De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet.

FEUILLETON

4 minuten leestijd

EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA

76)

Hij beweerde, dat de Eeuwige het voorbeeld van Zijn ontrouw volk was gevolgd.

Hij scheen er helemaal niet aan te denken, dat de beloften Gods dan toch altijd eden zijn eri blijven. Had niet zelfs een heidens profeet het geweten, dat God niet liegt en dat Hij geen mensenkind was, dat Hem iets zou berouwen ? En had die niet Israël gezegend, toen de koninklijke stem hem aanzicht, dat volk te vervloeken ? Bileam had de goddelijke belofte geloofd,  maar die man daar achter die lessenaar geloofde ze niet!

En had dan werkelijk Israël met bewustzijn het verbond verbroken ?

Wel wist Samuel, dat zijn volk om een of andere zonde reeds lange tijd onder de straf leefde. Maar — zeggen, dat om de zonde van zijn volk, de eed van de eeuwige God krachteloos was geworden, dat. was in zijn ogen lastering ! Mocht men van Israël al kwaad zeggen, — dit laatste was toch niet te verdragen. Hij werd beurtelings rood en bleek, en angst greep hem aan, dat hij door zijn toeluisteren misschien zich mede schuldig zou kunnen maken aan de zonde van die redenaar.

Toch zou hij voor geen prijs zijn weggegaan. Zijn hart brandde van verontwaardiging, en hij steunde met beide handen op de zitting van de bank, om op te staan en naar voren te snellen en de prediker in de rede te vallen. Was hier dan niemand, die ten gunste van de Eeuwige enig getuigenis wilde afleggen ?

Zou God niet eigenlijk Zelf vanuit de hemel hebben moeten tussenbeide komen ?

De spreker ging rustig verder. Hij haalde de heerlijkste plaatsen aan uit de profetische boeken, heilig bezit van Joodse harten, verzen, die Israels hoop, Israels moed en troost en de enige bron voor zijn kracht waren, en hij ontdeed die van hun betekenis en paste ze toe op die heidense volken, die in de Gehangene geloven.

En zou deze dan de Messias zijn,  — tot Israël gekomen, maar door Israël verworpen en vermoord ! Nooit had Saihuël dat zo zonder enig voorbehoud horen uitspreken ; zijn pleegvader had hem met opzet in het onzekere gelaten over het verdere lot van die man. Schuld en wraak, die ten hemel schreiden, werden hem hier in een rustig redebeeld voor het eerst in zijn leven aangetoond.

Wat van Jeruzalem, het zozeer geliefde, geschreven stond, de spreker betrok dat alles op een vreemde geloofsgemeenschap ; — wat tot Israël, de geliefde zoon, was gezegd, betrok hij op een van alle mogelijke kanten saamgeraapte wereld ; en wat daar gezegd was over het komen van een heerlijk rijk van de Messias, werd voor deze geestelijke een wederkomst en had dan slechts betrekking op gevoel en gedachten !

Als hij gelijk had, dan was Israël niets meer dan een gebroken vat, een lege bonenschaal in een vuilnisbak, een ganse schare verworpenen, die heenwaggelden naar de verlorenheid. O, werkelijk, dan zou de Eeuwige, genadiger hebben gehandeld, indien Hij hen maar gauw onder de vuist der Romeinen had laten vermorzelen, inplaats van dit volk nog onder de vervolgingen als door een wonder in het leven te behouden.

De wet van Mozes, die de Eeuwige aan Zijn verbondseed ten grondslag legde, was toch volstrekt niet door hen vertreden. Wat was het dan, dat de Joden van heel de aardbodem verenigde en hen met onverminderde kracht als met ijzeren banden samenhield ? Was dat niet de zo hoog geprezen Wet, met haar Sabbat en reinheid, rnet de Verzoendag en al de andere feesten en al die dingen, waar zij zo heel veel van hielden ? !

Hoe durfde die man van de Enige en Zijn volk tegelijk zo ongehoorde dingen te zeggen ? Samuel beefde van verontwaardiging. Hij haatte die man. Maar intussen moest hij dat alles maar steeds blijven aanhoren.

En toch wist de spreker, ondanks al het andere, nog van één aanspraak, die de Joden mochten laten gelden bij de profetiën, en dat was : op de vloek ! Daarin bleef God naar zijn mening Zichzelf getrouw. De bedreigingen bleven, èn — het gericht !

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's