De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN GEVANGENIS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN GEVANGENIS

7 minuten leestijd

Dr. Dokter strekt zijn rede in het Weekblad d.d. 15 Aug. nog verder uit in een antwoord, dat ds. Visser betreft. Hij spreekt daarin over de tyrannieke macht der eeuwige rede, die de kern van ons historische mensheid, geketend houdt. Wij ervaren het als een bevrijding, dat God komt in de geschiedenis..

„De drang van het denken wil abstraheren van de geschiedenis — en de mens kan er door bedwelmd worden. Maar ook zal de klacht uit de diepte klinken van de verloren en verlaten existentie, de roep om verlossing. Als het woord van God voor ons is : eeuwige rede, dringt het niet door tot onze verlatenheid. Als Jezus spreekt, het woord van God, gekomen in de diepte van menselijke gebondenheid en verlatenheid, weten wij ons door God gevonden, begenadigd en verlost. Jezus was in onze gevangenis, van God verlaten, gekruisigd, vervloekt — maar Hij  is er als de Heer. Zijn opstanding bewijst het.

Wat moet men daarbij nu verstaan:

Als het woord van God voor ons is: eeuwige rede ? Bedoelt dat het Woord, dat bij God was en God was, waarover de apostel Johannes spreekt in het eerste vs. van zijn Evangelie ?

Welnu, dat is vrij eenvoudig, omdat het zo heel hoog is. Van dat Woord zouden wij nimmer gewagen. Zo God Zich niet in Christus geopenbaard had, en ook zou geen philosoof van een „eeuwige rede" dromen. Maar nu weten wij, dat het Woord dat vlees geworden is, de eeuwige Zoon van God en God is. En die kennis zij ons genoeg, opdat wij weten, dat wij in leven en sterven op Hem mogen vertrouwen.

Het is immers dat Woord, dat vlees is geworden dat Woord geworden als onzer één, uitgenomen de zondte, opdat Hij in onze ellende inging om zo grote verlossing te bereiden.

Dat wil dr. Dokter wellicht ook zeggen als hij spreekt van de „verloren en verlaten existentie", van onze gevangenis. Hij spreekt daarover echter op een wijze, die op zijn minst eigenaardig aandoet.

De opstanding van Jezus is geen algemeen geestelijk gebeuren; zij is zeer concreet het uittreden van de gebonden menselijke existentie uit haar kerkering. Omdat wij gevangen zijn in door God geschapen, van God verlaten tijd en ruimte, is het een gebeuren in tijd en ruimte. Hij is opgestaan ten derde dage, en het graf was leeg — op „deze gebrekkige wijze moet worden aangeduid, dat wij werkelijk uit de diepste diepte worden weggehaald en dat de verlossing een herschepping is.

Het uittreden van de gebonden menselijke existentie uit haar kerkering. Deze omschrijving van Christus' opstanding wil dus uitdrukking geven aan de vernieuwing of herschepping van de menselijke natuur. De nadere verklaring van die kerkering echter vraagt op zich zelf nadere verklaring, omdat wij gevangen zijn in door God geschapen, van God verlaten tijd en ruimte, is het een gebeuren in tijd en ruimte.

Over het intellectualisme, dat hier door speelt, zullen wij maar zwijgen. Hier hebben wij wellicht met een vertolking te doen in de taal van de moderne mens. Wij zijn gevangen in door God geschapen, van God verlaten tijd en ruimte! Mogelijk dat de van het Evangelie vervreemde dat beter verstaat dan dat wij verkeren in het diensthuis der zonde, dat wij slaven zijn der zonde, en gevangen onder de macht van de duivel. Maar, indien hij dat beter verstaat, verstaat hij het zeker ook anders en verkeerd.

Want afgezien nog van het speculatieve element, dat met het noemen van tijd en ruimte optreedt en de luisteraar mogelijk aan het philosopheren zet, heeft tijd en ruimte op zich zelf genomen nog niets met zonde en Godverlatenheid te maken. Een door God geschapen tijd en ruimte kan als zodanig zelfs niet van God verlaten zijn, omdat het scheppende Woord en daarmede de scheppende daad Gods daar zijn, om het even of men deze geschapen werkelijkheid schepping, wereld, of tijd en ruimte noemt. De apostel Paulus wijst er zelfs op, dat wij in God bewegen, leven en zijn (Hand. 17:28).

En diezelfde apostel zegt, dat wij buiten Christus zonder God in de wereld zijn. Wij mensen zijn dus niet van God verlaten, omdat wij geschapen wezens in de ons omringende werkelijkheid zijn, noch ook, omdat wij in tijd en ruimte denken, maar wij zijn van God verlaten, omdat wij gezondigd hebben en schuldig staan voor God. Niet tijd en ruimte is zonde, maar ongehoorzaamheid in ons tijdruimtelijk bestaan aan de alleen souvereine God is onze zonde. Hoe anders dan ten aanzien van een afhankelijk en beperkt wezen kan er sprake zijn van een eis der gehoorzaamheid ?

En nu beweren wij niet, dat dr. D. bedoelt, dat onze tijdruimtelijkheid als zodanig onze gevangenis, verlatenheid en zonde is. Dat zou er op neerkomen, dat schepsel zijn betekende zondaar zijn, een existentioneelbegrip, dat even weinig met religie als ethiek heeft te maken. In dat geval kon hij zich niet op Schrift en belijdenis beroepen. Nog eens, wij zeggen niet, dat dr. D. dat bedoelt, maar wij vrezen wel, dat het zo zal worden opgevat.

De ganse leer der zaligheid wordt daarmede dan van haar inhoud beroofd. Immers dan ontbreekt het eigenlijk karakter van zonde en schuld en wordt verlossing zo iets als uit de tijd ruimtelijkheid gehaald worden.

Alle vragen haken hier in elkander. Herscheppen zou betekenen uit de diepste diepte (dat zou dan tijd en ruimte zijn) halen. En God, die tijd en ruimte schiep en ons in tijd en ruimte, zou in deze tijd en ruimte moeten ingaan, om ons er uit te halen. De mens zou echter schuldig staan, omdat hij in tijd en ruimte existeert.

Kan dit nu een betere vertolking zijn van de Schrift, die zegt, Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft God tot zonde gemaakt, opdat wij zouden zijn rechtvaardigheid Gods in Hem ?

Men oordele zelf :

Het denken wil onze schepping, onze verlossing en onze heiligmaking een plaats geven in het eeuwig proces. God in zijn genade breekt het imperialisme van de rede en berooft het proces van zijn trotse pretentie. God maakt zijn daden in de historie tot het beslissende. Hij laat het denken stuk stoten op die daden en feiten — en de geketende mens kan het hoofd opsteken en ademen in de vrijheid. Hij is weer zichzelf, hij is weer Gods schepsel, Gods kind. Hij leeft weer in zijn element, dat is het woord van God. Door dit Woord van God werd hij geschapen, door dit Woord van God werd hij verlost. De Geest van God, van Vader en van Zoon, doet hem leven en ademen en hopen door het Woord.

Het resultaat van deze verlossing wordt derhalve voorgesteld : Hij is weer zichzelf, hij is weer Gods schepsel, Gods kind. Hij leeft weer in zijn element, dat is het woord van God.

Wij gaan niet vragen, hoe dit nu moet worden gezien in het licht van tijd en ruimte, waarover hij sprak! Wij laten de passage over het denken, waarbij de schrijver een zeker wijsgerig streven op het oog heeft, maar rusten. Maar wij vragen ons wel af, of deze dominé ook zo preekt: en b.v. het Doopformulier, waar het spreekt van: „of gij niet gelooft, dat gij in zonden ontvangen en geboren zijt, en daarom een kind des toorns zijt van nature" vertolkt in de taal van de moderne mens als : Of gij niet gelooft, dat gij gevangen zijt in door God geschapen, van God verlaten tijd en ruimte.

Waarom is die mens dan nog schuldig ?

Het maakt toch heus de indruk, dat dit alles een andere geest ademt dan de Catechismus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1947

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN GEVANGENIS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1947

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's