen, ging hun door merg en been. Terwijl zij daar zo over die opening gebogen stonden en hun vermoedens elkaar te kennen gaven, werden zij plotseling opgeschrikt door het klagend geschrei van een mens. Ver van hen af was, het niet, de stem scheen zowat uit de buurt te komen van de losse stenen, die daar lagen.
Het was een geschrei geweest in een vreemde taal, niet schril en verschrikt als van iemand, die een moordwapen ziet blinken, of die een of ander gevaar ziet dreigen, maar gelatener, als van een, die lijdend zich reeds moe heeft geschreeuwd.
Nog eens klonk het, en Samuel merkte nu, dat het Arabische klanken waren.
Haastig sprongen alle drie naar beneden, stonden stil, en luisterden nu weer. Nu werd er met levendiger stem tot hen beroepen, een arm wenkte, en zij zagen naast een rotsblok een menselijke gestalte liggen. In enkele sprongen had Samuel de plaats bereikt, en nu herkende hij het door smart vervormde en donkere gelaat : het was Feridös, de oudere echtgenote van Said Abbud, en uit haar weinige woorden begreep hij zó veel, dat zij van de rots was gevallen, toen zij een jonge geit was nageklauterd, die daar boven een paar verse halmen zocht. Het bruine, rimpelige schepsel, dat vóór enige weken nog aan een meisje het leven had geschonken, lag reeds een uur of langer met een op meer dan éen plaats gebroken been hier tussen de stenen. Zelfs de „man met de kruik", die 't dichtst bij haar woonde, had haar roepen niet gehoord, daar hij het feest bü de Tulpenbloesems bijwoonde.
Onwillekeurig greep Mandel toe, om haar op te rapen. Maar de Moslemse vrouw wees hem af : de vreemde man mocht haar zelfs in deze nood niet aanraken. Het zou in werkelijkheid ook niet mogelijk zijn geweest, haar in de armen naar haar hut te dragen, en een ogenblik, stonden zij er allen radeloos bij. Uit een gesprongen ader in haar been stroomde bloed door haar kleren en het liep tussen de stenen. De vrouw scheen door de nabijheid van mensen reeds wat tot rust gebracht, en nu klaagde zij over dorst. Het was alsof zij geen verlangen had om naar huis te gaan.
Samuel rende naar huis om water te halen.
Nog gesticuleerden en beraadslaagden ze daar bij de broodboom, maar de brokstukken van de redetwist, die nog tot zijn oor doordrongen, zeiden hem, dat zijn vragen geheel op de achtergrond waren geschoven. Zij waren er nu over aan het discussiëeren of het gebed door Mozes was bevolen en of het als deel van de godsdienst mocht gelden, en bekommenden zich al heel weinig om de boodschap van Samuel. Alleen Jossele bood zich aan om water en koude koffie te brengen, en de blinde zocht een stukje linnen uit een kist om als verband te kunnen dienen. Intussen liep Samuel naar de Arabische dorpsruine, om Said Abbud, haar man, van het ongeluk te verwittigen.
Chadscha, de jonge nieuwe vrouw, die zonder blijdschap was ten huwelijk gegaan, en die daarom ook zonder jaloerschheid dat oudere, afgeleefde schepsel naast zich had verdragen, zag hij het eerst. Zij zat met een handmolen bij de hut, in een hemelsblauwen rok, en was bezig om gerst voor het bakken van brood tussen de stenen fijn te wrijven. Nog droeg zij aan haar hoofddeksel, dat op een turban leek, gouden en zilveren munten, als bij haar bruidsreis, maar toch scheen het Samuel toe, dat deze in aantal reeds bedenkelijk waren geslonken. Naast haar op den grond lag, gewikkeld in enige vodden van tapijt, de jonggeborene van de andere vrouw, die een fijn piepend geluid deed horen om daarmede honger te kennen te geven.
Hfl riep haar in zijn beste gebroken Arabisch toe, dat er een ongeluk was gebeurd, en dat Said Abbud een matras of kar moest klaarmaken, waar men de gekwetste op kon dragen.
(Wordt vervolgd.)
voerde ds. Vink, van Stad, het woord. De heer Baart, godsdienstonderwijzer, sprak namens de kerkeraad van Dirksland, waar ds. Anker als hulpprediker werkzaam is geweest en ook mede namens de Commissie van „De Zaaier" voor de bereidwillige medewerking. De heer Faasse sprak als hoofd der Hervormde School. Cand. Klootwijk dacht aan een militair gebruik : het aflossen van de wacht. Ouderling Van Wezel als laatste spreker vertolkte zijn gevoelens namens de kerkeraad, gemeente en de Jeugdverenigingen. Deze spreker verzocht ds. en mevr. toe te zingen Psalm 121 vers 4.
Ds. H. WAARDENBURG.
emer, predikant te Amersfort, mocht in goede gezondheid 3.1. Zondag zijn 90ste verjaardag vieren. Ds. Waardenburg werd in 1884 candidaat in Zeer land en aanvaardde 22 Juli 1885 zijn ambt te Kolderveen. Hij diende de gemeenten van Velzen, ytens, Serooskerke en van 1905 tot aan zijn emeritaat in 1925, die van Rijperkerk. Eerst woonde hg te Arnhem, thans te Amersfoort.
GEDENKSTEEN Ds. A. R. RUTGERS.
Zaterdagavond 6 September a.s. zal in de Prinseikerk te Rotterdam een gedenksteen worden onthuld ter herinnering aan wijlen ds. A. R. Rutgers, die in de bezettingsjaren is gevallen voor het vaderland en die in een concentratiekamp om het leven kwam. Ds. Rutgers, die van 1932 tot 1941 predikant was te' Rotterdam, hield in 1941 zijn laatste preek in de Prinsekerk, waarom de steen voorlopig daarin is aangebracht. Het ligt in de bedoeling de steen later in de herbouwde Cathedraal van Rotterdam een plaats te geven. By de plechtige onthulling zal het woord gevoerd worden door vertegenwoordigers van de Ned. Hervormde gemeente ter plaatse en van de Evangelisatie ., Het Visnet", benevens door een jeugdvriend van de overledene en door iemand, die met hem in het concentratiekamp heeft gezeten.
ARNÖEM.
De kerkvoogdij heeft een hegin gemaakt met het aanleggen van een statistiek over kerkbezoek en opbrengst kerkcollecten. De cijfers betreffende het tweede kwartaal wezen uit, dat de godsdienstoefeningen gedurende die periode door 41972 kerkgan- , gers werden hezocht. De record-Zondag was 15 ; toen kwamen 4202 mensen naar de kerk. De collecte voor de kerkvoogdij brengt des Zondags gemiddeld 11 cent per kerkganger op. ,
BEUNINGEN.
In de Hervormde kerk alhier werd in Augustus een Avondmaalstafel in gebruik genomen, welke door mevr. De Geus, wed. van ds. De Geus, ten geschenke is gegeven. Ds. de Geus, die als predikant van Almelo gevangen werd genomen en te Daehau stierf, had gedurende zijn ambtsperiode te Beuninigen als ideaal in de kerk aldaar ëen vaste Avondmaalstafel te plaatsen.
DINTELOORD.
Het restauratiewerk aan de verwoeste kerk heeft een aanvang genomen. Daar bij de bouw gebruik wordt gemaakt*van betonwerk, dat kant en klaar op het terrein arriveert, hoopt men, dat de bouw niet lang zal duren. Inplaats van de ene klok, die vroeger in de toren hing, zullen voortaan twee klokken dienst doen, wegende respectievelijk 500 en 275 kg.
GRONINGEN.
De kerkeraad besloot op 10 September a.s. in het familiehotel te Paterswolde een vergadering te houteen van een gehele dag ter bespreking van de geestelijke belangen der gemeente in verband met de spanningen van deze tijd.
KATWIJK AAN ZEE.
De ouderlingen en diakenen, woonachtig in Oostwijk, hebben een vergadering gewijd aan het huisbezoek. De wijk omvat minstens 500 gezinnen. Teneinde dit tot zijn recht te doen komen, zullen leden der gemeente gevraagd worden de ambtsdragers terzijde te willen staan in dit werk. Zij worden dan door de kerkeraad benoemd. Deze wijkbroeders zullen hun bezoeken brengen vergezeld door een oudere ling of van een diaken. Gepoogd zal worden het huisbezoek niet een informatorisch karakter te doen dragen, maar een gesprek aan te knopen „tot in de laatste ernst". De wijk zal worden verdeeld in blokken van vijf en twintig gezinnen. Elk blok krijgt in het bijzonder toezicht van een kerkelijke ambtsdrager plus een wijkbroeder. Deze beide broeders zullen elk jaar elk gezin bezoeken. De predikant zal in een maandelijkse vergadering op de hoogte worden gesteld van de bijzondere noden der •gezinnen en vooral daarheen gaan, waar de broetders dit nodig achten.
KOEDIJK.
Het uit de 14de eeuw daterende oude kerkje alhier is j.l. Maandag onder slopershanden gevallen. Het is voor ƒ 3600.— verkocht. Nóch het Rijk, nóch Monumentenzorg bleken bereid in de hoge kosten van restauratie, die op ƒ 160.000.— geschat werden, bij , te dragen. Teneinde ineenstorting te vermijden, moest tot onmiddellijke sloping worden overgegaan. Klok, uurwerk, enz., blijven eigendom van de ker- ' keraad.
Het bestaande restauratiefonds, groot ƒ 2100.—, aangevuld met de verkoopssom, zal nu dienen als bouwfonds voor een nieuwe kerk.
INTERNATIONALE CONFERENTIE VAN BIJBELVERTALERS. ^ •" •
Het Nederlands Bijbelgenootschap heeft het initiatief genomen een internationale ontmoeting van Bijbelvertalers te organiseren. De samenwerkende Bijbelgenootschappen stellen zich voor van 16—21 Oct. a.s. zulk een conferentie in Nederland samen te roepen. Daar zullen de gemeenschappelijke moeilijkheden worden besproken. Want hoe verschillend de talen ook zijn, die de verschillende geleerden onder handen hebben, er zijn moeilijkheden, waarmee ze allen worstelen.
Voorts wil men het in deze conferentie eens worden over het gebruik van dezelfde Griekse en Hebreeuwse grondtek^ voor alle Bijbelvertalingen. En er zal gezocht worden naar een vorm van blijvend contact, waardoor allen, die zich aan deze arbeid geven, op de hoogte blijven van elkanders moeilijkheden en resultaten.
Dr. E. A. Nida, secretaris voor Bijbelvertalingen van het Amerikaans Bijbelgenootschap, heeft juist een boek over het vertalen van de Bijbel geschreven. Dit zal zo mogelflk aan alle deelnemers worden gezonden om als uitgangspunt van de besprekingen te dienen. Zij, die zich voor deze conferentie interestseren, kunnen nadere inlichtingen vragen aan dr. H. C. Rutgers, algemeen secretaris van het Nederl. Bijbelgenootschap, Herengracht 366, Amsterdam-C, telefoon 30472.
DE RELIGIE IN EUROPA.
Te Birmingham wordt een werelHcongres gehouden voor Zondagsscholen. Op dit congres heeft de Engelsman dr. James Kelly een rapport uitgebracht omtrent de stand der religie in Europa.
Het rapport spreekt van een herleving van de godsdienst in Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Finland, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Tsjechoslowakije en Zweden.
In Hongarije is de toestand — volgens het rapport — minder gunstig. De predikanten moeten daar een bijbetrekking zoeken aangezien de gemeenten niet in staat zijn in het onderhoud van haar leeraren te voorzien.
Met betrekikng tot de Sowjet-Unie zegt het rapport, dat, „ofschoon het waar is, dat het aantal kerkgangers aanzienlijk is toegenomen en de kerken zelf de grootste vrijheid genieten, het feit blijft bestaan, dat de Sowj et-regering nog immer een vijt-
and is van> alle godsdienst".
(„Trouw".)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1947
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1947
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's