De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

LEERGEZAG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LEERGEZAG

7 minuten leestijd

Over leer en leergezag wordt in onze dagen even vreemd gehandeld als over Schriftgezag. Daar is een overgeërfde afkeer van leer en leergezag. Men praat van leergeloof niet zonder afkeuring. Intussen is nergens zoveel leer en leergezag als in de wereldl, die van de kerkleer niet wil weten, nergens zulk een dogmatisme als onder degenen, die haastelijk gereed zijn om smalend over dogmatisme te spreken.

Welke betekenis, welk een gezag heeft bij de beoefenaars der wetenschappen een school, die toch altijd wordt bepaald door een theorie of leer. Hoeveel leergeloof is er in de kringen der wetenschap, en hoeveel gezag kan een leer in enige tak van wetenschap hebben, hoeveel vertrouwen de man, wiens genie tot zulk een leer heeft geleid. Hij blijft een man van naam, ook, als zijn theorie geheel of gedeeltelijk wordt achterhaald door de feiten. Alleen de feiten zijn ten slotte bij machte zulks te doen. Zolang zij de leer schijnen te bevestigen, blijft zij gewoonlijk in ere.

En hoe weinigen zijn ten slotte ook zo nauw bij de eigenlijke beoefening der wetenschappen betrokken, dat zij de feiten, waarom het gaat, kennen, kennen door ervaring. Velen, die bij de wetenschappen door onderwijs en werkkring betrokken zijn, komen aan het onderzoek niet toe en leven wetenschappelijk verder bij de leer, die zij op gezag van anderen aannemen.

Dat is alles heel gewoon, volkomen verklaarbaar, het werkt in de regel nuttig, soms ook schadelijk.

Maar, als het op de leer der kerk aankomt, schijnt dat alles plotseling heel anders. De theologen zelf doen daaraan mede. Of eigenlijk, zij zien slechts theologische problemen en betwisten elkander zowel de leer als het gezag. Zij doen met de leer, alsof het een menselijke leer gold, en er is op theologisch gebied veel menselijke leer, zelfs ten aanzien van de Heilige Schrift en haar goddelijk gezag. Doch hoeveel menselijks in dit alles kan zijn, de zaak, waarom het gaat, is niet een menselijke, maar een goddelijke leer.

Dat is enerzijds het moeilijke, wijl wonderlijke en van de aardse scholen verschillende.

De aardse wetenschappen studeren in de werkelijkheid van het geschapene, dat ons overal tegentreedt. De ganse schepping is een werk Gods. En God geeft de gevallen mens verstand om zich met die dingen bezig te houdlen. De mens vindt daar geen leer, hoe het in de schepping toegaat, maar hij ontdekt verschijnselen, tracht de gang der veranderingen na te speuren en te bevroeden en zo komt hij tot een voorstelling, tot een begrip, tot een leer, die mogelijk door andere ontdekkingen weer worden gewijzigd.

Zo, is het in de wetenschap der ervaring. Zij werkt vaak, zonder ook maar te beseffen, dat achter de geschiedenis der wetenschap een goddelijke Leidsman verborgen is, die doet ontdekken en vinden. Hoevele hoogst belangrijke ontdekkingen der wetenschap, zijn echte ontdekkingen, ongezocht en toevallig, zoals wij dan zeggen.

In de kennis der Godsopenbaring is het echter gans anders. Hier treedt God de mens tegen met een hemelse leer aangaande de dingen, die niet gezien worden en die Hij in Zijn goddelijk welbehagen de mens heeft willen bekend maken. Hier gaat het niet om de naspeuring van de dingen, die gezien worden, maar om dingen, die ons verstand nooit zou kunnen bereiken. Daarom is heel de openbaring van de beginne aan goddelijke leer, goddelijk onderwijs en mitsdien met goddelijk gezag bekleed. God heeft die hemelse leer, daar zij toch voor de mens bestemd is, in een menselijke gestalte, in menselijke taal, op menselijk verstaanbare wijze, geschonken, zodat iedere mens, die de Heilige Schrift leest, ook met zijn menselijk verstand iets van die leer, gevoelt en opneemt. Hij verneemt hier, dat God een antwoord geeft op de vraag van zijn hart, waar toch die wereld met al wat er in is, haar oorsprong heeft. God zegt, dat Hij die heeft geschapen door Zijn Woord. Dat betekent niet, dat zulk een mens het verstaat en gelooft, maar hij spreekt van de leer der schepping tegenover b.v. de leer ener natuurlijke evolutie. De schepping spreekt trouwens ook de natuurlijke mens aan, zodat hij enig besef heeft van de eeuwige kracht en goddelijkheid.

Tot een geestelijk verstaan kan echter het mensenhart niet opklimmen zonder de genadige werking van de Heilige Geest, waardoor het ontvankelijk wordt voor het eeuwigheidslicht en de hemelse leer ontdekt in het profetische Woord. De leer der apostelen en profeten verschijnt in haar goddelijke Waarheid en goddelijk gezag. Zo is die leer ondierscheiden van alle menselijke leer en draagt haar onweerstandelijke waarheid en gezag in zich zelve. Dit feit heeft dan ook geen ander beroep dan het getuigenis des Heiligen Geestes. Die Geest wordt herkend als de Geest van Christus, die ook in die profeten was (1 Petrus 1 vers 11). De hemelse Leermeester is de overste Leidsman des geloofs en schenkt die innerlijke kracht en genegenheid om zich te onderwerpen aan het juk van Christus, zoals de belijdenis dat noemt. Verstand en hart buigen eerbiedig en needrig voor die goddelijke waarheid, welke alle menselijke wijsheid onvergelijkelijk te boven gaat.

Ziedaar de Grond en Bron van het leergezag des geloofs, waardoor het ook onvergelijkelijk onderscheiden is van alle gezag ener aards-menselijke wetenschap.

Als nu de kerk des Heeren uit deze werkelijkheid leeft — gelijk het ook is —, moet het duidelijk zijn, dat zij ook van die hemelse leer gaat spreken en getuigen onder de mensen en dat zij uitgedreven wordt om weerstand te bieden aan allerlei leringen, die onder de mensen geleerd worden en daarmede in strijd zijn. Daaruit ontstaat de strijd om de kerkelijke leer, gelijk deze in de dogmenhistorie voor ons staat. De kerk zelf heeft in die afweer wederom aanleiding om dieper in te dringen in de hemelse leer. Ook in de kerk zelf kan dat tot verschil leiden. Wie zal de gradatie van geestelijke verlichting controleren ? En hoe dringt de menselijke nieuwsgierigheid tot vragen en onderzoeken van hetgeen verborgen is. Hoe verdrijven die vragen veelal af van het Evangelie als een kracht Gods tot zaligheid, gelijk het ons wordt geschonken. Vandaar de grote gevoeligheid voor de zuivere leer bij al degenen, die de hemelse leer hebben liefgekregen, als de mensen daarover spreken en twisten. Vandaar de liefde voor de belijdenis der vaderen bij allen, die daarin de hemelse leer terugvinden.

De belijdenis der kerk heeft alleen daarom zoveel gezag bij hen. Dat gezag hangt niet aan de belijdenis als menselijke leer, maar aan de hemelse leer, die daarin is neergelegd, aan de goddelijke waarheid zoals die betuigd wordt door het getuigenis des Heiligen Geestes in het hart. Alleen wanneer de hemelse leer tegen de confessie zou getuigen, zou men deze laatste prijs geven.

Zonder twijfel zijn er ook in de kerk, die door opvoeding en onderwijst meer dan door persoonlijke overtuiging aannemen, dat de leer der confessie de waarachtige leer der zaligheid is en in zoverre op gezag der kerk doorgaan. In zoverre zou men van een leergeloof kunnen spreken, en van een gezag in afgeleide zin. Men vergete echter niet, dat ook zulk een leergezag wortelt in de geestelijke werkelijkheid, in het leven der kerk.

En het is uit dien hoofde, dat wij voor het gezag der confessie opkomen en geen verwachting hebben van enig kerkelijk streven, als het niet uitgaat van het leven der kerk en van de leer der apostelen en profeten als een kracht Gods tot zalig­heid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

LEERGEZAG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's