De PROFUNDS
Verberg Uw aangezicht van mijn zonden en delg uit al mijn overtredingen. Psalm 51 vers 11.
Hier spreekt, bidt iemand, die last heeft van zijn zonden. Die zondaar is. En dat zijn we allen. Maar deze mens wil het ook zijn. Een, die zondaar gemaakt is. Door het ontdekkend werk van God, de Heilige Geest. Die Geest is het immers, die de wereld overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel. Ach, wij allen zullen wel erkennen, zo in 't algemeen, dat wij zondaar zijn. Iedereen erkent wel een zekere onvolmaaktheid. Er is aan ons allen wel „een steek los''. Zodoende kunnen we wel eens een ernstig praatje ophangen over de zonde. Theoretisch, dogmatisch. We doen zelfs erg verontwaardigd over de zonde, d.w.z. over die van een ander. Hebt u het al gehoord ? Ja, wat èrg.
Zo was het ook in het leven van David. Toen de profeet Nathan tot hem kwam en hem verhaalde van die schandalige daad van de rijke man, die, hoewel zelf overvloed hebbend, zich niet ontzag het enige lam van een arme man te nemen — toen was David zeer verontwaardigd. Dat, zulke dingen gebeurden er in zijn rijk ? Dat moest niet mogen. In deze verontwaardiging komt hij los. Wat kunnen ook wij zo heel gemakkelijk, en schijnbaar oprecht verontwaardigd spreken over allerlei onrechtvaardigs in deze wereld. Maar het profetische Woord zegt: gij, dïe uw mond vol hebt over een ander— die de zonden van een ander hekelt — gij zijt die man. Gij zijt zelf zulk een groot zondaar. Ik heb eens in een vorige gemeente iemand ontmoet, die zich erg inspande voor sociale voorzieningen in de wereld, die mij zeide : denkt u dat ik een zondaar ben! O, mijn lezer, lach die man niet uit. Want met de mond willen we allen, opgevoed bij de Christelijke leer, wel toegeven zondaar te zijn. Maar in werkelijkheid leven wij: wie weet er wat van me ? Totdat daar het profetisch, goddelijke Woord ons aangrijpt in de ziel — en daar Gods Geest, ons aan ons verdorven bestaan ontdekt. Daar staat David — als door de bliksem getroffen. Ach, Heere; voor het oog der wereld een nette man of vrouw, jongen of meisje. Gij stelt onze heimelijke zonden in 't licht Uws aanschijns. En toen is David schuldenaar voor God geworden. Tegen U, tegen U alleen heb ik gezondigd.
Een mens, die zijn schuldbrief — de kwitantie heeft thuis gekregen en het klopt. Geen uitvluchten — geen verontschuldigingen. Daar wordt het bidden geboren van onze tekst:
Verberg Uw oog van mijn bedreven kwaad, Waardoor mijn ziel gevoelt de diepste wonden. Delg, delg toch uit mijn schuld en al mijn zonden En spreek mij vrij van mijne gruweldaad.
Dan is het niet meer over deze en die — maar ik. O, God, wees mij zondaar genadig—. Overtredingen. Dan wordt de zonde gezien — als een afgaan van het heilspoor. Wij zijn van 't heilspoor afgegaan, ja, wij en onze vaderen tevens. Het besef van schuld gaat verder dan deze of die bepaalde daad, gaat verder dan onze individuele daden. Om het met een vroeger gemeente-lid te zeggen : dan beleeft men zijn diepe val in Adam. 't Is niet alleen dit kwaad, dat roept om straf — zie, ik ben in ongerechtigheid geboren. Daar is de erfzonde — erfschuld en erfsmet, niet een stukje van de dogmatiek — maar daar doet het pijn. Daar wordt de zonde als een vreselijke macht in het leven, die overal doorwerkt. In de geschiedenis der mensheid, in het staatkundige en maatschappelijke en economische leven. Op de bodem aller vragen, ligt der wereld zondeschuld. Da Costa).
Alle philosophieën, alle wijsgerige, politieke, sociale stelsels, die daar niet rekening mee houden, zijn irreëel, onwerkelijk. De zonde is naar de grondbetekenis van het woord : de grote misslag. Het is alles een mislukking. Dat is het. Hier spreekt een mislukkeling. Dat zijn we, gezien vanuit de schepping. Geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.
Op wie gelijkt ge ?
Maar laat ons niet vergeten: David was een rijk begaafid en begenadigd kind van God. En nu is het een dubbele mislukking. Gezien vanuit de herschepping. Daar worden de monden opengebroken. Zie nu eens, dat is zo'n vrome. Van die moet je het maar verwachten.
Is het te verbazen, dat men trapt op de kerk ? Indien het zout smakeloos wordt, dient het nergens meer toe. Het wordt weggeworpen en de mensen trappen er op.
Maar er is meer. Dit is een gebed. En bidden is aanroepen. God aanroepen. En die Hem aanroept in de nood, vindt Zijn gunst oneindig groot. Deze mens weet dat hij van doen heeft met de God des Eeds en des Verbonds. Met de God en Vader van onze Heere Jezus Christus. Dit is niet een wanhopig zondebesef. Maar hier is ook een beoefenen des geloofs. Calvijn merkt zeer terecht hier op, dat iemand, die zo bidt, met het oog des geloofs de Ontfermer reeds ziet. Dat is bijbels. Die tot God komt, moet geloven dat Hij is en een beloner is dergenen, die Hem zoeken. (Hebreen). Een onderwijzing voor aangevochten en neergebogen zielen. Ook al durft men zichzelf het nog niet toeëigenen, ik ben een gelovige, ik ben bekeerd. Maar het feit dat men zich tot de Heere wendt en blijft wenden, is een bewijs, dat men heimelijk op Zijn goedheid hoopt.
We mogen hier niet vergeten, dat aan David was toegezegd: Uw zonden zijn u vergeven. Zo sprak een Nathan, in de naam zijns Gods tot deze mens, die zo zwaar gezondigd had. Wat een rijke toezegging. Ik denk, dat men er in onze dagen de boer mee zou opgaan. Ik heb dit of dat gekregen. Maar wat doet David? Het is hem te groot! Zijn geloof is te zwak, om de beloften der vergeving in énen te omhelzen. Geloof maar — zegt men. David wordt voorbij gerend. Ach, arme. Wat een ongelukkige zielen, die niet zo hard mee kunnen. Maar hier lees ik tot mijn troost en tot troost van alle waarachtig bekommerden : die David was ook maar zo'n sukkel, zo'n tobberd. Die na de genadeverkondiging nog bleef door „zeuren" over zijn zonde, Maar wie goed luistert, hoort in zijn boete een pleiten : „Ik laat U niet los, o God''. Twee dingen behoeft hij : hij zelf moet veranderen èn God. Hij mishaagt zichzelf vanwege zijn zonden en hij verlangt zo naar het vriendelijk aangezicht van God. Hij is niet alleen bang voor straf. „Uw doen is rein, Uw vonnis gans rechtvaardig. Maar hier is de vraag : is er een middel om de straf te ontgaan èn weder tot genade te komen? Hier is ook. de beantwoording van een vraagstuk, dat wel eens aan de orde komt. Van zekere zijde beweert men wel eens : mijn zonde leer ik eerst kennen vanuit Christus, omdat en nadat ik Christus heb leren kennen. Daar zitten meerdere kanten aan. In het licht van het tekstwoord : weten van Christus, van Gods erbarming, is nog niet daarin rusten. Hier is de beoefening des geloofs. Wee de prediking, die ons niet anders te spreken weet dan over de zonde. De prediking zij genadeverkondiging. Maar de onbekeerlijke paait zich ten onrechte daarom, dat het wel mee zal vallen. De godvruchtige kent iets van de worsteling om behoud en genade.
De ware bekering is niet alleen berouwover de zonde, maar vóór alle dingen breuk met de zonde. Een afsterven van de oude mens en een opstaan van de nieuwe mens. Daar ben je niet zo snel uitgestudeerd. Wonderlijke begrippen zijn er over bekering. Maar hier komt een christen nooit klaar. „Bekeerd" is niet iets, dat af is, dat verleden tijd is. Tóen en daar. Zeker, ik weet, dat er een beslissend moment in iemands leven kan zijn. Een keer, een wending. Maar daarmee is het niet uit. Begint het veeleer pas. Zie in het leven van David. Hij was een kind van God. Een „bekeerde". Maar die nóg maar bekeerd moest worden.
Hoe is het, mijn lezer en lezeres ? Wat werkte dat zondebesef bij u uit, die overtuigingen en gewetenswroegingen ? Zie bij David. Een vragen om geleerd en geleid te worden. Door de Geest, die uitgaat van de Vader en de Zoon, wederbarende de harten en gevende verlichte ogen des verstands. Op vers 11 volgt 12 ! Er zijn er, die spreken over de genade, maar de Heilige Geest hebben zij niet nodig. Hier is het anders. Hier is het afhankelijke kind, dat nodig heeft geleid te worden. Om dicht bij zijn God te leven, bij de Heere Jezus, en daarvan niet af te wijken. En zo behoeven we genade, om bij de genade te blijven.
(Brakel)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's