De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet.

FEUILLETON

7 minuten leestijd

EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA

77.

Nu vloog Samnuël in ontoombare woede overeind uit zijn bank, en riep hij uit volle macht : ,,God liegt nooit ! Maar die man daar liegt wèl !"

Hij wou dat heel hard en luid roepen, maar de opgewondenheid, waarin hij verkeerde brak z'n stem en maakte haar zo goed als klankloos ; zijn stem drong niet verder door dan tot de banken vlak vóór hem. Twee jonge mensen, die voor hem zaten, draaiden zich om, zagen tot hun verbazing het bleke en geheel van hartstocht vervulde gelaat van de jongen, en zijn uitgestrekte armen, en gaven hem te kennen, dat hij zich rustig had te houden. Zij hadden zeker zijn woorden niet verstaan. Zij hielden hem nu in het oog, terwijl zij zo nu en dan eens omkeken, en zij zouden hem zeker bij vernieuwde stoornis naar buiten hebben gebracht. Hij probeerde zich te beheersen en hij ging nu weer op zijn ellebogen rusten. Neen, helemaal zonder medelijden was die prediker toch niet. Zie, de Vloek was niet zó, dat die niet te ontgaan was ; aan het gericht was nog wel te ontkomen. Aan het slot had hij voor de zonen en dochteren Israels nog één uitkomst: als zij namelijk ieder voor zich en zonder enige gedachte aan enig voorrecht, op de gewone weg van heel de wereld en met al die heidenen zich weer tot Hem bekeerden en met de andere volkeren zich verenigden in de erkentenis van Jezus als Zone Gods, dan zouden zij ook een eeuwige genade deelachtig worden.

Dat wist hij heel vriendelijk hun voor te stellen en ook goed aan te prijzen.

Dan zou alles weer goed worden, — dat wist hij zeker.

Dan zouden de kinderen van Juda in die geestelijke zin ook weer tegelijk met de anderen deel hebben aan die oude beloften, wier inkleding en vorm slechts een beeld en gelijkenis waren geweest.

Want aan een uiteindelijke terugkeer in het Beloofde Land, aan een weer hersteld worden als volk en een komen van de Messias als Koning van dat volk, aan een wederoprichting dus van de tempel tot reiner en inniger godsdienst, was niet te denken. God meende heel wat anders, dan Hij door zijn proleten had laten zeggen. Dat wist deze prediker vast en zeker.

Hij wist wat God werkelijk, letterlijk meende, èn waar men Zijn woorden figuurlijk moest verstaan. Wanneer de Eeuwige door Zijn profeten liet verkondigen, hoe de grenzen van de heilige stad, die weer zou worden opgebouwd, langs werkelijk nog bestaande en bekende plaatsen en streken in en bij Jeruzalem zouden lopen, dan was daarmede de Christelijke Kerk bedoeld.

En als Jehova aan Zijn volk liet zeggen, dat eer de bergen en heuvelen zouden voorbijgaan, en dag en nacht en al de ordeningen des hemels en der aarde zouden ophouden dan dat Hij Zijn verbond met de stam van Jacob zou verbreken, — dan wist die zelfde prediker al weer, dat God daarmede iets heel anders bedoelde.

Als Hij aan Zijn Hebreeuwse volk beloofde, dat Hij met alle heidenen, onder wie Hij het verstrooid had, een eind wilde maken, maar niet met dit volk, en dat Hij dit volk „in het eind der dagen" weer in genade zou aannemen, dan moest dat figuurlijk worden verstaan en van de in Jezus gelovenden uit heel de wereld, en dan zag dat op een of ander voor de ziel nog verborgen innerlijk geluk. De geestelijke wist dat weer zeker.

Hij plunderde Israels huis leeg, zodat slechts de kale muren overbleven, en met het geroofde ging hij een nieuwe aanbouw opsieren.

Nu was Samuels zelfbeheersing ten tweeden male weg. Weer strekte hij de armen uit en riep, buiten zichzelf, vol smart : „Die man wil ons bedriegen !" Dit keer was zijn stem krachtiger geweest, ook al mocht het Jiddisch, waar hij zijn hart in uitstortte, niet zijn verstaan. Hij merkte, dat de geestelijke ophield en naar hem keek, en dat ook meerdere gezichten zich omdraaiden en dat de beide jonge mensen met vastberaden gelaatstrekken uit hun bank kwamen. Luid schreiend drukte hij zijn vuist tegen zijn voorhoofd en stormde naar buiten, zonder dat één vreemde hand hem aanraakte.

Hardop schreiend en snikkend drukte hij zich tegen de muur in een beschaduwd plekje. De smart boog hem en deed hem schudden. Met zijn handen voor zijn ogen en voor zijn mond, zette hij zijn woede om in tranen en in luid geschrei. Dit was het ergste, wat hem heel zijn leven nog was gebeurd, en hij had niet gedacht, dat zoiets in Erets-Israël nog mogelijk zou zijn !

Eindelijk begon daar binnen het orgel weer te spelen en de muur, waar hij met zijn hoofd tegen aan stond, begon mee te trillen. Vermoedelijk zouden de mensen nu spoedig naar buiten komen en ook die man in zijn ambtskleding, die hij thans gloeiend haatte. Hij kon hem niet meer zien, en hij wou zich ook niet laten kijken aan die'mensen, die daarbinnen hadden zitten nadenken, hoe zij van hun roof zouden profiteren.

Dus verliet hij zijn hoekje en ging snel de sterk dalende straat af, terwijl hij zijn best deed om weer kalm te worden en zijn ogen door de koele wind te laten drogen.

Erfenisjagers zijn die Gojim ! — zo sprak hij bij zichzelf. En zij wilden de echte kinderen onterven ! Zij waren geen bescheiden gasten, die men vriendelijk tot zich had genomen !

Hartstochtelijk verlangde hij er nu naar, een Synagoge te mogen betreden en in de boetgebeden en de oeroude, heilige liederen zijn ziel weer schoon te wassen van het daareven gehoorde. Maar, er was die dag geen enkele Joodse Sjoel open. Hij kreeg wèl wat hij verdiende. Waarom had hij aan die lasterpraat zo lang zijn oor geleend, terwijl hij er toch niets tegen doen kon ?

O, als Hij toch eens kwam, die die lasteraars het zwijgen zou opleggen !

Als Hij toch eens reeds nu al Zijn vijanden aan de voetbank Zijner voeten ging neerleggen !  Als toch maar eerst eens Zijn voeten op de Olijfberg stonden !

Een stroom van smekingen bruiste door zijn gemoed, dat dit toch zou mogen geschieden ! Hij bespeurde kracht om Hem zelf uit de hemel te voorschijn te helpen komen — en dat enig en alleen door het geweld van zijn zo vurig dit wensende ziel ! Wel kon men de ziel in de Kawwana als een pees van een boog spannen, om het smeekgebed op te zenden tot de Messias. En als dat nu nog niet geschiedde, dan zou dat toch vast en zeker gelukken als het verzamelde volk zich eens in dit land tot een stormloop verenigde. Zó geestdriftig en weerklinkend zou dat geschrei moeten zijn, dat onrust zelfs de zaligen aangreep en de oude stammen en geslachten van Israël voor Zijn aangezicht opstonden en mee begonnen te smeken. Zo zou men Hem wel kunnen dwingen. Want komen moest Hij ! Het was hoog tijd. — Als een rumoer buiten hem, .zo was die storm in zijn ziel.

Zijn wankele gang en zijn vertrokken gezicht trokken de opmerkzaamheid van een voorbijganger. Het was een van de Tempeliers ; het oor van Samuel, dat aan allerlei talen gewend was, verstond zijn wat Zwabisch gekleurd Duits.

„Ben je ziek, mijn jongen ? "

Samuel kroop ineen van schrik. „Neen, ik ben goed gezond, dank u wel. Iemand heeft mij pijn gedaan met wat hij gezegd heeft. Maar van mij weet hij niets af ; — zo'n vervloekte — God moge hem straffen !". voegde hij er haast schreiend aan toe, terwijl zijn ogen opnieuw van woede vlammen schoten.

Stil toch ! Roep God voor zoiets niet aan ! Wie was dat dan ? "

,,Een man, die stond te preken. Hij heeft God gelasterd en Israël verdoemd".

„Dan zal je hem verkeerd hebben verstaan, jongen. Of het was geen prediker. Waar is dat dan wel gebeurd ? "

„Daar, aan de overzij. In een klein kerkje — van hieraf kan men het niet zien. Wat hij gezegd heeft kan ik niet eens overzeggen, — die zonde zou te groot zijn. Hij neemt alles van ons af, wat van ons is, en hij wil ons verdoemen. Het wordt heus meer dan tijd, dat de Messias komt !"

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's