De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet

FEUILLETON

4 minuten leestijd

EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA,

72)

Plotseling hief hij zich met geweld op, als wilde hij zich bevrijden van heel iets verkeerds, dat vat op hem. begon te krijgen, en hij sprak nu snel en met een sterke stem : „De Eeuwige is de Almachtige. Hij kan, wat Hij wil. Maar ik geloof niet, dat Hjj dit wil. Doe deze gedachten van je weg ! Dood ze. Begraaf ze. Dan zullen ze je vergeven worden. Laat het ons genoeg zijn, dat wij een goed en gehoorzaam kind hebben, en een rechtvaardige zoon, en dat hij een deugdzaam man mag worden. Ga nu slapen, het is een lange dag geweest.

Ik wil - nog wat gaan schrijven. Juist vandaag op de dag van ons kind schrijf ik het eerste woord des Heeren, dat Hij sprak tot onze Vader Abraham. Hij stak de kleine lamp aan, legde een doek over het ruwe blad van de tafel, en legde daar de rol boven op. Zijn zorgvuldigheid had heel wat tijd nodig, voor alles goed op zijn plaats was. Toen wies hij zijn handen, en zette zich aan zijn arbeid.

Zachtjes begon Suze in de ruimte daarnaast zich naar bed te begeven. Al heel spoedig kwam Samuel thuis, en toen hij de blinden voor de ramen had gedaan en binnentrad, riep zijn pleegmoeder herh nog de groet tegemoet, waarmee zij gewoon was iedereen te begroeten, die bij haar binnenkwam : „Gezegend hij, die daar komt !"

V. SAMUëLS REIS NAAR HAïFA.

Voor de benodigdheden van het dagelijks leven en voor hun werk hadden zij nog vaak dingen nodig, die men slechts uit de stad kon betrekken. Gewoonlijk bood Lemberger zich aan om deze inkopen voor de kolonisten te doen. Zulke kleine onderbrekingen van de veldarbeid waren een goede afleiding voor zijn rusteloze bewegelijkheid. Bij beurten verzorgden dan buren zijn werk op zulke dagen, en zijn bekwaamheid bij het doen van inkopen bezorgde hem een aardig winstje, zonder dat hij, althans in de beginne, van zijn dorpsgenoten meer terugvroeg dan zij zelf zouden hebben moeten betalen. Hij meende, dat een kleine winkel met daarnaast het beroep van marskramer heel wel te Schaloom op zijn plaats zou zijn, temeer,  omdat ook Baitjisraël tot nu toe ook nog geheel van deze zegening verstoken was gebleven.

Tegelijkertijd zag hij in zijn zoontje Chaim met trots een krachtige hulp rijzen voor dit zijn toekomstig bestaan. Alle zaken kon hij met deze kleine man bespreken, en Chaim overdacht deze dingen in zijn kinderlijk gemoed even ernstig als hij, deed ook wel eens verrassend bruikbare voorstellen en had voor maten en gewichten en voor geldswaarden een feilloze memorie. Bijzonder dankbaar herkende de koopman zijn eigen vlees en bloed daaraan, dat Chaim ook zelfs een kleine winst niet versmaadde. De kleine baas lette er op, dat hij op school bij Samuel zijn pen precies even vaak indoopte in de inktpot van zijn buurman, als deze dat bij hem deed, en ook dacht hij er aan om altijd nog een potlood of griffel bij zich te hebben om die — zo nodig — aan een medeleerling te kunnen verkwanselen. Ook hield hij er van, om bij spel of scherts van andere jongens hun schoenen of andere dingen te lenen of te gebruiken, om zodoende zijn eigen spullen zo lang mogelijk te sparen.

Chaim was daarom, en ook omdat hij de jongste was, zijns vaders lieveling.

Mandel, zijn oudste, beschouwde hij als een, die hij reeds half had verloren, verloren aan de Tulpenbloemse leerwijze met haar gelukkige tevredenheid en haar hoge, idealistische gedachten over „land", „volk" en ,,toekomst". Wat deed Mandel met dat alles en wat had hij er aan ? Had hij niet ergens beter kunnen belanden ? Maar hij was altijd een domoor geweest, die, eenvoudig werkte om te eten en anders niet ! Vaak schaamde Lemberger zich over hem en zou hij zelfs wel boos op hem zijn geworden, indien het hem niet weer wat zachter had gestemd, dat de overvloed van werkkracht van deze, zijn oudste zoon, hem ook nog op zijn eigen stuk grond te stade kwam, en als dan Rea zich tegen de Sabbat zo moederlijk om de kleren van de kleine Chaim bekommerde. Zo stelde hij er zich mee ter vreden om zo nu en dan maar eens in stilte over zijn oudste zoon te lachen, en dat was wel goed voor hem, omdat hij overigens niet veel te lachen had. Toch was in ieder geval Mandel hem dierbaarder dan zijn tweede zoon : Fanuël.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's