De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verantwoordelijkheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verantwoordelijkheid

5 minuten leestijd

Het volgende bericht werd dezer dagen in de dagbladen gepubliceerd :

In verband met het gebeurde in de avonddienst van Zondag 21 Sept., in de Hervormde kerk te Driebergen, toen ds. Pop gewaagde van een kerkeraadsbesluit inzake prof. Banning, geeft ds. R. Bos, voorzitter van de kerkeraad dezer gemeente, in „Hervormd Driebergen" een uitvoerig overzicht over het verloop van deze zaak.

Twee jaar geleden ontving de kerkeraad van het directorium van „Kerk en Wereld", waarvan ds. Pop voorzitter is, het verzoek, dr. Banning nu en dan te laten preken, omdat deze docent is aan „Kerk en Wereld", waaraan ook vrijzinnige jongeren studeren, die ook in Driebergen naar de kerk gaan. De kerkeraad heeft daarop geantwoord, niet zonder meer hierover te kunnen beslissen. Men, wilde eerst een z.g. „richtingsgesprek" met prof. Banning houden. Dit gesprek is gevoerd en heeft zich uitgestrekt over gehele avonden. Openhartig werden verschillende dingen besproken. Openhartig heeft prof. Banning geantwoord. Bezwaren tegen wat dr. Banning na de oorlog heeft geschreven, met name over de vleeswording des Woords en de Opstanding, zijn naar voren gekomen.

DE REDENEN.

Dit gesprek kon echter niet blijven voortduren, „Kerk en Wereld" herhaalde, tijdens de besprekingen, enkele malen met kracht haar verzoek. En toen heeft de kerkeraad ten slotte in een breed gemotiveerd schrijven geantwoord dat hij, gezien de bezwaren, die door prof. Banning wel besproken, maar niet opgeheven waren, gezien de situatie, waarin de kerk verkeert, en vooral gezien de verantwoordelijkheid, die de kerkeraad enige gelegenheid had gehele gemeente, geen vrijmoedigheid heeft gevonden prof. Banning de kansel af te staan.

Vrijdagavond 19 Sept. werd de brief met het kerkeraadsbesluit door het directorium van „Kerk en Wereld", ontvangen. Zondag daarop, voordat de ker­keraad enige gelegenheid had gehad de gemeente van de situatie op de hoogte te brengen, heeft ds. Pop deze zaak aan de gemeente voorgelegd in een dienst, die door de kerkeraad aan de Generale Synode was afgestaan en waarin hij juist bevestigd was als predikant in algemene dienst. Ds. Pop deed dit op een ogenblik — aldus ds. Bos — waarop, als hij toch wat zeggen wilde, door hem alleen het Woord verkondigd moest worden.

Hoewel de betreffende zinsnede over de verantwoordelijkheid wat geleden heeft en niet gaaf is overgekomen, blijkt duidelijk, dat de kerkeraad van Driebergen op grond van zijn verantwoordelijkheid jegens de gemeente geen vrijmoedigheid heeft gevonden om aan het verzoek van Kerk en Wereld gevolg te geven en prof. Banning de kansel af te staan.

Volgens hetzelfde bericht is de kerkeraad van Driebergen niet zo maar zonder meer tot deze beslissing overgegaan, maar heeft hij een breedvoerig richtingsgesprek met dr. B. gehad.

Wij laten het optreden van ds. Pop buiten beschouwing. Zonder twijfel was het misplaatst, dat hij naar luid van het bericht deze gelegenheid aangreep. En over „kerkelijk denken" gesproken, dit is een vreemdsoortig voorbeeld van kerkelijk denken. Want als men de toestemming van de kerkeraad vraagt en daarmede erkent, dat de kerkeraad verantwoordelijk is voor de prediking van de kansel, ligt het toch in de lijn om het besluit van de kerkeraad te eerbiedigen en zeker, als zulk een beslissing na zo rijp beraad werd genomen. De kerkeraad toch is ook verantwoordelijk voor de beslissing en als hij deze genomen heeft, zoals het bericht mag doen vermoeden in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en op de bodem der belijdenis, kan iemand zich daartegen „kerkelijk gedacht" toch niet verzetten.

Maar nu het verzoek zelf. Mogen wij uit bovenstaand bericht lezen, dat het verzoek van „Kerk en Wereld" gemotiveerd werd met de mededeling, dat dr. B. docent is aan deze Stichting, waaraan ook vrijzinnige jongeren studeren, die ook te Driebergen kerken, dan rijzen ook hier verschillende vragen van „kerkelijk denken".

Hoe denkt men dan kerkelijk, d.i., hoe denkt men een kerk? Als een vergadering van orthodoxen en vrijzinnigen? Indien dat zo is, kan men wel ophouden met de voorbereiding van een nieuwe kerkorde, want de oude heeft bewezen, dat zij uitnemend geschikt is voor een „hotelkerk", zoals prof. Kraemer het noemt.

Men wil van geen richtingen weten, maar geen richting tracht zich zozeer te handhaven als blijkbaar de vrijzinnige. En het lijdt ook geen twijfel, of de vrijzinnige wordt met het volste recht een richting genoemd. Dat kan men althans niet beweren van hen, die de gereformeerde-belijdenis aanhangen, daarvoor opkomen en daaraan ook hun kerkelijk denken toetsen. Wij hebben dan ook steeds beweerd, dat dezen ten onrechte als richting, worden beoordeeld.

Het is kerkelijk gedacht volstrekt niet hetzelfde als de verhoudingen eens andersom waren. Stel „Kerk en Wereld" ware orthodox in de zin der confessie, en de kerkeraad van Driebergen ware vrijzinnig. Stel verder, dat het orthodoxe Kerk en Wereld aan de vrijzinnige kerkeraad verzocht ter wille van haar leerlingen (en der gemeente) om orthodoxe prediking.

Die gevallen zouden niet gelijk staan, want in het laatste geval ware het recht aan de zijde der orthodoxie en als de vrijzinnige kerkeraad afwijzend besliste, ware hij in het onrecht. De gemeente heeft recht op een prediking uit het geloof, dat in de confessie tot uitdrukking komt.

En de kerkeraad heeft die prediking te verzorgen en daarover te waken. Indien hij dat niet doet, is hij in gebrek. Daarom vindiceren wij het recht van alle gemeenten op een orthodoxe prediking en de verantwoordelijkheid van alle kerkeraden om daarin en niet in een vrijzinnige te voorzien.

De kerkeraad van Driebergen is zich daarvan klaarblijkelijk bewust geweest en heeft een beslissing genomen, die voor de kerkelijke kwestie als geheel van betekenis kan zijn. In een kerk, die ernst maakt met de grondslag van haar belijdenis, is geen plaats voor een vrijzinnige prediking en ook niet voor vrijzinnige medearbei­ders en hulpkrachten van het ambt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Verantwoordelijkheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's