De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet

FEUILLETON

4 minuten leestijd

EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA

71)

Ik had eigenlijk nóg iets te zeggen, maar dat laat zich haast niet onder woorden brengen. Ach, toen hij voor het eerst mij op mijn arm eens goed en rechtuit aankeek, deed hij dat met een vreemde blik als vanaf een ver verwijderde hoogte. Hij is altijd goed en gehoorzaam geweest, maar toch altijd als een gast, als een hoge gast tussen ons en onsgelijken in. Daarom, denk er eens over na, denk eens, maar . . . .  dat is niet te zeggen!"

„Spreek het maar uit ! Als men het denken kan, moet het toch ook onder woorden zijn te brengen". „Het is misschien te hoogmoedig. Zal Adonai niet de hoogmoedigen straffen ? Maar ik moet het toch altijd en altijd weer denken, ik kan niet anders. En nu, vandaag, na zijn redevoering denk ik het nog meer dan ooit."

„Spreek het dan maar vrij uit, maar doe het ootmoedig."

Zij fluisterde : ,,Het is zo, of het is niet zo ! Als het niet zo is, moge God mij mijn dwaasheid niet toerekenen. En als het wèl zo is, dan weet ik nog niet, wat het meer zal zijn : een reden tot angst of een reden tot heerlijkheid. Ik ben bang het te zeggen, ik wil je liever zelf vragen, of jij zelf misschien uitvindt wat ik bedoel : Toen ons kind van jongsaf flinker, reiner en dapperder was dan andere jongens, toen je zag, dat andere jongens zich aan hem onderwierpen, en dat zij wilden wat hij wilde, hem volgden en hem gehoor gaven, zonder dat hij ook maar ooit dreigde of klappen uitdeelde, alleen omdat zij voelden, dat hij beter was dan zij, en nu vandaag ook weer, toen je zag, dat allen in hun hart met hem meegingen ; wat heb jij toen van hem gedacht ? "

„Ik heb gedacht, dat hij een zegen is voor ons huis."

„Jawel, zeker, maar dan wil ik nog verder doorvragen : weten wij wel, van welk bloed hij is ? "

Jij hebt zo vaak gezegd, dat hij een licht zal worden in Israël. Kan hij niet iets nog groters worden ? " Suze sprak met aandrang, al sprak zij zacht. Het verwelkte gelaat met de uitgedoofde ogen onder de hoog opgetrokken wenkbrauwen keerde zij helemaal haar echtgenoot toe. Zo, met het hoofd vooruit, luisterde zij met groot verlangen naar de mening van zijn hart.

Sinaï haalde diep adem. „Wat zou ik gedacht hebben ? Wat zou ik denken ? Ga toch door, en spreek uit !"

„Weten wij dan zeker, dat het koningsbloed helemaal weg is ? Het is slechts dit, dat wij het niet kennen. Kan jij met zekerheid zeggen, dat hij het niet is, en het ook niet zijn kan ? "

„Wien bedoel je ? "

,,Samuel ! Weet je zeker, dat hij in zijn lichaam niet Davids ziel heeft bewaard ? "

„Vrouw ! Vrouw ! God moge je die zonde niet toerekenen ! Hij, ons kind ? !"

,,Kan je dan zeggen, dat het onmogelijk is, dat de vaders van zijn vaders in rechte lijn afstammen van onze koning ? Durf je daar een eed op doen ? " Sinaï haalde diep adem „Zwijg, als 't je belieft, en spreek niet verder ! De Eeuwige moge het jouw zieke brein vergeven ! Wat voor dwaze gedachten heb je toch ? "

„Heeft hij soortgelijke gedachten niet zelf uitgesproken, toen hij sprak over de Messias ? Wij geloven, dat dat koningsbloed er nog is; wij zoeken het, wij wachten zelfs daarop. Het kan niet lang meer duren, tot het te voorschijn komt. Is het dan zonde om er naar uit te zien, en deze of gene er eens op aan te kijken, of hij het misschien is ? Een zal het toch zijn, en misschien leeft hij hier in het land reeds midden tussen ons. Wie ? Ach, Tulpenbloesem, sinds mijn ogen blind zijn geworden, zie ik scherper dan te voren !"

„Geloof jij, dat de Messias, als Hij komt, het niet zelf zal weten, dat Hij het is ? Maar ons kind heeft naar Hem gevraagd, en verlangt even hard naar Hem als jij. Kun je dat ontkennen ? "

„Weten wij, of de Messias niet ook in de geest zal opgroeien en toenemen ? Of die ook niet eerst een klein kind zal zijn, totdat hij allengs zichzelf leert kennen ? Want Hij zal toch immers ook tegelijk een mens zijn ? Als hij dat is, nu, wij zijn kleine, arme boerenmensen, maar ons smeken is machtig. De Eeuwige kan Hem wel doen verschijnen."

Er ontstond een pauze, en men kon de adem van de Toraschrijver hoorbaar vernemen, terwijl de blinde haar saamgevouwen handen tot hem hield uitgestrekt.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's