De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vrouw in predikantentoga

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrouw in predikantentoga

6 minuten leestijd

Enige maanden terug publiceerde „de Hervormde Kerk" een groepsfoto van al de predikanten, die toen in Batavia als Indisch predikant bevestigd zijn geworden. Onder hen viel een vrouwelijke predikante op, met de anderen gekleed in toga.

Deze bevestiging ging uit van de Protestantse Kerk in Indië.

In het Augustus-nummer van het Zendingsblad der Verenigde Ned. Zendingscorporaties te Oegstgeest wordt ons melding gemaakt van de ordening tot zendeling-leerares in de Pauluskerk te Oegstgeest door dr. Brouwer.

Deze vrouwelijke zendeling werd geordend op de gewone wijze en ontving het recht tot bediening van het Woord en der sacramenten.

Deze ordening ging uit van de Oegstgeester Zending.

Wij betreuren deze gang van zaken en zien het gevaar steeds dreigender worden dat ook in onze Hervormde Kerk aan de vrouw het leerambt wordt gegeven.

Dit gevaar is niet denkbeeldig als men bedenkt dat in de steden verschillende Hervormde predikanten in hun diensten vrouwelijke hulppredikers laten voorgaan, vooral niet als men in het verslag van de ordening tot zendeling deze duistere zin leest: „Deze ordening is de bekleding van het ambt In de „gebroken" gestalte, waartoe de overgangstoestand der Ned. Herv. Kerk van „reglementaire" tot belijdende dwingt."

Het is nodig dat wij in deze omstandigheden ons op het woord van Paulus leren bezinnen, dat het leerambt aan de vrouw verbiedt.

Twee vermaningen wijzen en er ons zeer helder en duidelijk op :

 1 Cor. 14 : 34 en 35 : „Dat uwe vrouwen in de gemeenten zwijgen ; want het is haar niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt. En zo zjj iets willen leren, laat ze thuis haar eigen mannen vragen. Want het staat lelijk voor de vrouwen dat zij in de gemeente spreken".

Men brengt tegen deze tekst in dat deze vermaning van Paulus „zeitgeschichtlich" is d.w.z. alleen betrekking hebbende op die tijd en omstandigheid ; in hoofdstuk 14 is sprake van het spreken in vreemde talen, en nu gebeurde het vaak dat een vrouw zich te buiten ging en om dat te voorkomen ontnam Paulus hen allen het woord. Wanneer nu, zo redeneert men, de omstandigheid (het spreken in vreemde talen) verdwijnt dan vervalt ook de vermaning.

Wij brengen hiertegen in dat dat het argument van Paulus volgens de tekst niet is, zijn argument tegen het vrouwelijk leerambt is volgens vers 34b dat ze de man onderworpen is gelijk de wet zegt.

Maar wil men toch aan die zeitgeschichtliche omstandigheid vasthouden, dan vervalt dit argument ten volle als men 1 Timotheus 2 : 12 en 13 raadpleegt :

Doch ik laat de vrouw niet toe, dat ze leert, noch over de man heerst, maar wil dat ze in stilheid is. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.

In het verband van 1 Tim. 2 gaat het ditmaal niet over de geestelijke gaven, maar over de gemeentelijke samenkomsten (vanaf vers 8) hoe mannen en vrouwen zich in de gemeentelijke samenkomst hebben te houden.

Paulus geeft hier niet - een persoonlijke gedachte weer — zoals hier en daar in zijn brieven wel eens duidelijk blijkt — maar hij spreekt hier als Apostel met gezag bekleed : ,,Ik laat niet toe . . . . . ".

Als reden waarom Paulus het leerambt aan de vrouw verbiedt geeft hij aan : dat de vrouw niet over de man heerst. Dit heersen ziet, volgens de commentatoren, op het leren in de gemeente door het leerambt. Als ambtsdrager staat men boven de gemeente, regeert men de gemeente, dit komt de vrouw in de gemeente niet toe, want dan zou zij door haar leerambt over de man heersen.

De reden van het afwijzen van het vrouwelijke leerambt ligt bij Paulus dus in de scheppingsgeschiedenis : ,,Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva".

Dr., Huther, de exegeet in Kritisch Exegetisches Handbuch van Meyer van de brief Timotheus, schrijft bij deze tekst enkele behartigingswaardige opmerkingen : „Het Christendom heft, ofschoon in Christus geen onderscheid is, toch het van God geordend natuurlijk onderscheid niet op, het Christendom erkent het onderscheid om het met hoger leven te doordringen".

Hij verwerpt ook alle „zeitgeschichtliche" verklaringen en ,,Joodse invloeden" en verklaart dat deze geboden niet louter een temporele en lokale bedoeling hebben, maar dat ze veeleer voorschriften zijn, die betrekking hebben op de openbare samenkomsten en nu nog geldend zijn.

Ten slotte willen wij ook nog luisteren naar wat Calvijn bij deze tekst schrijft :

„Niet dat hij haar wil verbieden het werk van het huisgezin te onderwijzen, maar hij wil haar alleen het leerambt verbieden, hetwelk God den mannen alleen bevolen heeft : van welke zaak wij gesproken hebben in de Eerste Zendbrief aan de Corinthiërs. Zo iemand hiertegen voortbrengt Debora en dergelijken, van welke wij lezen, dat zij door Gods bevel het volk geregeerd hebben, zo is het gemakkelijk hierop te antwoorden, dat de doorgaande loop der dingen, waaraan God ons heeft willen binden, niet te niet gemaakt wordt door de werken, die God buiten de orde doet. Zo dan, zo de vrouwen somtijds geleerd en geprofeteerd hebben en dat verwekt zijne de door de Geest Gods, dat heeft die mogen doen, die van alle wetten vrij is. Maar dewijl dit bijzonder is zo strijdt dit niet tegen de eeuwige en gewone , loop der dingen. Dat zij geen autoriteit aanneme over de mannen. Want dit is de oorzaak waarom het leerambt haar verboden wordt, te weten omdat haar conditie dit niet toelaat. Want zij zijn onderworpen, en het leerambt is een ding, dat macht of hogere graad medebrengt".

In dit verband denk ik ook aan een opmerking van Prof. Severijn, die de bruidsgemeente alleen door mannelijke representanten van de hemelse Bruidetgom wil gedijend zien. De man draagt ten opzichte van de bruidsgemeente in de Naam van zijn Zender een bruidegomstaak. De Heere Jezus had steeds een kring van trouwe discipelinnen bin zich heen, die Hem gevolgd waren uit Gallilea, maar Hij heeft niemand van hen tot het predikambt uitverkoren.

Dit alles overwogen hebbende betreuren wij het dat de Oegstgeester Zendingsdirectie niet de Apostolische vermaning heeft gehoorzaamd, te meer ook daar men wel hoopt dat de Hervormde Kerk van reglementaire belijdende Kerk wordt. Een belijdende Kerk houdt toch o.a. in : in gehoorzaamheid aan de H. Schrift !

Heeft de vrouw in de kerk dan helemaal geen taak ? zo vraagt men.

Niet het leerambt, niet de sacramentsbediening, maar hoeveel andere heerlijke arbeid is er niet, waarin het meisje, de jonge vrouw zich dienstbaar kan stellen voor de uitbreiding van Gods Koninkrijk ? Ik noem : diaconaat, dienst der barmhartigheid, medische hulp, onderwijs etc.

Neen, wij weigeren het heilige brood uit der vrouwen hand te aanvaarden, mogen niet toelaten, dat haar vingers het doopwater sprenkelen, kunnen ons niet zetten onder haar verkondiging — het staat lelijk zegt Paulus — maar wij zien de vrouw liever in de stilheid van een Maria, die in haar persoon en voorbeeld een diepe kracht en een Evangelische sprake op haar omgeving doet uitgaan.

Dat is haar heerlijke roeping, haar van Godswege opgelegd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

De vrouw in predikantentoga

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's