Onderscheiding
Naar aanleiding van het geschrift van de Heer v. E., hebben wij een vorige keer gewezen op een onderscheiding, die door hem niet nauwkeurig werd in acht genomen. Hij ging uit van art. 27 der Ned. Geloofsbelijdenis, dat kennelijk spreekt over de onzienlijke kerk. Nu weten wij wel, dat dit niet gemakkelijk is en dat Calvijn ook heeft opgemerkt, dat men over de onzichtbare kerk niet kan spreken zonder ook aan de zichtbare te raken en omgekeerd.
Dit neemt niet weg, dat de onzichtbare kerk de echte, de ware, de zuivere kerk is en dat in haar geen hypocrieten zijn. Zulk een kerk op aarde na te streven is ons echter niet gezet, om de eenvoudige reden, dat wij de Raad Gods aangaande de verkiezing niet kennen. Wij zijn geen hartekenners en het oordeel is ons niet gegeven. Zulk een kerk te vergaderen ligt buiten onze macht en bevoegdheid.
Deze ware kerk wordt op aarde op een verborgen wijze openbaar door de werking van Woord en Geest en zij wordt openbaar onder verschillende natiën en tongen en neemt ook zekere gestalte aan, welke meer of minder overeenkomt met de leer der apostelen aangaande de bediening der ambten en de Christelijke tucht.
Wanneer wij ten aanzien van de kerk op aarde dus het woord „zuiver" gebruiken, ziet dat op die overeenkomst met de leer der apostelen. De zuiverheid heeft dan betrekking op de bediening van Woord en Sacrament en op de onderhouding en de werkzaamheid der ambten en bedieningen. Hoewel dit naar waarheid geestelijk behoort te zijn, treft deze zuiverheid toch in zekere zin uitwendige zaken. De prediking des Woords wordt gehoord, het water des Doops wordt gesprenkeld, terwijl de geboden formule wordt gesproken, het brood en de wijn worden uitgereikt, de ouderlingen bezoeken de leden aan de huizen, de kinderen worden onderwezen, de kerkelijke orde wordt onderhouden, men doet Christelijke handreiking, enz. enz.
Geheel dat uitwendig bestel en beleid kan nauwgezet naar de regel van Schrifit en belijdenis geschieden.
Sommigen zijn wel van mening, dat men een bepaalde kerkorde niet uit het Nieuwe Testament kan aflezen.
Wanneer men bedoelt, dat wij niet een kerkorde van een bepaald model kant en klaar in het Nieuwe Testament vinden, dan heeft men volkomen gelijk. Zomin wij echter in de Heilige Schrift een klaargemaakte dogmatiek vinden, zomin ook een gerede kerkorde.
Dat wil echter niet zeggen, dat God de Heere ons geen goddelijke waarheden openbaart in Zijn Woord, welke onder degenen, die Zijn Naam belijden, als zodanig worden bewaard en onderhouden. Het is ten enenmale miskenning van de goddelijke vrijmacht en goedertierenheid en mitsdien van de openbaring als zodanig zulks te willen tegenspreken.
Daar achter schuilt een menselijke beschouwing van de werken Gods, welke daaraan de doorwerking en betekenis in dit leven en voor dit leven ontzegt. In de grond der zaak gaat dit terug op een wijsgerig misverstand.
Zo ook hebben de apostelen aanwijzingen gegeven aangaande de onderhouding van een goede orde in de gemeente, die wij in ere hebben te houden. Men kan zich daarvan niet vrij maken door de opmerking, dat er geen apostelen meer zijn, of door te zeggen, dat het nu een andere tijd is. Integendeel, de gemeenten, die de leiding der apostelen hebben genoten, hebben wel begrepen, dat het apostelambt een geheel eigen karakter draagt, en dat het der kerk voor alle eeuwen gegeven is tot fundering en leiding van het kerkelijk leven op aarde. Anders toch zouden zij volhard hebben in het streven der gemeente vóór de uitstorting des Heiligen Geestes, die onder leiding van Petrus voor Judas een andere apostel kozen. Bij de dood der apostelen hebben zij dat niet meer gedaan, omdat zij de geheel enige betekenis van het apostelambt hebben ingezien. Johannes wordt daarin ook bevestigd en het is een teken voor alle tijden, als hem wordt geopenbaard, dat de Godsstad twaalf fundamenten heeft, waarop de namen der apostelen.
Zo blijft het woord der apostelen tot onze lering en navolging. Als het gaat om de zuiverheid der kerk op aarde, gaat het om de gehoorzaamheid aan de leer der apostelen en profeten.
Alweer een bestreden zaak. De leer der apostelen en profteten. Zij, die zeggen, dat wij geen goddelijke waarheden in de Heilige Schrift hebben, die voor de kerk van alle eeuwen als zodanig zullen gelden, willen van een hemelse leer niet weten. Men kan het horen uit de mond van predikanten en jeugdleiders, dat het niet in de eerste plaats aankomt op de leer, op gehoorzaamheid aan de Wet, e.d.g. Eensdeels een waarheid en anderdeels een dwaling. Waarheid, omdat het gaat om het waarachtig geloof in de Christus en niet om de werken. Maar een dwaling, omdat uit de Wet de kennis der zonde is en omdat de hemelse leer, die ons in de Heilige Schrift wordt voorgesteld, het begin is van de verlossing, welke de Heere in Christus bereid heeft. Wij hebben nodig door de hemelse Leermeester verlost te worden van de dwaaldenkbeelden, die in onze hersenen rondzwerven.
Deze en dergelijke dwaalsystemen moeten wij bestrijden, als wij voor een zuivere kerk willen opkomen, een kerk, die zich aan de leer der apostelen en profeten wil onderwerpen en onder het juk van Christus wil buigen.
Dat wil niet ontkennen, dat er in het leven der kerk nog genoegzame aanleiding is om in verschillende omstandigheden naar ons beste kunnen en weten te ordenen en te handelen en dat er ook zelfs aangaande de leer nog zo weinig klaarheid kan wezen op verschillende punten, zodat men elkander niet moet beknibbelen, nog veel minder aan inquisitie onderwerpen. Onze vaderen wisten dat ook, maar de enigheid des geloofs en de eensgezindheid in de dingen, waarin men eensgezind behoort te zijn, woog hun zwaarder dan het gelijk van een individuele mening. Zij lieten zulke dingen in de vrijheid der kerk.
De Heere heeft ons ook in wereldse zaken nog enig verstand gelaten, en Hij geeft aan Zijn kerk verscheidenheid van gaven. Doch bij alle dingen zal het Woord regel en richtsnoer zijn.
Passen wij nu al deze dingen op de kerkelijke vraagstukken toe, waarvoor wij staan, dan volgt allereerst, dat wij zeker niet een zuivere kerk zoeken in zulk een zin, dat zij alleen ware Christenen, oprechte kinderen Gods, wedergeborenen telt. Want dit ligt buiten onze macht.
Wel mag gestreefd naar een kerkelijk leven, dat zuiverheid zoekt in de weg van de leer der apostelen en profeten. Dat is gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, zijnde Gods Woord. Dat betreft alzo niet alleen de zuiverheid van bediening van Woord en Sacrament, maar ook de onderhouding der ambten en de orde naar het voorbeeld der apostelen.
Maar dan staat de zaak wel wat anders, dan ons in het bovengenoemd geschriftje wordt voorgesteld. En dan is de vraag, hoe komen wij uit de verwarring van elk wat wils tot de orde, die de gehoorzaamheid betracht. Dan hebben wij te bedenken, dat de Heere het kaf van het koren uitzuivert en dat Hij tarwe en onkruid tezamen laat opwassen.
In de arbeid echter van Zijn Koninkrijk heeft Hij ons als medearbeiders willen betrekken. Die arbeid zal naar Zijn bevel en orde hebben te geschieden en niet naar ons eigenwillig inzicht.
Het staat Zijn almacht niet in de weg het anders te doen, maar ons voegt onderwerping.
Daarom kan het de weg niet zijn, alles uit te drijven, wat naar ons gevoelen niet gereformeerd is, maar het ligt in de roeping der kerk de belijdenis, die uit haar geloof, dat is uit haar leven, is opgekomen, te handhaven.
Dat is het eerste punt, waarvoor wij hebben op te komen en dat zowel ondter degenen, die haar zeggen aan te hangen, als jegens degenen, die dat niet zeggen. Het is het recht en de roeping der kerk.
Dit geldt, zoals gezegd, de prediking des Woords en het kerkelijk onderricht, maar ook de kerkregering. Allen, die daarbij betrokken zijn, zullen zich daarvan rekenschap hebben te geven.
De toelating tot de Dienst des Woords en de verkiezing der ambtsdragers behoren uit dit oogpunt de grootste zorg te hebben, omdat zuivering in deze aangelegenheden op zich zelf reeds de (zij het ook geleidelijke) sanering van het kerkelijk leven kan betekenen.
Indien de kerk acht geeft op deze dingen, zal men zich tot het ambt niet aandienen, indien men het in die zin niet kan bedienen met een toegewijd hart en een eerlijk geweten.
Velen, die van de kerk en haar geloof zijn vervreemd, zullen horen en die welbewust een andere leer dan die der belijdenis aanhangen en drijven, zullen ophouden van de kerk te vorderen, wat zij naar de regel van haar geloof niet doen kan.
De kerk kan haar confessioneel karakter niet prijsgeven zonder zichzelf te verlochenen.
Hoezeer dit in geen enkel opzicht te kras zo wordt gesteld, zal het niet ontbreken aan personen, die het te kras noemen. Daar komen de ja-maars. De confessie, ja, inzoverre die met de regel des geloofs, dat is de Heilige Schrift, t.w. Gods Woord, overeenkomt.
Wat ligt er verborgen aan allerlei tegenwerping, als wij het zo schrijven. Heilige Schrift, wat bedoelt gij daarmede ? Gods Woord, wat is dat ? Is dat zo maar een en hetzelfde. Meent u, dat wij daarover nog precies gelijk denken als de mensen van de 16de eeuw ?
Neen , het is duidelijk, dat ook onder degenen, die in zekere zin nog willen zeggen de Heilige Schrifit is Gods Woord, in die zekere zin heel wat anders op het oog hebben dan de zin, waarin b.v. Calvijn dat zegt.
En nu is het merkwaardiig, dat dezulken met reserve staan tegenover de leer der belijdenis. Met een enkele uitzondering, b.v. op het stuk der praedestinatie, wordt die reserve niet nader bepaald. Zij openbaart echter een innerlijke crisis, althans een innerlijk conflict met het Schriftgeloof, dat aan de belijdtenis ten grondslag ligt.
Van uit dat Schriftgeloof kan men de belijdenis moeilijk wraken, maar dat Schriftgeloof !
En door dat Schriftgeloof wordt ook de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift bepaald. Schriftgeloof in gereformeerde zin eist ook gehoorzaamheid in diezelfde zin, maar Schriftgeloof naar een maatstaf, die over de Heilige Schrift wil heersen, verheft zich ook boven de eis der gehoorzaamheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's