Niet NEGATIEF
Ook op de contio werd de opmerking gemaakt, dat wij niet negatief moeten blijven staan. En uit de discussie is ook wel gebleken, dat men dat niet wil, maar dat er veelal niets anders overblijft dan protest tegen datgene, wat geacht moet - worden in strijd te zijn met de gehoorzaamheid aan de Heihge Schrift op de bodem der belijdenis. En voor zover de opmerking betrekking had op het niet medewerken in commissiën e.d.g., werd er op gewezen, dat men de verantwoordelijkheid veelal niet op zich kan nemen.
Het een zowel als het ander komt voort — niet uit het feit, dat men niet weet, wat men wil, maar het tegendeel, n.l. dat men krachtens grondslag en beginsel eigenlijk zo goed weet, wat men zou wensen en welk ideaal men voor ogen heeft.
En hoewel dit ideaal bij allen wellicht persoonlijk gekleurd is, kan men toch niet ontkennen, dat het voor een belangrijk deel gemeenschappelijk is en allen verenigt in het gevoelen van wantrouwen jegens verschijnselen, die daarvan afvoeren. Men kan de indruk niet van zich afzetten, dat anderen ook hun kerkideaal hebben, wellicht ook persoonlijk gekleurd, groepsgewijze wellicht ook tot op zekere hoogte gemeenschappelijk, maar toch zo; dat men geen vertrouwen heeft in de pogingen om dat te realiseren, omdat men geen vertrouwen heeft in het kerkbegrip, waarvan die anderen uitgaan.
Vandaar de onzekerheid rondom de bekende formule van gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift op de bodem der belijdenisgeschriften.
In de grond der zaak gaat het dus om de geloofsovertuiging, om de belijdenis, waardoor onze gedragslijn ten aanzien van verschillende punten en handelingen bepaald wordt.
Men spreekt van „de nieuwe koers" — om het even, waar die uitdrukking geboren werd, het schip der kerk vaart toch een koers. Er is beweging. Is het nu wonder, dat men het bestek wil weten ? Waar gaan wij heen ? Is het wonder, dat men afgaat op de tekenen, om een antwoord te erlangen ?
De kerk moet weer kerk worden, — zo roept men. Dat betekent, dat de kerk zich naar haar aard en wezen moet openbaren en dat zij in de situatie, waarin zij verkeert, dat niet doet.
Maar, hoe zal dat dan zijn ?
Bedoelt men de kerk, die in de belijdenis aan het woord is, of bedoelt men die niet, heeft men daaromtrent althans andere voorstellingen dan zoals zij aangaande haar aard en wezen daarin zelf getuigenis geeft? Aanvaardt men dat getuigenis nog als juist en voor het heden geldig, of is men eigenlijk van oordeel, dat de kerk van heden haar wezen anders, beter misschien verstaat, meer licht heeft daaromtrent ?
Dat zou hachelijk zijn, juist, omdat het gaat omtrent haar aard en wezen. Dit toch raakt ook het wezen des geloofs, ja, het wezen van het Evangelie! En daarom het leven der kerk. Belijdt zij niet een vergadering te zijn der ware Christgelovigen, allen hun zaligheid verwachtende in Christus Jezus, gewassen zijnde door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest". Hoe zij dat verstaat is duidelijk in het geheel der belijdenis.
Gaat het nu om die kerk, om dat geloof, om dat Evangelie, of moet dat alles anders worden verstaan ?
Zeker, ook de reformatoren waren zich er van bewust, dat niet allen, die bij de kerk zijn, in dat geloof en in die zekerheid des geloofs staan, zij spreken van hypocrieten. Nochtans houden zij een iegelijk schuldig zich bij de ware kerk te voegen.
Duidelijk is hun onderscheiding van de kerk naar haar wezen en haar openbaring, maar daarom spreken zij ook van een zich voegen bij de kerk, zich onderwerpende aan haar onderwijzing en tucht en; de hals buigende onder het juk van Christus. (Artikel 28).
Enerzijds is dat een klaar bewijs, dat de reformatoren geen kerkje van wedergeborenen zochten uit te zuiveren, maar anderzijds, dat de norm en regel voor het kerkelijk leven werd gevonden in êe regel des geloofs, gelijk de ware kerk die kent en belijdt.
Als de reformatoren dat nu mis hebben gezien en beleden, dan hebben zij, die in onze tijd gemeenschap oefenen met dat geloof, het ook mis. Dan is de reformatie een vergissing en dan heeft zij zich ook vergist in de overtuiging, dat zij eenzelfde geloof deelachtig was met de kerk der eeuwen, die van de beginne aan geweest Is, gelijk haar belijdenis luidt.
Het behoeft niet gezegd, dat er onder ons niemand is, die verwacht, dat de verworden toestand van heden eensklaps wordt verkeerd in een gereformeerd kerkelijk leven. Dat is trouwens geen mensenwerk. Doch wat ons is bevolen, kan in gehoorzaamheid worden betracht. Voor zover er sprake is van een nieuwe koers, kan dat zijn recht hebben tegenover het verleden, dat tot de verworden toestand heeft geleid. Zo behoeft het niet eens verwerpelijk te zijn, van een nieuwe koers te spreken. Maar dan gaat het toch wel om de hoofdzaken, die wij aanroerden. En hoezeer de situatie van het ogenblik aanleiding kan zijn om alle rigorisme te vermijden en met voorzichtigheid te handelen opdat dit in de weg des geloofs tot sanering van het kerkelijk leven moge leiden, zal de nieuwe koers dan toch betekenen reformatie. Alle reformatie, die werkelijk reformatie mag zijn, grijpt terug op het oude, het oorspronkelijke. Dat hebben de reformatoren ook gedaan en omdat zij dat gedaan hebben naar zij geloofden — en wij geloven dat ook — onder de leiding van de Heilige Geest, zal reformatie nu teruggrijpen op de reformatie van toen.
Wanneer wij nu telkens weer horen spreken van nieuw belijden, terwijl er zo heel weinig gehoord wordt van het oude belijden, kan men toch niet verwonderd zijn over het feit, dat dit in confessionele kringen weinig vertrouwen wekt. Dit kan allerminst worden versterkt door allerlei spreken, schrijven en handelen op kerkelijk terrein, waarin symptomen van zulk een nieuw belijden worden opgemerkt, die niet schijnen overeen te komen met een waarlijk reformatorisch streven.
Zo hangt het er slechts van af, van welke kant men dat „negatief" bekijkt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's