De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GROEN wijst de beschuldiging af

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GROEN wijst de beschuldiging af

7 minuten leestijd

Groen vervolgt zjjn verdediging.

Groen meende tegen het vermoeden zelfs van Roomsgezindheid veilig te zijn.

Geenszins ; de hoogleraar triumfeert over mijne roomsgezindheid.

„De Dordtse Synode beloofde leer te zullen veranderen, indien zij strijdig werd bevonden met Gods Heilig Woord. De heer Groen van Prinsterer kent echter aan de kerk dat recht niet toe, en plaatst zich daarmede wederrechterltjk op het Rooms-Katholieke standpunt".

Om de verkeerdheid mijner voorstelling nog meer te doen uitkomen, schrijft hij :

„De kerk heeft uit kracht van het Protestants- Gereformeerd grondbeginsel, het onherroepelijk mandaat om, naar het enig geldende jus constitutem  der gereformeerde kerk, dat is, naar Gods Heilig Woord, de kerk te besturen, de zuiverheid der leer te handhaven, en daartoe, is het nodig, het kerkelijk dogma te veranderen of te wijzigen".

Voorzeker. Ik denk er niet aan om dit te betwisten ; ik verheug me dat we, eenmaal ten minste, overeenstemmend zijn ; ik onderschrijf, als mijn eigen gevoelen, al wat ge daar gezegd hebt. — Neen, zegt de hoogleraar, de goedkeuring mijner woorden voegt in uw mond niet; het tegenovergestelde wordt door u beweerd.

Hij zal het bewijzen uit mijn eigen geschrift :

(Hier volgt dan de eerste helft van het in het vorige artikel gegeven citaat van Prof. Scholten).

Zo duidelijk ben ik, in de roomsgezinde aard en strekking mijner kerkelijke denkwijs, ten toon gesteld en ontmaskerd. Laat ons evenwel een weinig nader de grond der beschuldiging bezien.

De aanklacht steunt op drie regels van mijn geschrift. „Geef mij drie regels schrift van een man en ik zal hem aan de galg brengen". De lezer kent deze spreuk ; de welwillende lezer zal mij ten goede houden dat ik de noodlottige drie regels, ter nadere toetsing, in verband breng met hetgeen voorafgaat en volgt.

Ik spreek, ter aangehaalder plaatse, enkel van formulieren, wier doorlopend getuigenis omtrent de christelijke waarheid in de belijdenis van onze kerk, onder eigen bewoordingen, als eigen geloofstaal, voortgezet en, voor zo ver in haar toenmalige strijd vereist werd, ontwikkeld en uitgebreid is. Van formulieren in wier aaneenschakeling niet het levensbeginsel, maar het levensverhaal en de autobiografie der algemene christelijke kerk ligt. Omtrent de zodanige heb ik gevraagd :

„Moet nu elk dezer formulieren, als afzonderlijk geheel, zonder verband tot hetgeen voorafging of gevolgd is, worden beschouwd ? Neen : in de overeenstemming en samenhang, in de eenzelvigheid der getuigenissen, ligt het sprekend bewijs van de eenzelvigheid der christelijke kerk". (Regt Herv. Gez. blz. 46).

En daarna heb ik de historische opmerking gemaakt, die als drieregelig corpus delicti, door de hoogleraar te berde gebracht wordt:

„Elk nieuw formulier is begonnen, niet met omverwerping, maar met aanneming en bevestiging van hetgeen vroeger beslist was".

Welke aanklacht nu heeft de hoogleraar uit deze zinsnede ontleend ? Hij beweert, dat ik het recht en de plicht ener kerk tot eventuele verandering van de inhoud der formulieren ontken.

Er is geen rede hiervan. Niet van hetgeen gebeuren moest, maar van hetgeen gebeurd is.

De aanklacht is verder, dat ik blote overneming verlang en een telkens vernieuwd onderzoek der H. Schrift als overtollig en ongeoorloofd beschouw.

Voor zover het bij een enkele historische aanwijzing te pas kwam, heb ik dit niet, maar het tegendeel gezegd. Ik heb doen uitkomen dat de christelijke kerk in elk getuigenis, waarbij zij, aan het einde van langdurige strijd, het resultaat ener worsteling opgetekend heeft, tengevolge van een zelfstandig en onbevangen onderzoek van Gods Woord tot dezelfde uitkomsten kwam.

De hoogleraar zou zichzelven en mij veel moeite hebben bespaard, indien hij, bij de drie tegels waaruit hij zoveel te mijnen nadele afgeleid heeft, ook het onmiddellijk volgende drietal, waarin ik, zo mij voorkomt, luisterrijk gerehabiliteerd word, gevoegd had.

Onmiddellijk na gesproken te hebben van „aanneming en bevestiging van hetgeen vroeger beslist was", schreef ik, wat de hoogleraar ontgaan is : „Bevestiging zeg ik, omdat de aanneming geen bloot overnemen is, maar éen goedkeuren, op grond van eigen overtuiging, na een vernieuwd onderzoek der Heilige Schrift".

Ik mag niet nalaten mijn vriend Van Toorenenbergen dank te betuigen, dat hij de onjuistheid, of, gelijk hij zich uitdrukt, de onwaarheid der voorstelling aangetoond heeft; en gaarne neem ik, ten aanzien van dit punt in 't algemeen, zijn woorden over :

„Overigens volgt uit het betoog van de heer Groen niets meer dan dat niet elk besluit ener massa Hervormd hetende mensen, maar alleen de uitspraak der waarlijk Hervormde gezindheid ene Belijdenis van de Hervormde Kerk zou kunnen heten. Zie, dat is wel goed Protestants, maar niet libertijns. Met andere woorden, men moet eerlijk, en in de historische zin hervormd zijn, om aan de ontwikkeling der Hervormde Kerk te kunnen medewerken". Vereniging, Juni 1849, blz. 632).

Onvoorwaardelijke onderwerping aan Gods Woord is het Christelijk-Protestants beginsel. Een kerk mag ook thans, wanneer zij in haar opvatting van dat Woord gedwaald heeft, verandering in haar belijdenis brengen zij moet die verandering beproeven om getrouw te zijn aan de enige geloofsregel, naar de Heilige Schrift.

Zij is geen Hervormde kerk meer, wanneer zij dien ten gevolge, de voorname inhoud van de belijdenis verwerpt.

Zij is dan ook, als zij een ander Evangelie en een andere Christus belijdt, in de schatting van de leden der Gereformeerde Gezindheid, geen Christelijke Kerk meer ; omdat, volgens hen, wat de hoofdzaak betreft, de Nederlandse Hervormde Kerk in haar opvatting van de christelijke waarheid niet gefeild heeft.

Tot zover de verdediging van Groen. En ik geloof, dat het nu niet nodig is hieraan nog veel toe te voegen. Hieruit is toch wel duidelijk gebleken, dat Groen wijziging en uitbreiding der belijdenis geoorloofd acht, mits op gronden, aan de H. Sphrift ontleend. Ik heb er reeds eerder op gewezen, dat hij zelfs een nieuw formulier in het verschiet zag. Ik begrijp dan ook niet, dat iemand, na dit alles gelezen te hebben, kan beweren, dat Groen op dit punt niet zuiver gereformeerd zou zijn. Er is een voordeel in gelegen, dat deze kwestie bijna een eeuw oud is ; we staan er nu wat verder af en kunnen de consequenties van de standpunten wat gemakkelijker zien. Groen had voor zich geen bezwaren tegen de belijdenis en meende, dat deze overeenkomstig de H. Schrift was. Toch was hij zuiver gereformeerd, door te zeggen, dat als de Schrift het zou vorderen, de Belijdenis zou moeten gewijzigd worden. Wij kunnen thans op grond van de kerkgeschiedenis wel zeggen, dat de progressiviteit van prof. Scholten voortkwam uit zijn moderne opvattingen, die hem in strijd brachten met de belijdenis. En nu moest deze belijdenis uitgelegd en zo nodig gewijzigd worden, opdat er overeenstemming met deze principes zou volgen !

Je haren rijzen ten berge, als ge leest, hoe Scholten tegen Groen, Da Costa c.s. te keer gaat : Menigeen toch waant in onze dagen gereformeerd te zijn, en veroorlooft zich harde oordeelvellingen over de rechtzinnigheid zijner medechristenen, die zelf op de schaal der kerkelijke rechtzinnigheid gewogen, te licht zou bevonden worden. Dat zegt nu de vader van het modernisme ! Dit is wel een voorbeeld, hoe ver de zelfverblinding kan gaan, zelfs bij hooggeleerden.

Het is dan ook geen wonder, dat Groen opmerkt, dat het een gevolgtrekking is van de eis van een algemeene verdraagzaamheid in een kerk, die de naam van gereformeerd en christelijk behoudt, dat ten laatste iedereen, behalve de gereformeerden, gereformeerd, iedereen, behalve de christen, aldaar christen kan worden genoemd. Zou deze soort van verdraagzaamheid al helemaal zijn uitgestorven ?

(Harderwijk)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

GROEN wijst de beschuldiging af

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's